Gastouder op les en duurder

Gastouders worden aan strengere regels onderworpen, bijvoorbeeld voor wat betreft de opleiding. En duurder wordt het vanaf 1 januari sowieso. Donderdag debatteert de Kamer.

Rianne Vons schudt de cijfers voor haar regio uit de mouw: van de 570 kinderen die worden opgevangen door een gastouder, blijven er na 1 januari 400 over. De kinderen die verdwijnen, hebben ouders die weinig verdienen en onregelmatige uren maken. Die werken in de laatste industriële bedrijven langs het kanaal. Of in de thuiszorg en, zeg, de reiniging. „Voor hen wordt gastouderopvang te duur”, zegt Vons, directeur van Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen.

Er dreigt op 1 januari een „ramp” in de kinderopvang, zeggen Kamerleden van de VVD, D66, SP en Groenlinks. Donderdag debatteren ze erover met staatssecretaris Sharon Dijksma. Werkende ouders die hun kinderen door een zogeheten gastouder laten opvangen – nu nog 212.000 kinderen – moeten er vanaf 1 januari meer voor betalen. De Belastingdienst vergoedt dan minder. Eenderde van de gezinnen zal er daarom mee stoppen, voorspelt de oppositie. Een voorbeeld: waar ze nu voor dertig uur per week bij een gastouder 60 euro in de maand kwijt zijn, betalen ze straks 180 euro. Rianne Vons: „1.400 euro extra per jaar. Dat is veel.”

De oppositie verwacht ook dat de helft van de gastouders ermee stopt omdat zij worden onderworpen aan strenge regels. Ouders zullen hun kind nergens meer ‘kwijt’ kunnen. Bij gewone crèches bestaan wachtlijsten van gemiddeld 154 dagen. Het Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming (VVD) opende vorige week een website over het onderwerp. Ze heeft 21.000 boze reacties van gastouders en ouders.

Niemand betwist dat er iets moest gebeuren aan de gastouderregeling. Die opvang is explosief gegroeid, sinds de Belastingdienst het in 2005 ging vergoeden. Voor ouders met onregelmatige werkuren zijn gastouders een uitkomst, omdat ze de deur niet om zes uur sluiten zoals een crèche.

Misbruik van de regeling floreerde ook: honderden gastouderbureaus werden opgericht die hoge kosten in rekening brachten voor vage diensten. Ook sommige gastouders zelf fraudeerden: grootouders declareerden opeens tientallen oppasuren per week bij de Staat, terwijl ze soms bij de kleinkinderen inwoonden.

Het gaat om forse bedragen: jaarlijks besteedt het Rijk 2,7 miljard euro aan kinderopvangtoeslag voor 655.000 kinderen die naar crèches, naschoolse opvang of een gastouder gaan.

Dijksma legt nu regels op aan gastouders. Ze moeten Nederlands spreken, mogen niet inwonen bij de kinderen en moeten op één locatie werken die de GGD kan inspecteren. Verder moeten ze een EHBO-diploma halen én een mbo-diploma of certificaat op het gebied van kinderverzorging.

De staatssecretaris gaat ervan uit dat de helft van de 80.000 gastouders overblijft. Reden voor de oppositie om het een „verkapte bezuinigingsoperatie” te noemen. Maar Dijksma wil, zegt ze, alleen serieuze gastouders. Zij komen in een landelijk register. Ook grootouders die aan de regels voldoen.

„Bespottelijk”, noemt Ineke Dezentjé Hamming die regels. „Er wordt overhaast een gedrocht gecreëerd: nieuwe regels, extra controle. De operatie moet een jaar worden uitgesteld.” Op termijn, zegt zij, moet de overheid ouders een opvangbedrag geven per gewerkt uur, dat ze naar eigen inzicht mogen besteden. „De overheid moet zich helemaal niet bemoeien met de keuze voor een bepaalde oppas. Ouders kunnen dat zelf.” Waarom zou het Rijk opvang dan vergoeden? „Omdat dit een arbeidsmarktinstrument is, bedoeld om moeders te laten werken.”

De kinderopvangtoeslag is nu niet gekoppeld aan het aantal uren dat ouders werken. In theorie kan men tien uur werken per jaar en toch veertig uur per week toeslag innen. In de praktijk wordt de toeslag ook wel gebruikt als ‘shopsubsidie’, zeggen gastouderbureaus. Moeders die een halve of hele dag per week tijd ‘voor zichzelf’ maken: om te shoppen of koffie te drinken. Kind in de crèche of bij een gastouder – en de kosten worden gedragen door de fiscus.

Koppeling van de kinderopvangtoeslag aan het aantal gewerkte uren van de ouder is te ingewikkeld voor de Belastingdienst, zei Dijksma begin dit jaar. Maar uit recent onderzoek blijkt dat het mogelijk is.

En dan is er nog iets: ouders moeten volgend jaar met terugwerkende kracht de toeslag terugbetalen als eind augustus blijkt dat hun gastouder niet de vereiste diploma’s heeft gehaald. Dat vooruitzicht schrikt af. Kamerlid Marianne Langkamp (SP): „Die bepaling moet van tafel. Hoe moet een ouder weten of zijn gastouder het examen gaat halen?”

Gastouderbureau Viaviela in Lieshout, met 27.000 gastouders de grootste, heeft daar iets op bedacht, vertelt operationeel directeur Brian Hamer. Hij garandeert dat hij de acht maanden kinderopvangtoeslag zal compenseren die klanten moeten terugstorten als hun gastouder niet is geslaagd. „We merkten dat ouders de contracten niet wilden voortzetten uit angst. Deze garantie geeft rust.” Tekenend voor het bureaucratische gedrocht, zegt Dezentjé Hamming. „Het is toch absurd dat gastouderbureaus concurreren op vergoeding van de terugvordering door de Belastingdienst? In plaats van dat ze gewoon concurreren op kwaliteit van opvang?”

    • Frederiek Weeda