Eind 2009 is alles wellicht anders

De cijfers over de Amerikaanse werkgelegenheid van vorige week vrijdag waren een positieve schok. De Amerikaanse economie heeft in november vrijwel geen arbeidsplaatsen meer verloren. De dollarkoers, die de laatste tijd zwaar onder druk had gelegen, vloog omhoog. De goudprijs, die recent naar grote hoogten was gestegen, kelderde. De beurskoersen trokken aanvankelijk aan, maar werden vervolgens het slachtoffer van nervositeit onder beleggers. De angst bestaat dat de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, de rente veel eerder zal gaan optrekken dan de meeste economen hadden verwacht.

De werkgelegenheidscijfers zouden wel eens het begin van allerlei nieuwe trends kunnen markeren. De extreem lage rente heeft een zware wissel getrokken op de dollar, en op heel veel markten hebben zich zeepbellen ontwikkeld. Het grootste deel van 2009 hebben speculanten dollars voor bijna niets geleend om langetermijnposities op te bouwen in andere valuta’s, grondstoffen, goud, aandelen en vastgoed. Deze zogenoemde carry trade heeft geleid tot een zichzelf versterkend mechanisme van steeds hogere winsten. Het gevolg daarvan is dat de olie- en grondstoffenprijzen hoger lijken dan de huidige voorraadniveaus kunnen rechtvaardigen – terwijl de VS te kampen heeft met een munt die zwaar onder vuur is komen te liggen.

Maar de ultragoedkope dollar is uiteindelijk een groot pluspunt gebleken voor de Amerikaanse economie. Er ontstonden weer arbeidsplaatsen in de exportindustrie en bij bedrijven die concurreren met geïmporteerde goederen en diensten. En de dollar is maar één van de factoren die momenteel samenwerken om het land uit het dal te trekken. Het begrotings- en het monetaire beleid zijn allebei zeer expansief. De huizenmarkt lijkt de bodem te hebben bereikt.

Ook bij de voorraden, die 43 maanden achtereen zijn teruggelopen, lijkt volgens het Institute of Supply Management een ommekeer op handen. Als bedrijven méér produceren om hun voorraden aan te vullen, moeten ze meer werknemers inhuren. Het is onwaarschijnlijk dat de werkloosheidscijfers over november een wassen neus blijken te zijn. De Amerikaanse groei zou wel eens verrassend krachtig kunnen zijn. De vraag is dan wat er met de inflatie zal gebeuren.

De consensusverwachting is buitengewoon zelfgenoegzaam. Economen denken dat de Amerikaanse inflatie van de consumentenprijzen geruststellend laag zal blijven, ondanks een groeiende economie. Maar de grote prijsdalingen deden zich voor aan het eind van 2008, en de inflatie op jaarbasis tussen mei en oktober bedroeg meer dan 3 procent. Als de Amerikaanse economie weer gaat groeien, zou de inflatie, waarover op 16 december nieuwe cijfers naar buiten zullen komen, kunnen toenemen. Dat zou de angst van de markten voor de beslissingen van de Federal Reserve versterken.

De dollar zou stevig in de lift komen te zitten. Op andere terreinen zou zich juist een vlucht kunnen aftekenen. Het vuurwerk aan het einde van het jaar zou wel eens hevig kunnen worden.

    • Ian Campbell