Een plus een is 1,6 miljard euro

Wie van de twee?

Van Saskia Stuiveling, president van de Algemene Rekenkamer, valt te verwachten dat ze kan rekenen. Wouter Bos, minister van Financiën, wordt geacht beroepsmatig verstand van financiën te hebben. Toch liggen ze met elkaar overhoop over 460 miljoen euro. Het is een welles-nietesspelletje tussen twee partijgenoten.

Het gaat om de kosten van de steun aan de staatsbank ABN Amro/Fortis, de Nederlandse onderdelen die Bos ruim een jaar geleden uit het failliete Fortis SA sloopte. Leek Bos aanvankelijk een koopje van 16,8 miljard euro te hebben gesloten, de teller staat inmiddels op 30,2 miljard. Minder dan de jaarlijkse onderwijsbegroting, maar toch.

Nu kan Bos volhouden dat hij en zijn ambtenaren het indertijd niet allemaal konden overzien. Bovendien zorgde eurocommissaris Neelie Kroes voor extra kosten. Zij eiste dat bij een fusie van de twee banken ABN Amro en Fortis Nederland onderdelen verkocht moesten worden. Half november kondigde Bos aan dat hij nog 4,4 miljard in de staatsbank stak. Tegelijk maakte hij bekend dat twee bedrijven van ABN Amro – HBU en IFN – verkocht worden aan Deutsche Bank. Op die verkoop was een strop te verwachten vanwege de afdekking van de risico’s in de leningenportefeuille van de te verkopen onderdelen. Kosten: 1,12 miljard.

De Rekenkamer deed onderzoek naar de deal met Deutsche en ontdekte dat op Financiën twee berekeningen van de kosten voor de afsplitsing circuleerden. Eén gemaakt door ABN Amro en één gemaakt door een externe adviseur die het ministerie had aangetrokken. Die laatste som was achtergehouden.

De adviseur kwam tot een 460 miljoen hogere schatting van de kosten: maximaal 1,6 miljard.

En hier botsen de meningen van Bos en Stuiveling. In zijn reactie op het Rekenkamerrapport en in een brief aan de Kamer betwist Bos de juistheid van de berekening van 1,6 miljard. Stuiveling laat op haar beurt in vertrouwelijke gesprekken met Bos en Kamerleden én in het rapport weten: we blijven bij onze feiten.

De Kamer is geïrriteerd. De minister van Financiën weet dat hij sterk staat omdat er geen alternatief voorhanden is. De Rekenkamer zegt niet te kunnen beoordelen welke inschatting van de kosten de juiste is.

Maar de Rekenkamer heeft wél een gevoelige snaar geraakt. Keer op keer blijken de kosten voor de afwikkeling van het bankendrama hoger te zijn. Of het nu 460 miljoen meer is of niet, de belastingbetalers draaien er voor op. Laat Bos en Stuiveling samen op rekenles gaan om die prijs te berekenen.

Roel Janssen