Echte liefde wil dat je er bent en zal zijn

Geliefden kunnen niet zonder toekomst, constateert ‘liefdesprofessor’ Jan Drost.

Een beschouwing over toekomstloze liefde naar aanleiding van ‘De voorlezer’.

scene uit de film "The Perfect Man" FOTO: UIP UIP

Het is altijd riskant de verfilming te gaan zien van een boek dat je gelezen hebt. Toen ik naar The Virgin Suicides ging, hoopte ik één beeld uit het boek terug te zien. Zo niet, dacht ik, dan is dat een gemis. Maar hij zat erin, de verbeelding van de trieste zin: „Op de overloop lag een half opgegeten boterham; iemand was te bedroefd geweest om hem helemaal op te eten.”

De roman De voorlezer van Bernhard Schlink bevat een dergelijke kernzin. Aan het slot zegt een vrouw tegen de mannelijke hoofdpersoon: „Had u, als u in die laatste jaren contact met haar had, wel eens het gevoel dat ze wist wat ze u heeft aangedaan?” En gelukkig ontbreekt de vraag in de film The Reader niet.

Waarom is die vraag zo belangrijk? Omdat hij mij als lezer met terugwerkende kracht aan het denken zet. Over die merkwaardige liefde tussen de vijftienjarige Michael en de zesendertigjarige Hanna (uitsluitend beschreven vanuit Michael). Je bent geneigd mee te gaan in al die heftigheid. Vooral het begin is heerlijk en opwindend en overweldigend. Al is er dan dat leeftijdsverschil. De gedachte aan Freud dringt zich op, iets met Oedipus en zijn moeder, maar het blijft genieten. Tot die vraag aan het eind, die Michael van een geluksvogel in een slachtoffer verandert. Alsof hem als jongen iets is aangedaan waarvan hij niet meer is hersteld.

De volwassen Michael weet niet goed wat hij moet antwoorden. Hij is inmiddels getrouwd geweest en weer gescheiden. Hij schrijft daarover: „Het is me nooit gelukt om het samenzijn met Gertrud niet te vergelijken met het samenzijn met Hanna, en steeds weer lagen Gertrud en ik in elkaars armen en had ik het gevoel dat er iets niet klopte, dat er iets niet klopte met haar, dat ze, als ik haar aanraakte, verkeerd aanvoelde, dat ze verkeerd rook en smaakte. Ik dacht dat het wel over zou gaan. Ik hoopte dat het over zou gaan. Ik wilde vrij zijn van Hanna. Maar het gevoel dat het niet klopte, ben ik nooit kwijtgeraakt.”

Zijn relaties met vrouwen zijn van korte duur en gaan niet diep. Als student ziet hij Sophie terug, een oud- klasgenootje van hem, die zich eenzaam voelt. „Nadat we met elkaar hadden geslapen, merkte ze dat het me niet werkelijk om haar te doen was en zei met tranen in haar ogen: ‘Wat is er met je gebeurd, wat is er met je gebeurd.’” Een vraag zonder vraagteken, alsof ze het antwoord wel vermoedde.

Maar laten we proberen de vraag te beantwoorden. Wat is er met Michael gebeurd? Wat voor liefde was dat? Wat voor ideeën spelen hier een rol? Het is de moeite waard daar achter te komen. Omdat ik vermoed dat Michael niet het enige slachtoffer is dat dergelijke ideeën hebben gemaakt.

Maar kan hij er niet gewoon een prachtige herinnering aan hebben overgehouden? Ik zou zeggen dat hij er vooral niets aan heeft overgehouden. Omdat hem toen niets minder is ontnomen dan zijn toekomst. En zonder toekomst geen liefde.

Liefde heeft toekomst nodig. Geliefden kunnen niet zonder de dag van morgen. En niet alleen zit Michael zonder toekomst, ook van zijn heden is weinig over. Deuren en ramen zijn dichtgeslagen. Hoe kan zoiets gebeuren?

De eerste liefde in een mensenleven is die tussen moeder en kind. In de freudiaanse visie zet die ervaring zich in het kind vast als een blauwdruk of sjabloon, aan de hand waarvan het later de liefde zal zoeken. Ieder van ons heeft zijn eigen sjabloon, zijn persoonlijke bril waardoor hij hoopt te zien wat hij zoekt. Dat die bril niet zomaar afgezet kan worden, moge duidelijk zijn. Of die eerste liefde nu goed of slecht uitpakt, we zitten er voor de rest van ons leven aan vast. Zij wordt de maatstaf waarmee we onze geliefde zullen inschatten en beoordelen en al dan niet liefhebben.

De wetenschappelijke waarde van deze denkwijze doet er niet per se toe. Wat er toe doet is dat die zich wijd verbreid heeft in onze hoofden en ons stuurt en doet toehappen of wegrennen, doet strelen of slaan. Als een moderne versie van de oude noodlotsgedachte, met dit verschil dat het noodlot nu binnenin ons zit.

De liefde in De voorlezer vertoont overeenkomsten met deze visie. Behalve dat het hier geen moeder en kind betreft, maar een jongen en een vrouw, een vrouw die dan wel zijn moeder had kunnen zijn (ze noemt hem ‘jochie’) maar dat zeker niet is. Hun liefde valt te lezen als een hervertelling van de oerliefde tussen moeder en kind, maar dan met seks. Een desastreus extraatje. Een desastreuze eerste liefde. Een liefde die alle liefde onmogelijk maakt.

Door die overweldigende eerste liefde is de jongen voor de rest van zijn leven behept met een onmogelijk verlangen naar toen, met haar, met Hanna, zoals het toen was. Maar die tijd is voorbij, zij en hoe zij toen waren, voorgoed voorbij. Misschien dat daar op den duur nog mee te leven zou zijn. Maar voeg daarbij de diepgewortelde denkwijze over liefde als een zoektocht naar de eerste liefde uit je kindertijd, en met een ruk sta je met je rug naar de toekomst toe en verlang je nog slechts naar het verleden. En een liefdesverlangen dat zich uitsluitend op het verleden richt zal geen vervulling kennen, want is toekomstloos, en zal nooit de openheid voor een nieuwe ontmoeting met een onbekend mens kunnen opbrengen. Al was het maar omdat die mens, hoe bijzonder ook, de onvergeeflijke eigenschap heeft in het heden te leven.

We geloven dat die ene op ons wacht, dus zitten we met gesloten ogen en verroeren ons niet. In het gunstigste geval gaan we op pad, maar onze brillenglazen zijn mat en we zien geen mens en geen meter voor ons uit. Zo lijken wij voorbestemd om ten prooi te vallen aan toekomstloze liefde. Liefde als een terugreis zonder aankomst. Een zoektocht naar het paradijs, dat verloren is. Is er hoop? Ja, er is volop hoop, maar het is een hoop die het verleden in de toekomst verwacht.

De oudere Michael beseft dit. Hij valt in slaap, droomt en vergeet even dat Hanna niet meer leeft. „Ik werd wakker en wist weer dat Hanna dood was. Ik wist ook dat het verlangen zich aan haar had gehecht zonder dat het werkelijk betrekking op haar had. Het was het verlangen om thuis te komen.”

Levende liefde wil dat je er bent. Dat je er bent en zult zijn. De romantische idee van ‘vroeger was alles beter’ verlangt naar toen en gooit daardoor alle deuren dicht. Een dergelijk toekomstloos verlangen wordt, zoals we hebben gezien, gevoed door onze cultuur en zetelt zich, als een baby die nooit ouder wordt, maar al te graag in ons. Om daar zijn spekbenen te laten zakken en eindeloos op ons hart te trappen.

Tot nu toe ben ik nog nooit iemand tegengekomen die geen enkel voorbeeld kende van een toekomstloze liefde. Een cynicus zou zeggen dat toekomstloze liefde de toekomst heeft.

De voorlezer, Bernhard Schlink (origineel Der Vorleser, vertaling Gerda Meijerink), uitg. Ambo/Anthos. Jan Drost is filosoof en doceert aan de Hogeschool van Amsterdam het keuzevak ‘De Liefdesrelatie’.