Donner: minder loon ouderen

Recht op scholing, een verplicht loopbaanbeleid, minder vakantie- en verlofdagen en een lager salaris. Dat zijn enkele maatregelen die het voor werkgevers aantrekkelijker moeten maken om werknemers te laten werken tot 67 jaar.

Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) stuurde gisteren de notitie Arbeidsparticipatie ouderen naar de Tweede Kamer, die hij had beloofd in het kader van het wetsvoorstel over verhoging van de AOW-leeftijd.

Volgens Donner beseft het kabinet dat, als na 2020 de AOW-leeftijd stijgt, oudere werknemers in staat gesteld moeten worden zonder al te veel problemen door te werken. Nu functioneert de arbeidsmarkt voor ouderen niet goed, schrijft Donner.

Als ouderen werkloos zijn, hebben ze grote moeite met het vinden van een nieuwe baan. De kans dat een werkloze 55-plusser weer aan het werk komt, is 10 procent en voor een 60-plusser is dat 3 procent, is gebleken uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). In Denemarken en Finland gaan vier keer zoveel 50-plussers als in Nederland weer aan de slag.

Daarom wil de minister een wettelijk recht op scholing voor oudere werknemers. Daarnaast wil de minister sociale partners verplichten een loopbaanbeleid te ontwikkelen. Dit moet ertoe leiden dat werknemers die dertig jaar „zware werkzaamheden” hebben verricht, van hun werkgever een aanbod krijgen om minder belastend werk te doen, om zo door te kunnen werken tot hun 67ste.

Ook dringt Donner er bij werkgevers en vakbonden op aan een cao-beleid te voeren dat tot minder dure verlofdagen voor ouderen leidt en tot een „evenwichtiger” salarisopbouw.

In Nederland beginnen lonen relatief laag en stijgen langer, tot aan het eind van de carrière. De minister verwijst in dit verband naar de Scandinavische landen. Daar is het salaris gedurende de hele loopbaan evenwichtiger opgebouwd, zodat oudere werknemers volgens de minister niet als „duur” worden ervaren.

Commentaar: pagina 7

Achtergrond: pagina 15