De IJzeren Dames van Pattani

In drie provincies van Thailand woedt een opstand van islamitische separatisten. De regering bewapent burgers om zichzelf te verdedigen.

In haar gezellige huiskamer, met roze gordijnen en vier foto’s van de Thaise koning, laat de 51-jarige rubbertapster Ciranan Phetsi haar geweer zien. Binnen een minuut heeft ze het wapen met luid geklik geladen en legt ze aan in de deuropening. „Zelfs mijn man is bang voor me”, zegt ze.

Phetsi en haar vriendin Naiyana Kochon, een netjes gekapte en gemanicuurde huisvrouw van 39, rollen elke maand met een geweer door het zand voor een militaire training. Schieten vanuit stand of liggend, vechten met blote handen.

Ze horen bij de IJzeren Dames: een vrijwilligersgroep van boeddhistische vrouwen die bewapend en getraind wordt om hun gemeenschap te verdedigen. Elke avond staan ze twee uur op wacht bij een controlepost in hun dorp Sai Khao.

Kochon en Phetsi wonen in een oorlogszone. Hier in Pattani, een van de drie zuidelijkste grensprovincies van Thailand, woedt sinds 2004 een opstand van islamitische separatisten. Op vijf uur rijden van populaire Thaise strandplaatsen, knallen onbekende schutters leraren van hun brommers, leggen bommen bij tempels of doorzeven theehuizen met kogels. In zes jaar tijd kwamen zo bijna 4.000 mensen aan hun eind.

In het gebied patrouilleren militairen, in pantservoertuigen of met zijn tweetjes op een brommer. Ze begeleiden leraren die naar school gaan of monniken die om 6 uur ’s ochtends aalmoezen krijgen. Overheidsgebouwen laten bromfietsen buiten het hek parkeren, uit angst voor brommerbommen.

Burgers zijn al gewend aan geweld. Drie uur nadat in zijn marktkraam twee militairen en twee burgers gewond raakten door een bromfietsbom, staat Pithak Phongsuwan alweer grote hompen varkensvlees in plastic zakken te stoppen. De zaken gaan door. Niets op de drukke Tet Wiwat-markt herinnert aan de bomaanslag van een paar uur eerder.

Volgens het rapport Rule by the Gun van Nonviolence International zal bijna 6 procent van de bevolking lid zijn van een vrijwilligersmacht. Onder hen zijn dan 30.750 vuurwapens verspreid.

„Ik denk dat men vooral dacht aan het overleven van de boeddhistische minderheid”, zegt wetenschapper Srisompob Jitpiromsri van de Prince of Sonkla universiteit. In het gebied is 20 procent boeddhist, maar velen verhuisden toen ze doelwit werden van geweld. Slecht voor de Thaise overheid, die niet wil dat het zuiden helemaal islamiseert. „Het heeft gewerkt, er zijn sindsdien minder boeddhisten gedood”, zegt Jitpiromsri, die voor website Deepsouthwatch.org het geweld analyseert. „Maar wel een groter aantal moslims.”

In het dorp Jakey ligt Mohammad Sopi Daoh (19) met zijn been in het gips op een houten plank in het huis van zijn familie, dat al jaren half af is. Begin november zat hij in kleermakerszit te wachten op zijn bami, in een klein restaurantje bij zijn islamitische kostschool. Opeens hoorde hij schoten, maar hij wist niet waarvandaan. „Ik had niet door dat ik al geraakt was.”

De schutters hadden in het wilde weg geschoten in het restaurant, dat vol zat met kostschoolgangers. De kogel ging door Daoh’s heup en onderbeen. Twee van zijn vrienden waren dood. „Ik dacht dat ik me geen zorgen hoefde te maken, omdat mijn zoon veilig op een kostschool zat”, zegt Daoh’s moeder, nog geen twee uur voordat schutters niet ver van haar dorp een moslimfamilie in hun huiskamer zouden doorzeven met kogels.

Zijn dit vergeldingsacties van boeddhisten? Of ligt het ingewikkelder? De kostschool en het dorp van Daoh liggen in de ‘rode zone’, waar volgens het leger veel bewoners sympathie hebben voor de opstandelingen. Hier geen controleposten of burgerwachten om het dorp te beschermen. Volgens een religieuze leider in Jakey staat de kostschool op een zwarte lijst, omdat er separatistische ideeën zouden worden verspreid.

Wetenschapper Jitpiromsri gelooft niet dat boeddhistische burgers op eigen houtje dit soort geweldsacties uitvoeren. Het zouden facties binnen de veiligheidsdiensten zijn die burgermilities afsturen op moslims uit het netwerk van de separatisten, om hen buiten de wet om onschadelijk te maken.

Er bestaat een reëel gevaar dat het verspreiden van wapens onder burgers echt zal zorgen dat boeddhistische en islamitische burgers met elkaar gaan vechten, denken hij en waarnemers zoals Nonviolence International. Dat boeddhisten relatief meer en beter bewapend worden dan moslims, zorgt voor wantrouwen tussen gemeenschappen. I

Phetsi voelt zich dankzij de militaire training wel veiliger. In het begin was ze zo bang dat ze een ‘bodyguard’ nam: een vrouw die voor 100 baht (2 euro) met getrokken pistool achter haar stond, als ze van 1 tot 5 ‘s nachts de rubberbomen opensneed. Inmiddels heeft ze voor twee maandsalarissen zelf een pistool gekocht.

„Eigenlijk wil ik dat pistool niet aanraken, want als boeddhist mag ik niet eens een dier doden”, zegt ze. „Maar ik neem het toch mee.”