'Als producent moet je de consument niet sturen'

De crisis dwingt fabrikanten naar ‘duurzame’ producten om te zien. DSM levert die. Niet om de overdreven wereldverbeteraar uit te hangen, zegt topman Feike Sijbesma.

Nederland, Heerlen, 13/08/2008 Feike Sijbesma (1959), voorzitter raad van bestuur DSM. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Een echt mooi product van zijn bedrijf? Stanyl ForTii, zegt topman Feike Sijbesma (50) van chemieconcern DSM. Kunststof dat zelfs bij 300 graden nog niet vervormt en niet in de brand vliegt. „De meeste soorten plastics kunnen dat niet aan, hoor. En dat hebben wij uitgevonden.”

In Europa verkoopt DSM deze kunststof veel aan de autofabrikanten, die er metalen onderdelen mee vervangen. Ze dekken er bijvoorbeeld de motor mee af. Goed voor DSM, goed voor het milieu. Sijbesma: „Auto’s worden daardoor lichter, verbruiken minder brandstof en stoten dus ook minder CO2 uit.” Amerikaanse autofabrikanten hadden tot voor kort geen interesse in het product van DSM. „Gewichtsreductie? Brandstofbesparing? Dat was in Amerika geen thema de afgelopen jaren.”

Toen kwam de economische crisis. Dan daalt bij de meeste bedrijven de omzet, de winst verdampt, bedrijf moet kosten besparen en ontslaat werknemers. Zo gaat dat. Ook bij DSM. Voor milieu en ‘duurzaamheid’ is meestal geen geld meer.

Maar dat laatste is in deze crisis juist het tegenovergestelde, zegt Sijbesma, die sinds tweeënhalfjaar bestuursvoorzitter van DSM is. General Motors, Ford, met bijna alle Amerikaanse autofabrikanten onderhandelt DSM nu over hun kunststof. Dankzij de economische crisis.

Zo kan DSM doen wat het bedrijf graag wil; producten verkopen en groeien, en een bijdrage leveren aan een duurzamere wereld. DSM wil graag te boek staan als een chemiebedrijf dat goed op het milieu let. Op de website is onder het kopje ‘duurzaamheid’ onder meer het persbericht te vinden waarin DSM trots meldt dat het weer bovenaan staat in de Dow Jones Sustainability World Index, een wereldwijde ranglijst van duurzame ondernemingen. En het bericht dat DSM sinds 2007 meewerkt aan het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties.

Maar duurzaam groeien, dat klinkt als een paradox. Natuurlijk zijn aandeelhouders niet tegen het milieu. Maar ze willen toch vooral mooie winsten zien. Niettemin zegt Sijbesma dat het kan, milieuvriendelijk groeien. Levert dat dilemma's op? Niet voor Sijbesma. Het is een kwestie van afwegingen maken, zegt hij.

Feike Sijbesma heeft net gesproken op de ‘Dag van de Belegger’ die de vereniging van effectenbezitters (VEB) elk jaar organiseert. Hij hield de particuliere beleggers, van wie er velen in DSM beleggen, voor waar DSM de komende jaren kan groeien. China, India, Brazilië – er gaat volgens Sijbesma een enorme verschuiving plaatsvinden.

Er zijn miljarden mensen die willen delen in de rijkdom die wij in het Westen hebben. Zij willen ook op ons niveau gaan consumeren, zei Sijbesma. En hij vindt dat logisch en rechtvaardig. „Nu zijn honderd tot tweehonderd miljoen van de rijkste mensen nog verantwoordelijk voor een kwart van alle consumptie. En ze produceren een kwart van al het afval, terwijl er 6,5 miljard mensen op de aarde leven.”

En dat kan ook op een milieuvriendelijke wijze? Al die miljarden mensen die het westerse consumptiepatroon gaan overnemen?

„Nee, zeker niet. Al zij gaan consumeren en produceren op de manier waarop wij dat de afgelopen tientallen jaren gedaan hebben, dan is het snel afgelopen met de wereld. Maar die landen hebben ook een voordeel. Ze hoeven onze fouten niet opnieuw te maken. En ze kunnen gebruik maken van de nieuwste technologieën. Ze gaan daar bijvoorbeeld niet nog eens een heel vast telefoonnetwerk neerleggen.”

Maar uiteindelijk willen die mensen toch ook gewoon luxegoederen? Elk jaar een nieuw mobieltje, het nieuwste model televisie.

„Dat klopt. We willen allemaal wel iets aan het milieu doen, maar het moet niet ten koste gaan van onze welvaart. We moeten ons gedrag veranderen, maar ja, de wereld heeft zichzelf nog nooit afgeremd. We willen altijd meer. Dus moet je in ieder geval op zoek naar technologische oplossingen.

Zoals kunststof van DSM dat auto’s lichter maakt?

„Bijvoorbeeld.”

Maar het wordt onder meer verkocht aan autofabrikant Audi, die het bijvoorbeeld gebruikt in grote, dure auto’s. Auto’s die echt niet goed voor het milieu zijn. Hoe past dat in het duurzaamheidsbeleid?

„Je kan best meehelpen de wereld te verbeteren, en ik denk ook dat we dat doen. Maar dat kan zonder een overdreven wereldverbeteraar te zijn. Je moet daar ook niet in doorslaan. Er is vraag naar ons product, dus dan verkopen we het.”

China wordt steeds belangrijker voor DSM: 10 procent van de omzet behaalt het bedrijf tegenwoordig al in dat land en de komende jaren moet dat verder groeien. Volgend jaar wil DSM in China een omzet halen van 1,5 miljard dollar.

Kan China ook duurzaam groeien?

„Tja, daar zie je de spanning in volle omvang. Het land maakte eind november zijn CO2-doelen bekend. Ze zullen de intensiteit van de uitstoot gaan beperken. Of anders gezegd: ze gaan de extra uitstoot reduceren. Dat is de spanning tussen groei en milieu.

„Maar de wil is er ook in China. Daar staat het grootste windmolenpark ter wereld. Maar ja, ook de meeste vervuilende steenkolencentrale ter wereld. Zij zien ook wel dat groei en het milieu tegenover elkaar staan. Maar ik heb daar bijvoorbeeld al een paar keer gesproken over afvalwaterzuiveringsinstallaties. Ze willen echt.”

Er wordt toch al jaren geroepen dat het mis gaat met het milieu? Waarom zou er nu iets veranderen?

Wat liet minister Van der Hoeven van Economische Zaken vorige week weten? Dat de energierekening van particulieren met een paar tientjes omhoog gaat om de investeringen in duurzame energie te kunnen bekostigen. Midden in de crisis, zo'n boodschap. Dat is opmerkelijk, en hoopvol. Ik heb het idee dat er nu wel een echt besef is. Bedrijven letten ook op elkaar. Producenten stellen eisen aan toeleveranciers over hoe producten geproduceerd zijn.

„En bedrijven kunnen toch ook zelf ervoor zorgen dat ze minder CO2 uitstoten? Dat is de verantwoordelijkheid van een bedrijf. Als de klimaattop in Kopenhagen mislukt, dan kun je zeggen: mooi, even geen rem op de uitstoot. Dat is mooi goedkoop en we zien wel waar het schip strandt. Maar hoe leg je dat dan bijvoorbeeld uit aan je kinderen? Ja, er was geen deal, daar kon ik niets aan doen.”

Kun je als producent de consument ook sturen, bijvoorbeeld door bepaalde dingen niet te maken? U maakt ook het omhulsel van mobiele telefoontjes, terwijl u ook wel eens zegt dat het onzin is dat iedereen altijd het nieuwste mobieltje wil.

„Een producent kan heel veel doen, maar ik vind niet dat je het gedrag van de consument moet sturen. Dat vind ik te paternalistisch. Iedereen heeft een eigen rol. Moet de overheid definiëren wat overconsumptie is? Nee, dat vind ik niet. Producenten, consumenten en de overheden moeten samen een nieuwe richting inslaan.”

Maar wat doet u dan concreet als bedrijf om de wereld vooruit te helpen?

„We zijn de grootste vitaminenproducent ter wereld. En wij hebben het wereldvoedselprogramma van de VN onze kennis en hulp aangeboden. Gratis. Daar hoef ik geen moment over na te denken. Dat is zinvol. Daar heeft de wereld iets aan. Natuurlijk doe je dat. Maar dat gratis ter beschikking stellen van onze kennis en producten moet niet doorslaan. We gaan dus geen vitamines schenken aan landen en mensen die het wel kunnen betalen.”

Wat zeggen aandeelhouders van zo’n actie. Wat hebben zij er aan?

„Het rendement is nul. Als je dat te veel doet, krijg je een probleem. Dan zeggen ze; leuk, maar niet met mijn geld. Maar ik vind ook dat aandeelhouders niet alleen naar rendement moeten kijken. En ik moet niet alleen naar aandeelhouders luisteren.

„Een bedrijf is juridisch en financieel misschien eigendom van aandeelhouders, maar emotioneel ook van de werknemers, klanten en de samenleving. Er werken bij ons bijna 23.000 mensen, die een groot deel van hun leven geven voor dit bedrijf. Klanten zijn afhankelijk van ons, dus jegens hen hebben we ook een verantwoordelijkheid. En jegens de samenleving hebben we ook een verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld dat we de leefomgeving niet vervuilen.”

Als een van de weinig bestuursvoorzitters van grote Nederlandse bedrijven hoor u ik geregeld het woord rentmeesterschap gebruiken. Een overblijfsel van een christelijke opvoeding?

„Ik ben aanvankelijk katholiek opgevoed, maar met religie heeft het niets te maken. Maar het speelt wel een rol dat ik een soort rentmeesterschap heb meegekregen in mijn opvoeding. Met alle materiële en immateriële zaken, zoals geld, invloed en gezag, moet je iets goeds doen, je moet zulke zaken een doel geven. Het leven is tijdelijk, als ik er niet meer ben, is het niet meer van mij. Dus moet ik de aarde niet zo uitwonen dat de volgende generatie er niets meer mee kan.”