Waanzinnig inspirerend, soms wat nukkig

Danny Jordaan, de grote man achter het WK in Zuid-Afrika, is een vriend van de wereldvoetbalfederatie FIFA. In eigen land moest hij vechten voor zijn positie.

Het was enkele uren voor de WK-loting van vrijdag. In hartje Kaapstad stonden tienduizenden kleurrijk uitgedoste Zuid-Afrikanen klaar om een feestje te bouwen. Maar na een paar nummers hield de band plots op met spelen. Een gezelschap hoogwaardigheidsbekleders in grijze pakken nam bezit van het podium. Na een korte toesprak van FIFA-voorzitter Sepp Blatter sjokte Danny Jordaan, CEO van het lokale WK-organisatiecomité, naar de microfoon. „Danny, Danny, Danny”, scandeerde de massa. Het dak ging eraf. Een minuut lang werd de man die het WK naar Zuid-Afrika bracht toegejuicht. Licht beduusd verklaarde hij het toernooi van 2010 vast ‘geopend’.

Sinds 1998 draait Daniel Alexander Jordaan (58) overuren om de wereld ervan te overtuigen dat Zuid-Afrika prima in staat is om een van de grootste sportevenementen in de wereld te organiseren. Aanvankelijk was dat voor de gooi van Zuid-Afrika naar de organisatie van het WK in 2006. Zuid-Afrika had met Engeland en Duitsland destijds geduchte tegenkandidaten en de voormalige anti-apartheidsactivist kreeg vooral vanuit het Britse kamp te maken met oppositie die, volgens hem, „op vooroordelen was gebaseerd”.De gedoodverfde favoriet Zuid-Afrika verloor – niet van Engeland, maar van Duitsland.

Vier jaar later probeerde Zuid-Afrika het weer en opnieuw was het Jordaan die voor de lobby de wereld over reisde. Natuurlijk is er criminaliteit in Zuid-Afrika, zei hij. „Maar noem mij één land waar je dat niet hebt.” Voor de infrastructuur volgde hij de strategie van de Verenigde Staten, in 1994 WK-organisator: in Zuid-Afrika staan eersteklas sportfaciliteiten al jaren klaar, zei Jordaan. De stadions behoeven alleen een upgrade, waardoor geld overblijft om voetbal onder de gewone Zuid-Afrikanen te promoten en armere Zuid-Afrikanen naar de duels kunnen kijken.

Maar zijn belangrijkste argument voor een eerste WK op Afrikaanse bodem voert verder terug. De organisatie van het WK is voor Jordaan „de kroon op de bevrijdingsstrijd”. Na de afschaffing van de apartheid in 1994 zijn grote sportevenementen volgens hem van belang bij „het bouwen van een natie”. „Blank en zwart moeten weer trots kunnen zijn op wat hun land de wereld te bieden heeft.” In iedere toespraak die hij afgelopen week in Kaapstad hield noemde hij minstens één keer de naam van Nelson Mandela, de ANC-leider en eerste zwarte president die in 1990 vrijkwam. „Niet ik, maar Mandela heeft het WK naar Zuid-Afrika gebracht. Dit is het Zuid-Afrika waar Mandela en al die andere politieke gevangenen op Robbeneiland van droomden. Een land waar de wereld welkom is, waar de wereld de ogen op heeft gevestigd.”

Van alle mensen in de WK-organisatie kan Jordaan „het best uitleggen waarom Zuid-Afrika dit toernooi verdient”, zegt David Davies, oud-directeur van de Britse Football Association (FA). „Hij weet als geen ander de geschiedenis van Zuid-Afrika en de strijd tegen apartheid te koppelen aan de organisatie van dit WK. Er is voor hem altijd een direct verband.”

Davies en Jordaan leerden elkaar kennen toen Engeland en Zuid-Afrika tegenover elkaar stonden voor de organisatie in 2006. Nu werken ze nauw samen bij de organisatie voor 2010. Jordaan is „waanzinnig inspirerend” om mee samen te werken, zegt Davies. „Hij is iemand met een persoonlijke geschiedenis waarvoor je alleen maar ontzag kunt hebben. Hij heeft een normaal leven opgegeven om Zuid-Afrika weer een plaats in de wereld te geven.”

Die strijd begon tijdens de apartheid. Jordaan, een zogenaamde ‘kleurling’ met Frans, Duits en Afrikaans bloed, groeide op in havenstad Port Elizabeth. Hij spreekt van huis uit Afrikaans en leerde op school oude Nederlandse teksten lezen. Iedere Nederlandse journalist wordt bij een interview onthaald met een paar vloeiende citaten uit de werken van Joost van den Vondel.

Jordaan speelde kort profvoetbal en cricket, maar ontpopte zich in de jaren zeventig als sportbestuurder. Hij was de chef van de lokale voetbalbond en vice-voorzitter van de South African Council on Sport (SACOS), een belangrijk vehikel in de strijd tegen apartheid. Jordaan pleitte er namens de SACOS in het buitenland voor om de blanke sportteams van het minderheidsbewind in Zuid-Afrika uit te sluiten van internationale competitie; in eigen land probeerde hij juist gemengde sportbeoefening te bevorderen. Door die lobby was eind jaren tachtig sportgek Zuid-Afrika haast van ieder internationaal toernooi uitgesloten.

Politiek was Jordaan actief in het United Democratic Front en ondergronds in het verboden Afrikaans Nationaal Congres (ANC). In 1990, na de vrijlating van Mandela, ontsnapte hij naar eigen zeggen aan de dood toen de apartheidpolitie het vuur opende op een groep demonstranten. „Ik kon nog net over een muurtje springen”, zei hij in interviews. „Mensen schreeuwden, maar de politie bleef maar schieten.”

Na de eerste vrije verkiezingen in 1994 kwam Jordaan namens het ANC in het parlement. Daar hield hij zich vooral bezig met handel en internationale zaken, maar zijdelings ook met sport. Vanuit het parlement begon hij de nieuwe strijd om na de door hem zelf eerder bepleitte boycot Zuid-Afrika internationaal weer op de sportvelden vertegenwoordigd te krijgen. In 1997 verliet hij het parlement om zich te kunnen richten op de lobby voor het eerste WK én de eerste olympische spelen in Afrika. Een jaar later werd hij lid van het marketing- en televisiebestuur van wereldvoetbalbond FIFA. Daar kreeg hij voorzitter Sepp Blatter aan zijn zijde. Dankzij Jordaan, zeggen ingewijden, wendde Blatter al zijn invloed aan om Zuid-Afrika het WK toe te kennen.

Blatter maakte Jordaan internationaal en nationaal de bekendste voetbalbobo van Zuid-Afrika. Binnen de FIFA wordt hij op handen gedragen. Maar in de Zuid-Afrikaanse voetbalwereld is de nukkige Jordaan niet onomstreden. Een sluimerende machtstrijd met zijn grootste rivaal én nauwste collega Irvin Khoza, voorzitter van het lokale organisatiecomité, leidt geregeld tot precaire situaties.

Toen Jordaan de organisatie voor 2010 had binnengesleept en Khoza door de FIFA werd aangewezen als voorzitter van het organisatiecomité verklaarde Khoza dat Jordaan „als hij CEO wil worden een sollicitatiebrief moet sturen”. Blatter greep in om zijn vriend, die door FIFA-bestuurders geprezen wordt om zijn commerciële inzichten, voor de organisatie te behouden.

„Ze vertrouwen elkaar niet”, zegt een Zuid-Afrikaanse bondsbestuurder. „Wat er achter zit weet niemand. Ze kunnen professioneel prima samenwerken en zitten over het algemeen op één lijn over het WK, maar buiten werk wisselen ze geen woord met elkaar.”

In september kwam de strijd opnieuw tot uitbarsting toen beiden voorzitter wilden worden van de Zuid-Afrikaanse voetbalbond. Dat alleen al vond de FIFA niet ideaal: Blatter pleitte vergeefs voor uitstel. „De winnaar had zijn baan in het organisatiecomité moeten opgeven”, zegt FIFA-secretaris-generaal Jerôme Valcke. „Je moet je minder dan een jaar voor een WK alleen daarmee kunnen bezighouden.”

Bij de uiteindelijke stemming liep de strijd zo hoog op dat ruim honderd politieagenten werden ingezet om de rivaliserende kampen uit elkaar te houden. Het was de machtspoliticus Jordaan die aan het langste eind trok. Op formele gronden trok hij zich als kandidaat terug en lanceerde een relatief onbekende bondgenoot. Een woedende Khoza voorkwam een gevoelige nederlaag door zich eveneens terug te trekken.

Nu zitten de twee weer zij aan zij, maar de onvermoeibare Jordaan is het gezicht van het WK. Tijdens een persconferentie om zeven uur ’s ochtends vroeg een slaperige journalist hoe „de mens Danny” dit leven volhoudt. Licht ontregeld keek Jordaan even naar het plafond. Dan: „Je moet een einddoel hebben. Dan is het fysiek prima te doen. En eigenlijk valt het best mee. De strijd tegen witte onderdrukking duurde driehonderd jaar, dan is dit een peulenschil.”

    • Peter Vermaas