'Terughoudend minaretten bouwen'heeft ook gevolgen voor kerktorens

Een meerderheid van de Zwitserse bevolking wil een verbod op de bouw van minaretten, bleek uit een referendum. Zo ver wil SGP-Tweede Kamerlid Van der Staaij niet gaan, maar hij vindt wel dat gemeenten en islamitische organisaties ‘terughoudend’ zouden moeten zijn bij de bouw van deze slanke torens bij moskeeën.  Maar is terughoudendheid een juridisch bruikbaar begrip?

Minaretten, grote moskeeën en schotelantennes kunnen volgens de SGP bijdragen aan ‘gevoelens van vervreemding en gevoelens van aantasting van de historische Nederlandse identiteit’. Een motie waarin wordt opgeroepen terughoudend te zijn met deze ‘uitingen’ van Van der Staaij kreeg vorige week dinsdag in de Tweede Kamer nauwelijks steun.

De vraag is hoe reëel de motie bedoeld was. Want gemeenten kúnnen helemaal geen apart beleid op basis van religie voeren, zegt Arjen Konijnenberg van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. De overheid mag niet discrimineren staat in artikel 1 van de grondwet. „Er zijn gemeenten die maximale bouwhoogtes hebben afgesproken maar dat geldt dan voor alle gebouwen met een bepaalde bestemming, zoals levensbeschouwing.”

Ook de wens van het Zwitserse volk - een meerderheid van de bevolking zei in een referendum voor een verbod te zijn - zou wel eens op het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens kunnen stuklopen. Daar staat (art 9) een soortgelijke bepaling als in de Nederlandse grondwet. De president van het Europese Hof in Straatsburg Jean-Paul Costa heeft al gezegd de kwestie ´gecompliceerd´ te vinden. In Zwitserland wordt er bij nieuwe plannen alvast rekening mee gehouden. Lees hier hoe de moslims in het Zwitserse Langenthal zich opmaken voor een (internationaal) juridisch gevecht. Zij willen een minaret van slechts zes meter op hun gebedsruimte. Na Zurich, Geneve, Wangen en Winterthur zou dat de vijfde minaret in Zwitserland worden.

Kerkklokken
Het oproepen tot gebed kan in Nederland alleen aan regels gebonden worden als die voor iedereen gelden. „En je legt heel wat kerkklokken het zwijgen op als je zo’n maatregel neemt”, zegt Konijnenberg. In Tilburg procederen omwonenden al jaren tegen het luiden van de klokken om kwart over zeven ‘s ochtends. De gemeente heeft nu in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen dat het geluid van de beierende klokken niet meer dan tien decibel boven het omgevingsgeluid mag uitkomen. De Raad van State oordeelde nog niet zo lang geleden dat een  carillon in de toren van de Nederlands Hervormde Kerk in Ootmarsum binnen de geluidsnormen viel. Een omwonende had bezwaar gemaakt omdat zijn gezondheid zou lijden onder de ‘geluidsdruk’.

En in deze uitspraak uit februari 2008 verwerpt de Raad van State bezwaren van omwonenden in Gorinchem tegen de bouw van een minaret (en een moskee). Lees in overweging 2.3.1 en 2.5.1 hoe de Nederlandse bestuursrechter omgaat met minaretten. De maatstaf is of een minaret ‘stedebouwkundig inpasbaar’ is. In dit geval “wijkt de  hoogte van de minaret [...] niet af van de hoogte van kerktorens in de omgeving.”  De omwonenden vreesden dat zij “door realisering van het bouwplan in hun persoonlijke levenssfeer worden aangetast, hun uitzicht vermindert en ernstige geluidhinder door het gebruik van de moskee zal optreden. Dit heeft, naar zij stellen, aantasting van hun woon- en leefklimaat tot gevolg.” Maar dat maakte evenmin indruk. Er komt een ‘groenvoorziening’ rondom de moskee. Inkijk vanuit het gebouw  in de buurwoningen is onwaarschijnlijk, ook omdat de moskee gekleurd glas krijgt. De minaret krijgt alleen klimijzers voor  onderhoudsdoelen, en geen trap. Ook is er geen plan voor de aanleg van een ‘externe oproepinstallatie’, zodat geluidhinder niet te verwachten is. Kortom: de plaatselijke Unie van Marokkanen mocht bouwen.

Zijn er voldoende wettelijke mogelijkheden (ruimtelijke ordening: omgevingsrecht) in Nederland om aan eventuele bezwaren tegemoet te komen?