Onvrede binnen establishment Iran

Vroegere aanhangers van president Ahmadinejad en de zijnen zeggen dat het geweld tegen betogers averechts werkt.

Terwijl Iraanse veiligheidstroepen vandaag het zoveelste anti-regeringsprotest met harde hand neerslaan, vragen prominente leden van het politieke establishment hun leiders om het geweld tegen de betogers juist te stoppen. Ze willen tevens dat er een einde komt aan de vele ruzies tussen politieke kopstukken die volgens hen het land verlammen en de staat in gevaar brengen.

Demonstranten die in principe niet tegen de islamitische republiek zijn, veranderen door het politiegeweld in extremisten die het bewind omver willen werpen, zeggen politici, academici en journalisten die vroeger president Ahmadinejad steunden.

„Als je gematigden aanvalt, veranderen ze in radicalen”, zegt Amir Mohebbian, een voormalige politicus die Ahmadinejads ideologie deelt, maar kritisch staat jegens de uitvoering ervan. „Onze leiders moeten tegen de meerderheid van de demonstranten zeggen: ‘wij zijn niet tegen jullie’. Anders dreigt er gevaar voor ons politieke systeem.”

De Iraanse leiders zijn diep verdeeld sinds Ahmadinejad de verkiezingen in juni won, maar werd beschuldigd van fraude. Duizenden mensen werden gearresteerd tijdens protesten in verscheidene steden; meer dan honderd activisten zijn veroordeeld wegens een rol bij wat aanklagers een complot tegen de staat noemen.

Hoe met de aanhoudende protesten om te gaan is niet het enige meningsverschil binnen het establishment. Onlangs lukte het Iran niet om met een duidelijk antwoord te komen op de voorgestelde verplaatsing van laag-verrrijkt uranium naar het buitenland. In ruil daarvoor zou Iran hoger verrijkt uranium voor zijn reactor in Teheran krijgen. Terwijl Ahmadinejad de ruil verdedigde, waren andere leiders er juist tegen. Uiteindelijk kwam er helemaal geen officieel antwoord op de ruil, die was bedacht door het Internationaal Atoomenergie Agentschap.

„De verschillen worden groter omdat sommige leden van onze elite niet voorzichtig zijn”, zegt Saeed Aboutaleb, een voormalig parlementslid dat ooit Ahmadinejad steunde, maar nu tegen hem is. „Dit probleem lost zich niet vanzelf op, het zal juist groter worden”, waarschuwt hij in de krant Ettemaad.

Tijdens een televisiedebat in mei deed Ahmadinejad een ongehoorde aanval op de invloedrijke ex-president Ali Akbar Hashemi-Rafsanjani. Zijn kinderen waren corrupt, zei Ahmadinejad voor miljoenen kijkers.

De president en zijn aanhangers binnen de Revolutionaire garde en radicale geestelijken zijn tegen Rafsanjani’s pragmatischer ideeën over islamitisch leiderschap. Maar veel andere politici die sleutelrollen hadden tijdens de islamitische revolutie van 1979, steunen juist zijn ideeën over meer burgerrechten en minder staatsbemoeienis.

Die aanval, onderdeel van een al langer lopende campagne om Rafsanjani en zijn aanhangers in diskrediet te brengen, maakte de diepe verschillen in de top van het leiderschap voor het grote publiek duidelijk.

Rafsanjani zei gisteren dat er een „vrijere atmosfeer” in Iran moet komen. „We moeten de maatschappij leiden met logica, verstand en dialoog”, zei hij op een bezoek aan de stad Mashad.

Volgens leden van het establishment verlamt de politieke strijd de mogelijkheid om beslissingen te nemen. Ieder belangrijk besluit van de regering leidt tot een publiek gevecht.

Onlangs verklaarde president Ahmadinejad dat hij wil dat de regering het toezicht op de uitbreiding van de metro in Teheran overneemt, maar de burgemeester en de directeur van de metro wisten zich daartegen met succes te verzetten.

Het parlement, dat routineus initiatieven van de regering tegenhoudt, is het toneel van verhitte debatten over plannen zoals het uitfaseren van staatssubsidies, over nieuwe ministers en de begroting van de regering.

Opperste leider ayatollah Ali Khamenei heeft genoeg van het publieke gekibbel. Hij klaagde vorige week over een „geagiteerde atmosfeer” waarin geruchten worden verspreid, en eiste een onmiddellijk einde aan de ruzies. Gisteren werd bekend dat vier hervormingsgezinde kranten zijn gemaand niet meer over de meningsverschillen te schrijven.

Niettemin lieten Ahmadinejad en Rafsanjani vorige week verstek gaan bij een door het parlement georganiseerde bijeenkomst die de naam ‘lof voor de eenheid’ had meegekregen. „Dr. Ahmadinejad en ayatollah Hashemi-Rafsanjani zijn afwezig”, zei parlementsvoorzitter Ali Larijani. „Ik hoop dat God alles recht zal zetten.”

Volgens leden van het establishment zal dat pas lukken als er een oplossing voor de protesten wordt gevonden. „Onze revolutie en leiders krijgen hun macht van het volk”, zegt Mohammad Khoshchehreh, een voormalig parlementslid dat Ahmadinejad economische politiek verdedigde, maar nu tegen hem is. „We moeten het vertrouwen herwinnen door rationele beslissingen te nemen”, zegt hij. „Anders zullen onze leiders invloed verliezen.”

Aboutaleb, het andere voormalige parlementslid, zegt dat de regering de impasse moet oplossen. „De winnaar van de verkiezingen moet naar zijn critici luisteren en de demonstranten erkennen”, zegt hij. „Anders zal de crisis alleen maar groter worden.”