Multatuli was wél een klokkenluider

Multatuli was een belhamer, gooide de knuppel in het hoenderhok, en rechtvaardigheid was helemaal zijn ding. Allemaal beeldspraak. David ten Cate heeft er moeite mee. Hij maakt zich druk om de metafoor ‘Multatuli was een klokkenluider’ (nrc.next, 3 december). In zijn exegese is een ''klokkenluider’ iemand die geheime informatie publiceert, maar wat Multatuli in 1860 ‘onthulde’ in Max Havelaar was toen allang bekend. En dus was hij geen klokkenluider.

De dikke Van Dale definieert een klokkenluider als ‘een (ex-) werknemer die misstanden in een organisatie in de openbaarheid brengt’. Er staat niet dat een klokkenluider alléén onbekende informatie naar buiten mag brengen. Maar wat dan nog? Ten Cate stelt dat ''het nieuws’ uit de Max Havelaar allang bekend was. O zeker, een kleine elite wist ervan. Een van hen was de politiek actieve schrijver Jacob van Lennep. Hij kocht het auteursrecht van Multatuli en verzorgde een dure en gekuiste eerste druk. Al snel kregen de heren knallende ruzie, omdat Multatuli een ongekuiste tweede druk verlangde: een goedkope ‘volkseditie’.

Van Lennep weigerde: „Ik zou me voelen alsof ik mijn vaderland had verraden, wanneer ik met uw boek de schuim der natie, hier en in Indië, in beweging zou brengen, om moordenaars hun messen te laten slijpen (...) en talloze rampen over het land uit te storten.” Woorden van een klassieke anti-klokkenluider. Multatuli bereikte precies dát wat klokkenluiders nastreven: ophef, publieke verontwaardiging, schuldvraag en boetedoening.

Gijsbert van Es

NRC-redacteur