Leger van de Heer ramp voor Zuid-Soedan

Het Oegandese Leger van de Heer is versnipperd. Maar kleine eenheden terroriseren Zuid-Soedan. Daar ziet men de hand van Khartoum in het geweld.

De keuterboeren in het uiterste zuidwesten van Zuid-Soedan zijn door een panische angst gegrepen. „Een overmacht aan strijders van het Verzetsleger van de Heer viel ons aan, al het gras werd platgetrapt”, vertelt Michael Abas die zijn dorp enkele maanden geleden ontvluchtte. „Het regeringsleger van Zuid-Soedan durft het platteland niet meer op, uit angst voor het LRA”, zegt ambtenaar Jenty Williams in Yambio. Maar een veiligheidsadviseur van de Verenigde Naties doet laconiek over het militaire gevaar van de van oorsprong Oegandese rebellengroep: „Het gaat om kleine groepjes van vijf tot tien strijders, opgejaagd, hongerig en wanhopig.”

De vredesbesprekingen in 2007 en 2008 met het Oegandese LRA brachten oorlog voor de bewoners van West-Equatoria in Zuid-Soedan. Als onderdeel van het vredesproces werden naar Zuid-Soedan uitgeweken LRA-strijders overgebracht van de oostoever van de Nijl naar demobilisatiekampen aan de westkant, opdat ze niet meer naar Oeganda konden terugkeren. Toen LRA-leider Joseph Kony vorig jaar weigerde een vredesverdrag te tekenen en het Oegandese regeringsleger zijn basis in Noordoost-Congo aanviel, verspreidde de terreur zich over Congo, Zuid-Soedan en de Centraal-Afrikaanse Republiek. In Congo vielen dit jaar duizend doden en raakten 100.000 burgers ontheemd. In het Zuid-Soedanese West-Equatoria werden in enkele maanden ruim 200 mensen vermoord en raakten er 80.000 op drift.

Vrouwen en kinderen hadden Gangura al verlaten toen de LRA-aanval begon. Bewapend met pijl en boog zouden Michael en de andere mannen hun dorp verdedigen. Maar toen de aanvallers begonnen te schieten en te plunderen, namen ze de benen. „Tegen het LRA valt niet te vechten, het is te machtig.”

In de urinestank achter een bar in het stadje Yambio wacht hij met zijn twee vrouwen en negen kinderen op zijn portie bij een voedseldistributie door een hulporganisatie. „Nooit eerder had ik honger, nooit eerder was ik aan de bedelstaf. Het leven was hier goed, tijdens de ruim twintig jaar lange oorlog in Zuid-Soedan heb ik nooit hoeven vluchten.”

De meest brute rebellenbeweging van Afrika begon als verzetsbeweging in Noord-Oeganda om de belangen van het plaatselijke volk van de Acholistam te verdedigen. Maar 23 jaar later is het nog louter een terreurorganisatie van niet veel meer dan enkele honderden strijders, met ontvoerde kinderen en seksslaven in haar gelederen. Het Oegandese leger achtervolgt haar in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan en Congo, maar krijgt de leider Joseph Kony niet te pakken. „Het LRA is versplinterd, de verschillende eenheden onderhouden geen contact meer”, vertelt de VN-veiligheidsadviseur. „Maar juist die kleine groepen zijn moeilijk te vangen. De autoriteiten kunnen de bevolking niet beschermen.”

Het LRA is een ramp voor Zuid-Soedan dat van zijn eigen oorlog herstellende is. „De destabilisatie van onze regio neemt toe, we kunnen het platteland niet meer op, boeren kunnen niet meer oogsten en de voedselprijzen in de steden stijgen”, zegt Clement Mukurundere, minister van Landbouw in West-Equatoria. Hij beschuldigt de regering van Noord-Soedan ervan dat ze het LRA bewapent. „We beschikken over informatie dat Noord-Soedanese handelaren hier wapens en munitie afleveren.” Andere ambtenaren in West-Equatoria spreken over het nachtelijke gebrom van vliegtuigen die hun lading afwerpen. Harde bewijzen zijn er niet.

„Alleen door hulp van buiten heeft het LRA zo lang kunnen bestaan”, zegt een bron binnen de VN. De regering in het noordelijke Khartoum steunde jarenlang het LRA als onderdeel van een regionaal strategisch steekspel om de toenmalige Zuid-Soedanese rebellen van het SPLA en hun steunpilaar Oeganda dwars te zitten. Met het vredesverdrag in Zuid-Soedan in 2005 kwam aan die steun officieel een einde. Maar in het zicht van de verkiezingen volgend jaar in Soedan en het referendum over Zuid-Soedans onafhankelijkheid een jaar later lopen de spanningen weer razendsnel op. Volgens het SPLA, dat nu het semi-autonome Zuid-Soedan bestuurt, is Khartoum met een nieuwe destabilisatiecampagne in het zuiden begonnen met het LRA als één van zijn marionetten.

Informatie over het reilen en zeilen van het LRA sinds de aanval op zijn basis in Congo eind vorig jaar komt van Oegandese regeringsbronnen. De officiële versie luidt al jaren dat het Oegandese regeringsleger op het punt staat de groep de nekslag toe te brengen. In de Oegandese regeringskrant New Vision vertelde Charles Arop, een gedeserteerde LRA-soldaat, vorige maand: „Kony is wanhopig. Constant waren we op de vlucht. Het Oegandese regeringsleger jaagt overal op ons.”

Volgens Arop telt het LRA nog slechts 300 man. Kony houdt zich op in de Centraal-Afrikaanse Republiek en zou onderweg zijn naar de West-Soedanese regio Darfur „om daar contact te leggen met Fadil, de Noord-Soedanese regeringsmilitair die de steun aan het LRA coördineert”. De bewoners van West-Equatoria hebben daar geen baat bij. De achtergebleven strijders in hun regio zijn door de aanwezigheid van het Oegandese leger afgesneden van hun leider Kony en moeten zien te overleven in Zuid-Soedan.

„Het is een wrang lot voor de bewoners van West-Equatoria”, zegt in Yambio een hulpverlener met vele jaren ervaring in Zuid-Soedan. „De internationale gemeenschap steunde de vredesbesprekingen met de LRA-strijders en hun verhuizing naar West Equatoria. Zij creëerde dit probleem en moet nu ook de verantwoordelijkheid nemen om het op te lossen.”

    • Koert Lindijer