Kopenhagen als Lowlands voor gevorderden

Deze week trekken honderden radicale activisten vanuit Nederland naar Kopenhagen. Waarom houden zij zich in Nederland zo stil?

Over de muur van een Amsterdams kraakcafé glijdt een ijsbeer op een ijsschots voorbij. Uit zijn viool komt een droef deuntje. Dan projecteert de beamer een mannetje. „Stop!” klinkt het uit zijn getekende mondje. „Het gaat allang niet meer om ijsberen. Het gaat nu om onze beschaving.” Achter hem rolt een wereldbol de heuvel op. „Als het nog warmer wordt, bereikt de wereld zijn kantelpunt.” Nu rolt de wereldbol aan de andere kant van de heuvel af en valt brandend in een zwart gat. Het stripfiguurtje praat door: „Er komt een rattenplaag, rivieren drogen op, bossen verbranden, mensen zullen elkaar afmaken.”

In de kille ruimte kijken zo’n twee dozijn activisten – Nederlanders, Russen, Peruanen, gemiddelde leeftijd: dertig – gelaten toe. Vervolgens krijgen ze een powerpointpresentatie waaruit blijkt hoe slecht regeringsleiders het met de wereld voor hebben. Ze zien een instructiefilmpje dat leert hoe je de politie zo lang mogelijk kunt dwarszitten. En een kaart van Kopenhagen, de stad van de klimaattop van de VN. Ze leren dat ze vast maagzuurremmers moeten inslaan als remedie tegen de pepperspray waarmee de Deense politie hen zal opwachten.

Dit is gesneden koek voor de activisten. Dus geen verhitte discussies, nergens rode konen.Moet dit clubje de wereld redden? Ze zijn het alleszins van plan. Ze weten niet hoe de top zal uitpakken. Wel dat hun acties wereldwijd de nieuwsbulletins zullen halen.

In Nederland zie of hoor je ze nauwelijks. Maar avond aan avond komen milieuactivisten samen om voorbereidingen te treffen voor ‘Kopenhagen’. Daar worden tienduizenden activisten uit heel de wereld verwacht.

Uit Nederland vertrekken, behalve een trein met grote ngo’s als het Wereld Natuur Fonds (WNF), milieuminister Cramer, Kamerleden en ambtenaren, ook bussen en busjes met honderden ‘radicalen’. Zij schromen niet met geweld het gebouw van de klimaatconferentie binnen te dringen.

Waarom houden de radicalen zich in Nederland dan zo stil? „Bijna dagelijks krijgen wij verzoeken om een boom te redden”, zegt de oprichter van GroenFront, Peter (een achternaam wil hij niet geven omdat hij met de dood zou worden bedreigd). „We gaan daar niet op in. We hebben iets groters nodig om ons verhaal aan op te hangen.”

Dat verhaal luidt als volgt: het kapitalistische systeem dat gebaseerd is op economische groei, is failliet. Radicale activisten pleiten daarom voor systeemverandering en economische krimp. Maar regeringsleiders en grote milieuorganisaties willen in Kopenhagen een soort eco-keurmerk op het kapitalistische systeem plakken, zodat ze snel door kunnen gaan met geld verdienen – aldus de radicalen.

Toen Peter zo’n vijftien jaar geleden GroenFront oprichtte, verzekerde zijn omgeving hem dat het onmogelijk was om in Nederland een nieuwe actiegroep uit de grond te stampen. „Nederland zou te gezapig zijn. Die criticasters hebben we mooi van repliek gediend. Er zijn in Nederland zeker 150 mensen bereid zich voor het milieu te laten arresteren.”

GroenFront, nog steeds het enige netwerk van milieuactivisten in Nederland, draagt het predicaat ‘radicaal’ met trots. Deze activisten geloven niet in smeekbedes, lobbyen, inspraakprocedures, handtekeningenacties. In 2005 en 2006 klommen zeker honderd activisten in bomen en verhinderden zo maandenlang de kap van het Schinveldse bos in Limburg. „Directe actie is het meest effectief”, zegt Peter. „En met je poten in de modder in een bos wonen is ook veel leuker dan met flyers een rondje om de kerk lopen.”

Toch is het sinds ‘Schinveld’ rustig. „Het blijft moeilijk om in Nederland mensen op de been te krijgen”, zegt Peter. Hij denkt dat dat komt door de ‘communicatiestroom’: „Mensen krijgen al vijftig mailtjes per dag. Dan moet je niet met een flyer aankomen.”

Handtekeningen verzamelen. Demonstreren. Vastketenen. Lobbyen. De actievormen van nu verschillen niet veel van die van dertig jaar geleden. Het animo wel. In 1980 blokkeerden nog zo’n 15.000 activisten de toegang tot de kerncentrale in Dodewaard. Tegenwoordig weten mensen het verschil tussen milieu en klimaat niet meer. De massa loopt demonstraties schouderophalend voorbij. Waar is het misgegaan?

Lucas Reijnders, actievoerder en hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam, wijt het gebrek aan actiebereidheid aan Den Haag. „Lange tijd had de milieubeweging een breed draagvlak, ook politiek. We moeten een beetje voorop lopen, was het credo. Maar sinds halverwege de jaren negentig is het tij gekeerd. We moeten niet harder lopen dan Europa, werd de leuze die was ingestoken door het CDA en de VVD. Nu kleeft aan de milieubeweging het imago van de linkse kerk. Dat is niet gunstig. De affaire-Duyvendak, en niet te vergeten Volkert van der G., hebben dat imago een extra deuk bezorgd. En dat de PVV zich profileert als antiklimaatpartij maakt het ook niet beter.”

Maar gaat het dan niet beter? Dankzij campagnes van grote milieuorganisaties eten toch steeds meer Nederlanders biologische kip. De gloeilamp wordt afgeschaft. En als mensen vliegen, laten ze tegelijk een boom planten.

Radicale activisten noemen juist dit de dood in de pot. Want met individueel consumentenbewustzijn alleen redden we het niet. Mensen gaan naar de glasbak en daarmee is de kous af. Het is de spaarlamp als aflaat.

Groen zijn is mainstream geworden, zegt René Boer, initiatiefnemer van de studentenmobilisatiecampagne Broeikasgasten. „Studenten denken: ik compenseer mijn vlucht naar de Malediven en eet een biologische banaan. En ik zet een filmpje op Facebook, dan komt alles goed.”

Natuurlijk is het mooi dat je bij de supermarkt biologische Chardonnay kunt kopen, zegt Boer. „Dat is allemaal te danken aan de milieubeweging. Maar de tijd van gezellig kletsen is voorbij. Wat mij betreft gaan we in Kopenhagen een stapje verder. Al besef ik ook wel dat zo’n grote demonstratie weinig zal uithalen. Het is een soort Lowlands voor gevorderden. Maar ik heb wel degelijk een concreet doel: het bouwen van een globale milieubeweging.”

De milieubeweging lijkt in de aanloop naar ‘Kopenhagen’ samen op te trekken, maar is intern verdeeld. Een deel vindt het onjuist om naar Kopenhagen af te reizen. De schade die de reis het milieu toebrengt zou groter zijn dan het effect van hun aanwezigheid. De radicalen zouden onderling ook zijn verdeeld in een kamp dat gelooft in het zogenoemde ‘tophoppen’ (van de ene internationale top naar de volgende), en een groep die ervoor pleit de actie te concentreren binnen de landsgrenzen.

Op één punt bestaat overeenstemming: van grote milieuorganisaties als Oxfam en het WNF is geen heil te verwachten. Zij hebben hun steun uitgesproken voor de emissiehandel en zouden zo het ‘verrotte’ kapitalistische systeem legitimeren. Daarbij willen de ngo’s in Kopenhagen per se een verdrag, wat daar ook in staat. De radicalen hebben al op voorhand aangekondigd op de laatste dag van de top hun onvrede met het resultaat te uiten.

Blog over Kopenhagen op nrc.nl/klimaat

    • Leonie van Nierop