Kibbelen over Uruzgan

Het beroep dat de Amerikaanse president Obama op zijn bondgenoten heeft gedaan om meer troepen naar Afghanistan te sturen, heeft meteen tot verdeeldheid in de Nederlandse politiek geleid, niet in de laatste plaats binnen de regeringscoalitie.

De vraag is of Nederland zich geheel of gedeeltelijk moet terugtrekken uit de provincie Uruzgan, zoals was afgesproken. Hier is het nieuwe „weegmoment” waarover premier Balkenende eerder sprak.

Aanvankelijk zou het kabinet tot uiterlijk 1 maart de tijd nemen om te besluiten wat de Nederlandse bijdrage aan de internationale troepenmacht en andere activiteiten in Afghanistan nog zou worden. Inmiddels heeft premier Balkenende laten weten dat de regering eerder ‘uitgewogen’ wil zijn: voor de internationale Afghanistan-top, die eind januari wordt gehouden.

Bovendien drong de CDA-premier er bij zijn collega-ministers op aan inzake Afghanistan tot die tijd de kaken op elkaar te houden, om een einde te maken aan het publieke gekibbel. Dat verzoek deed hij niet voor het eerst en dus al eerder tevergeefs, wat erop duidt dat het gezag van de minister-president over zijn eigen kabinet op dit punt tekortschiet.

De ministers Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA), Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA), Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie), alsmede vicepremier Bos (PvdA) deden er de afgelopen dagen allerminst het zwijgen toe. Met name PvdA-leider Bos zette de hakken in het zand. Het lijkt erop dat Bos er op het ogenblik meer aan gelegen is dat de PvdA – bewindslieden en fractie – eenstemmigheid laat klinken dan dat het kabinet met één mond spreekt. Waarmee ook duidelijk is dat ‘Uruzgan’ het voortbestaan van het kabinet-Balkenende IV, met de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 niet ver weg, in gevaar kan brengen.

Nu is er eerder een motie, notabene ingediend door ChristenUnie en PvdA, aangenomen, die duidelijke taal spreekt. „Het kabinet dient vast te houden aan het eerder genomen besluit om alle Nederlandse militairen terug te trekken uit Uruzgan vóór 1 december 2010.” De motie kreeg ook de steun van SP, VVD, GroenLinks, PVV, PvdD en het lid Verdonk; een royale Kamermeerderheid. Ook is er in de motie vastgelegd dat Nederland na 2010 geen nieuwe missie in Uruzgan op zich zal nemen. Dat zijn politieke feiten, zij het dat de regering een eigen verantwoordelijkheid heeft en formeel niet gebonden is aan deze motie.

Een verzoek van de Amerikaanse president en andere NAVO-bondgenoten valt niet zomaar te negeren. De nieuwe situatie verdient een nieuwe afweging. En al zijn de Nederlandse activiteiten in Afghanistan lang niet tot Uruzgan beperkt, de positie van Nederland in deze provincie zal het hoofdpunt zijn.

Hét argument om de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan te verlengen zal luiden dat het zonde zou zijn de opgebouwde expertise verloren te laten gaan. Het ligt inderdaad voor de hand dat Nederland komend jaar wel zijn leidende rol in Uruzgan neerlegt, maar wel met een kleine eenheid bijdraagt aan de continuïteit van de daar gevoerde, en internationaal geprezen, strategie.