Hulpmiddelen

Wachtend bij de huisarts op mijn tweede griepprik bladerde ik door een van de gratis voorlichtingsboekjes die daar altijd liggen. Om mij heen zaten zwijgzame leeftijdgenoten zich ongetwijfeld, net als ik, sceptisch af te vragen of het nou wel nodig was, die tweede prik. Maar ja, baat het niet enzovoorts, en het zal je toch maar gebeuren enzovoorts. Niemand wilde nu al dood, daar kwam het ongeveer op neer.

Het boekje was van de Uitleenservice van de Amsterdamse Thuiszorg. Daar kun je verpleegartikelen en hulpmiddelen krijgen als je minder mobiel bent en toch gewoon thuis blijft wonen. Alles wordt gratis thuis bezorgd. Tja, waar klagen we in Nederland eigenlijk over?

Ik moest denken aan columnist Jelle Brandt Corstius van Trouw, die onlangs met een gebroken rugwervel in een ziekenhuis in het Russische Moermansk belandde. Hoewel hij plat op zijn rug moest liggen, gaven ze hem een bord erwtensoep dat hij amper kon eten en een glas water met een te korte tube om uit te kunnen drinken. Inmiddels is hij overgebracht naar een ziekenhuis in Helsinki, waar vrijwel niemand een woord Engels spreekt. Jelle heeft zich voorgenomen niet meer over de Nederlandse belastingen te zeuren.

„Er worden alleen kosten in rekening gebracht als de chauffeur u op de afgesproken tijd niet thuis treft en een andere keer moet terugkomen”, schrijft de Uitleenservice. Je kunt hun artikelen uiterlijk 26 weken gratis houden; pas als je ze daarna niet terugbezorgt, brengt men huur in rekening. Heb je die middelen langer dan een half jaar nodig, dan moet je even contact opnemen met de huisarts of met het Centrum Indicatiestelling. „Deze instanties kunnen ervoor zorgen dat u permanent de beschikking krijgt over het hulpmiddel dat u nodig heeft.”

Ik bladerde door met die morbide nieuwsgierigheid van iemand die tegen de doodstraf is, maar destijds toch wel stiekem een paar keer naar de executie van Saddam Hoessein heeft gekeken. Wat hadden ze allemaal in de aanbieding?

Een bedheffer of papegaai – met de bedheffer kom je gemakkelijker in bed overeind (iets voor Jelle Brandt Corstius!). Een bedtafel („eten in bed, maar ook lezen wordt hiermee eenvoudiger”). Een anti-decubitusmatras (tegen doorliggen). Een transferplank om de ruimte tussen bed en stoel te overbruggen. Een bedverhoger voor senioren die in en uit bed stappen lastig vinden. Een luchtring, een soort bril die de pijn bij het zitten verlicht.

Een toiletstoel met zachte zitting en emmer („Een uitkomst als het toilet te ver is”). Een toiletverhoger met rekje die de bril verhoogt, zodat opstaan eenvoudiger wordt. ‘Wandelstok Eiffel’ met vier pootjes, dus stabiel. Een onderarmschaalkruk als je de gewrichten in handen en polsen niet meer kunt gebruiken. Een drempelhulp. En uiteraard de good old Rollator Shopper, die stabiele loophulp voor binnen en buiten mét boodschappenmand en zitje. Met die Shopper kun je zó doorrollen naar de hemel, waar Onze Lieve Heer zonder hoofddoekje achter de kassa zit.

Ik keek nog eens goed om me heen in die wachtkamer. Binnen twintig jaar zouden de meesten van ons een of meer van deze hulpmiddelen nodig hebben. En wat deden we? Griepen over een tweede griepprik. Toen de dokter me riep, ging ik neuriënd. Het kon erger, of nee: het wérd erger.

    • Frits Abrahams