Honger verdwijnt niet met hogere landbouwproductie

In het debat over de relatie tussen biobrandstoffen en voedselzekerheid wordt vergeten dat er een verschil is in de directe en langere-termijn-invloeden van de productie van biobrandstoffen op landbouwprijzen en dat honger vaak een armoedeprobleem is.

De prijsstijging van landbouwproducten in 2007 en 2008 was een dermate complexe zaak dat het onmogelijk is met zekerheid te zeggen dat de toenemende vraag naar biobrandstoffen de belangrijkste oorzaak is geweest. Wel zegt de OESO dat deze groei verantwoordelijk is voor een kwart tot eenderde van de gemiddelde prijsstijging van landbouwproducten die de komende tien jaar verwacht wordt in vergelijking met het afgelopen decennium.

Dit is niet niks, vooral doordat biobrandstoffen hoofdzakelijk geproduceerd worden bij de gratie van overheidssteun; steun die energiebesparing en mindere uitstoot van broeikasgassen beoogt. Met huidige technologieën worden deze doelstellingen niet gehaald. Voor een lagere invloed op voedselprijzen moet het huidige biobrandstoffenbeleid veranderd worden.

De redenering dat honger verdwijnt met hogere landbouwproductie klopt ook niet helemaal. Landbouwinvesteringen en productieverhoging zijn belangrijk maar de vraagzijde van het probleem wordt over het hoofd gezien: honger is vaker een probleem van armoede dan van te weinig voedsel. Vermindering van armoede vereist hogere inkomens en breedschalige ontwikkeling in arme landen. Als de aandacht in het debat over honger en voedselzekerheid geconcentreerd blijft op investeringen in de landbouw alleen, blijft het allemaal een doekje voor het bloeden.

Loek Boonekamp

Tot voor kort werkzaam bij de OESO als hoofd van de afdeling Agrifood Trade and Markets