Goltzius maakte virtuoze en feilloze gravures

Beeldende kunst Op weg naar de Gouden Eeuw: Hendrick Goltzius en Jacques de Gheyn II. Limburgs Museum, Venlo. T/m 28/2. Inl.: 077-3522112, of www.limburgsmuseum.nl. ***

De kopergravures van Hendrick Goltzius (1585-1617) vertonen licht-donkereffecten in alle schakeringen tussen het wit van het papier en het zwart van de drukinkt. Van een afstandje dan, want wie dichterbij komt ziet dat dit resultaat is bereikt door talloze dikke en dunne, parallelle lijnen. Ze lopen kaarsrecht, meanderen vloeiend of zijn licht geknikt, maar zelden raakt er één haar directe buurvrouw. Als de sporen van een kam staan ze nu eens dicht opeen, dan verder van elkaar verwijderd; en soms kruisen ze een of meer vergelijkbare formaties. Het zijn de afdrukken van de inktgevulde groeven die de graveur heeft gesneden in de koperplaat.

Naast het talent om een overtuigende voorstelling te ontwerpen – een klus die menig prentmaker trouwens overliet aan inventievere kunstbroeders – moest de graveur beschikken over een even krachtige als secure hand, scherpe ogen of een goede bril. Goltzius beschikte er in ruime mate over, zoals duidelijk wordt uit een kleine tentoonstelling in het Limburgs Museum te Venlo. Een 35 cm hoge, ovale prent bijvoorbeeld, toont Apollo. De Griekse god is ten voeten uit, naakt en met wapperende lokken, schrijdend over de wolken afgebeeld, met in zijn hand een staf en zijn lier aan zijn voeten. Wie er met zijn neus op gaat staan ziet hoe de rondingen van het godenlijf, zoals kuiten en billen, zijn gemodelleerd door middel van een hallucinerend lijnennetwerk.

Hendrick Goltzius, uit het Duitse Mühlbracht nabij Venlo, maakte als graveur en later ook als schilder carrière in Haarlem. Hij was, in elegante, complexe voorstellingen van mythologische en bijbelse thema’s, een zeldzame virtuoos en wilde het weten ook. De ambitie spat af van de circa twintig feilloos uitgevoerde gravures en trefzekere tekeningen die van zijn hand worden getoond. Het contrast is groot met de ongeveer even grote groep geëxposeerde werken van Jacques de Gheyn II.

De uit Antwerpen afkomstige De Gheyn (1565-1626) was een leerling van Goltzius, en net als hij een buitengewoon vaardig tekenaar en prentmaker. De Gheyn zou zich later vestigen in Leiden, waar de universitaire wereld van omstreeks 1600 zich in zijn werk zou gaan weerspiegelen. Daarvan getuigt een nog geen decimeter hoog portretje van een vijftienjarige Hugo de Groot. Het literair en wetenschappelijk wonderkind is in een ovaal kader te halven lijve weergegeven. Zijn serieus fronsende, kortgeknipte kopje boven een wijde kraag richt zich tot de beschouwer. Het portret is uiterst delicaat en gedetailleerd uitgevoerd in zilverstift – een techniek die een vaste hand vereist omdat eenmaal gezette lijnen niet meer kunnen worden uitgegumd.

Alleen al uit dit kleine blad blijkt dat de kwaliteit van De Gheyns tekeningen nauwelijks onderdeed voor die van zijn leermeester. Maar diens bravoure ontbreekt, waardoor De Gheyns werk intiemer, toegankelijker is. Een prachtig voorbeeld daarvan is een tekening van een soldaat die zijn musket schoon blaast. Het blad is een ontwerptekening voor een reeks didactische illustraties van het boek Wapenhandelinghe (1608). Hoe krijgshaftig de thematiek ook had kunnen zijn, de kunstenaar heeft van de instructie het kruit zorgvuldig uit de vuurkamer van het geweer te verwijderen, een vriendelijk tafereel gemaakt. De Gheyn heeft de artillerist, met zijn bijna aandoenlijk grote pofbroek en goedmoedige gezicht, met snelle lijnen in bruine inkt en vlotte penseelstreken in grijs neergezet.

De keuze om juist deze twee kunstenaars, met werk grotendeels afkomstig uit de collectie van het Prentenkabinet van de Universiteit Leiden, in één tentoonstelling samen te brengen, lijkt toevallig. Maar misschien heeft de samensteller, de Leidse hoogleraar Gert Jan van der Sman, gelijk als hij stelt dat je door het intiemere werk van De Geyn dichter komt bij dat van de geniale Goltzius.

    • Bram de Klerck