Geen democratie, maar soldaten voor Afghanistan

Verlies in Afghanistan betekent niets minder dan een bevestiging van de jihadistische overtuiging dat het decadente Westen geen ruggengraat heeft. Leer van de fouten, stelt Arend Jan Boekestijn.

Oppenheimer, Ruben L.

Columnisten roepen dezer dagen George Orwells woorden in herinnering: de snelste manier om een einde aan een oorlog te maken is hem te verliezen. In Afghanistan heeft het Westen zo verdeeld en roekeloos geopereerd dat het wel leek of het de oorlog wilde verliezen. En dat terwijl verlies in Afghanistan enorme gevolgen heeft voor de veiligheid van het Westen.

Voor iedereen die er een genoegen in schept om Obama onderuit te halen: verliezen in Afghanistan is geen optie. Zolang Europa zijn kracht zoekt in verscheidenheid, appeasement en korten op het defensiebudget zullen we het met Obama moeten doen. Verlies betekent niets minder dan een bevestiging van de jihadistische overtuiging dat het decadente Westen geen ruggengraat heeft. Het falen van het Westen is een kolossale aanmoedigingspremie om het front te verbreden.

Mocht u nog niet overtuigd zijn: verlies in Afghanistan betekent dat de Pakistaanse jihadisten, die niet zullen rusten totdat zij het nationale kernwapen in handen hebben, bij hun strategie gebruik kunnen maken van schuilplaatsen in Afghanistan. Om in een dergelijke situatie het woord verlies achteloos in de mond te nemen, verraadt een schokkend gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel.

Wijzer is het om van onze fouten te leren. In Afghanistan hebben de VS en de NAVO gekozen voor een lichte militaire presentie. President Karzai moest dus een deal sluiten met de warlords die gunstig was voor hun economische en tribale belangen. Sommigen kregen zelfs een plekje in zijn regering, onder het motto: liever een boef in het kabinet dan in het struikgewas.

Vervolgens werd Karzai te verstaan gegeven, net als de Zuid-Vietnamese president Ngo Dinh Diem een halve eeuw geleden, dat hij moest democratiseren, hoewel dat bij het ontbreken van een loyale oppositie gelijk staat aan politieke zelfmoord. Hierdoor kwam zijn toch al zwakke positie nog meer onder druk te staan. Karzai wordt inmiddels letterlijk verteerd door paranoia. ’s Nachts rijdt de beste man met een chauffeur door Kabul in de hoop uit te vinden wat er nu echt gebeurt.

Ten slotte kreeg Karzai’s politieke systeem zo krankzinnig veel hulpgelden te verwerken dat de corruptie, die toch al welig tierde in het patrimoniale systeem, tot ongekende hoogte steeg.

In Afrika hebben wij menig politiek systeem gecorrumpeerd met ontwikkelingsgelden, maar dit alles verbleekt bij de interventie in Afghanistan. De fouten die wij in Afrika gemaakt hebben, gelden met een factor honderd voor Afghanistan.

Bij alle droefenis over dit festival van misverstanden en blunders zijn er ook een paar lichtpuntjes. In de eerste plaats is het verheugend dat Obama, na lang aarzelen, toch net als Bush heeft gekozen voor een troepenversterking. Toegegeven, 30.000 extra militairen is minimaal, en slechts de helft van waar generaal McChrystal om vroeg, maar Obama heeft ondanks hevige tegenstand vanuit zijn eigen partij toch doorgezet. Het is goed mogelijk dat deze versterking veel te weinig is om militair een doorbraak te bereiken, maar dat klinkt wat hol uit de mond van een inwoner van een continent dat slechts een klein deel van de mannen die de Amerikanen nu extra ophoesten, wil leveren.

In de tweede plaats heeft Robert Gates de uitspraak van Obama, dat in de zomer van 2011 een begin wordt gemaakt met terugtrekken, genuanceerd. Het nieuwe evangelie is nu, Ivo Daalder wees er in het tv-programma Buitenhof ook op, dat de terugtrekking alleen in de zomer van 2011 start indien de omstandigheden dat toelaten. Dat is niet onbelangrijk omdat de beroemde 3D-benadering – Defense, Diplomacy and Development – alleen kans van slagen heeft als het Westen uithoudingsvermogen heeft. En dan hebben we het dus over decennia en niet over enkele jaren.

Iedereen die denkt dat het Westen dat nooit zal willen opbrengen, heeft misschien gelijk, maar dan moeten we ook niet zeuren over de gevolgen van ernstige bondgenootschappelijke averij en een misschien wel beslissende nederlaag in de strijd tegen de politieke islam. Lijkt me geen aantrekkelijk perspectief. Bovendien bieden de alternatieven voor presentie op de grond – kruisraketten en onbemande vliegtuigjes – nog minder kans op succes. Of we het leuk vinden of niet, zonder boots on the ground gaan we dit varkentje niet wassen.

Het is de vraag of de economische crisis de Amerikanen zal toestaan om ook na 2011 een substantiële troepenbijdrage te leveren. En als zij dat niet kunnen, hebben we sowieso een probleem omdat de EU geen geloofwaardig alternatief kan bieden. Er is geen reden om ons vrolijk te maken over de economische spankracht van het land van Obama.

En ook niet over Obama’s leergierigheid. Zo heeft hij in zijn speech elke verwijzing naar de noodzaak om mislukte staten te democratiseren wijselijk achterwege gelaten. Dat is winst. Iedereen die de bloedstollende taferelen tijdens de Afghaanse verkiezingen op zich in heeft laten werken, zal opgelucht adem halen. Verkiezingen zonder sterke instituties en een loyale oppositie, met andere woorden zonder een open samenleving, zijn een recept voor instabiliteit en oorlog.

Verkiezingen in gesloten samenlevingen functioneren immers totaal anders dan bij ons. In open samenlevingen leiden verkiezingen tot verhitte gezichten, maar ook tot een verhoging van de legitimiteit, omdat de nieuwe regering de nieuwe verkiezingsuitslag weerspiegelt, hoezeer die uitslag formatietechnisch ook rampzalig kan zijn. In een gesloten samenleving leidt de dynamiek van de stembusgang tot een potentiële ondermijning van de afspraak tussen de leiders van de elite om onderling geen geweld te gebruiken. Het gevolg is dat weinigen de verleiding kunnen weerstaan om massaal stemmen te kopen. En dat is precies wat er in Afghanistan is gebeurd.

Toen tot overmaat van ramp de tweede presidentskandidaat zich terugtrok hebben de Amerikanen in pure armoede Karzai op het schild gehesen. Zijn legitimiteit is kleiner dan ooit.

Wat Afghanistan bovenal nodig heeft is stabiliteit en orde. Alleen dan is er een kans dat er een betekenisvolle relatie gaat groeien tussen centrum en periferie. Onze rol is alleen te voorkomen dat het Afghaanse regime een vrijhaven biedt aan mensen die uit zijn op de vernietiging van de westerse beschaving. Voorkomen dient ook te worden dat Pakistaanse jihadisten Afghanistan als uitvalsbasis gaan gebruiken om het regime in Islamabad om ver te werpen.

Voordat er sprake is van stabiliteit dienen wij ons vooral af te vragen voor wie wij eigenlijk een Afghaanse krijgsmacht trainen. Karzai? Lijkt me niet. Hij is een dead man walking. Er zal zich een nieuwe macht ontwikkelen die de bestaande machtsverhoudingen weerspiegelt en een 19e eeuwse legitimiteit geniet. Dat zal niet iedereen in het Westen bekoren.

De Amerikaanse optie van het financieren van tribale milities is levensgevaarlijk, maar daarom nog niet onzinnig. Als we een tribaal evenwicht in de provincie en in het centrum kunnen bereiken, zou dat heel mooi zijn.

Het alternatief, het trainen van een Afghaanse krijgsmacht, is niet onproblematisch. De huidige krijgsmacht is tribaal onevenwichtig en het is geen wonder dat eenderde deserteert. Het lijkt mij niet ingewikkeld voor de Talibaan om een dergelijke artificiële constructie te infiltreren.

Hoe het ook zij, stabiliteit kan men in Afghanistan alleen maar verkrijgen als men het Westminster-model diep in een la opbergt. Denk tribaal, praktisch, onverschrokken en beidt de tijd. Alle andere opties, democratisering, weggaan of alleen ontwikkelingshulp geven, leiden tot instabiliteit of een orde die in strijd is met de vitale belangen van het Westen.

En wat moet Nederland doen? Even geen lead nation meer zijn, herstellen en terug naar het gebied waar onze vitale belangen op het spel staan: The Greater Middle East. Dat is het gebied van Israël tot Afghanistan, inclusief Irak en Iran, en Somalië en Jemen: mislukte staten met een gevaarlijke neiging tot nucleaire proliferatie.

En voor al die mensen die denken dat het Westen de politieke wil ontbeert om deze strijd lang voort te kunnen zetten, heb ik maar één advies: zoek een veilig heenkomen onder uw bed.

Arend Jan Boekestijn is historicus en verbonden aan de Universiteit Utrecht. Vrijdag 11 december verschijnt zijn boek De Prijs van een Slecht Geweten (Aspekt),

    • Arend Jan Boekestijn