Exact weten wat de leraar weet

Nieuwe landelijke eisen moeten de gemiddelde onderwijzer beter laten spellen en rekenen. Maar andere vakken moeten daarvoor wijken.

Leraren moeten weer de essentie kennen van het onderwijs – taal en rekenen.

Studenten van de opleiding tot leraar basisonderwijs (pabo) zullen in de toekomst veel meer lesuren besteden aan deze twee vakken. Met vijf uur taal en vijf uur rekenen per week, tegen op sommige opleidingen nu twee keer een half uur, moet het afgelopen zijn met de onderwijzer die niet kan spellen of rekenen op het niveau van groep acht van de basisschool.

Vanmiddag presenteren de pabo’s en de opleidingen tot tweedegraadsleraar (voor middelbare scholen) de Kennisbasis aan staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA). Daarin staat wat toekomstige leraren moeten kennen en kunnen. Zowel de pabo als de opleidingen tot tweedegrader zijn hbo-opleidingen. Voor universitaire lerarenopleidingen gelden de nieuwe eisen vooralsnog niet.

Voor de tweedegraders, die mogen lesgeven op het vmbo en de eerste drie klassen van havo en vwo, krijgt vakkennis een prominentere plaats in het curriculum. De eisen zijn gedetailleerd – zo beschrijft de Kennisbasis dat een toekomstige aardrijkskundeleraar moet kunnen uitleggen of de theorie van cumulatieve causatie van Myrdal van kracht blijft in een mondialiserende wereld.

Het is niet voor het eerst dat lerarenopleidingen werken met landelijk vastgestelde eisen – denk aan de geschiedeniscanon. Maar deze hebben niet dezelfde status als deze nieuwe eisen, volgens beleidsadviseur lerarenopleidingen Judith Kivits van de HBO-raad. Ook betreffen die eisen slechts een beperkt aantal vakken.

De nieuwe Kennisbasis is sinds november vorig jaar ontwikkeld door docenten van lerarenopleidingen en voorgelegd aan alle opleidingen. Het lastigste punt was de vraag hoe gedetailleerd de eisen moesten worden vastgelegd, stelt opleider Marc van Zanten van de hogeschool Edith Stein en betrokken bij de kennisbasis voor rekenen-wiskunde.

De onderlinge verschillen wat betreft lesuren taal en rekenen op pabo’s zijn nu soms „enorm”, zegt Van Zanten. „De ene pabo besteedt in het tweede, derde en vierde jaar in totaal 120 uur aan rekenen. Dat is één uur per week. Maar er is ook een pabo die in die drie jaar maar 4 lesuren rekenen geeft. Ongelooflijk. We hebben dat nog even nagebeld.” Hij is tevreden met de uitkomst. „Dit biedt kansen voor niveauverbetering.”

De Kennisbasis past bij de ambities van staatssecretaris Van Bijsterveldt. Na aanhoudende klachten in de samenleving probeert zij het taal- en rekenniveau in het hele onderwijs te verhogen. Van leerlingen op basis- en middelbare scholen was al eerder vastgelegd wat ze aan het eind van hun opleiding moeten kennen en kunnen.

Omdat goed onderwijs staat of valt met een goede leraar, hebben de lerarenopleidingen Van Bijsterveldts speciale aandacht. Vorige maand kondigde ze aan dat ze overweegt de pabo in tweeën te splitsen, met aparte bevoegdheden om les te geven aan oudere of jongere kinderen.

Dat werpt de vraag op of de ambities met elkaar te rijmen zijn. Als pabo’s ettelijke uren per week extra moeten besteden aan taal en rekenen, welke vakken moeten daarvoor dan wijken? Minder geschiedenis, minder biologie? De balans is belangrijk, aldus Kivits. „Die discussie zal worden gevoerd.”

De in de Kennisbasis beschreven eisen zullen worden geëxamineerd. De studenten op de diverse lerarenopleidingen op het hbo zullen zowel aan het eind van het eerste jaar als aan het eind van de hele studie landelijk identieke toetsen moeten afleggen over de opgedane kennis.

Het is de bedoeling dat de al bestaande reken- en taaltoetsen op pabo’s straks niet langer nodig zijn. Alle middelbare scholieren moeten vanaf 2014 een rekentoets maken op het centraal eindexamen, kondigde Van Bijsterveldt onlangs aan. Die toets zou al voldoende rekenkennis bij beginnende pabo-studenten moeten garanderen.