Een Bin Laden gelaten

In de taakomschrijving van iedere columnist staat dat hij of zij tenminste één keer per jaar verplicht is de kwestie ‘waar is Bin Laden’ onder de loep te nemen. Da’s gemakkelijk, want ieder jaar, op de klok af vóór Kerst, steekt de excuusschurk van de Verenigde Staten weer even de kop op. Spreekwoordelijk dan. Alsof het Westen er zo vlak voor de kerstboodschappen altijd even aan herinnerd moet worden dat de Opperschurk nog altijd onder ons is. Onder columnisten is na acht jaar verteren en uitwerpen daarom ‘even een Bin Laden doen’ een gevleugeld begrip geworden.

Aanleiding vandaag is de bekentenis van de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates, die heeft gezegd niet te weten waar O.B.L verblijft. „Als we dat wisten, hadden we hem allang gepakt,” grapte hij erbij. Uit de mond van de Amerikaanse minister van Defensie is dat serious shit. Niet omdat zijn onthulling iemand zal hebben verbaasd, maar omdat Gates een Republikein is. Een kenmerk van Republikeinen is dat ze altijd tegen beter weten in de moed er in houden. En als Republikeinen er niet meer in geloven, wie dan wel?

Maar misschien is het onderdeel van een mentale opbouwstrategie: wat de Bushies niet is gelukt, lukt Obamarama wel – Mission Accomplished! Het nieuws van de afgelopen week was ernaar. De winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede 2009 kondigde op de valreep van zijn jaar 30.000 gevechtstroepen voor Afghanistan aan. Het is Obama menens, maar niemand kan zeggen of dat goed of slecht nieuws is. Gates herinnerde de twijfelaars er gisteren nog maar eens aan dat het uitschakelen van O.B.L en zijn terreurnetwerk het doel was van de inval in Afghanistan.

Was het dan niet op z’n minst handig geweest te weten of de goede man wel in de buurt verkeerde? Wat nou als-ie met z’n hele netwerk in een flatje in een buitenwijk van Napels bleek te zitten? Of gladgeschoren als alternatief genezer in hartje Kabul? Het ís vaker gepresteerd.

Spreken we af, tot over een jaar.

    • Floris-Jan van Luyn