Die bos is miskend

Zoet geweest? Lekkers gekregen? Ik wel. Een chocoladeletter die eigenlijk drager is voor bonbons. Iemand liet me de vulling zien die spontaan uit zijn kies was gekomen bij de aanblik van zo’n letter. Het moeten gouden dagen zijn voor tandartsen. Het lijkt me van het grootste belang om nu hartige dingen te eten. En omdat het lauw weer is mogen het ook geen zware hartige dingen zijn. We hebben al dat spek helemaal niet nodig. Toch al niet natuurlijk, maar als het vriest of anderszins bijzonder guur is dan krijg je het gevoel dat je recht hebt op spek.

Net als die jongen van de chocomelreclame. Die steekt, omdat chocomel volgens chocomel zelf het lekkerst smaakt als je buiten bent geweest, zijn hoofd uit het raam in de regen en wind. Hij kijkt tevreden als een nat blad hem in het gezicht waait en regelrecht opgetogen als de dakgoot het begeeft, pal boven zijn hoofd en hij een plons water in zijn nek krijgt, allemaal omdat zijn warme chocomel hem dan nóg lekkerder zal smaken. Terwijl iedereen met zelfs maar zeer lichtelijk verstand van zaken weet dat warme chocomel echt smerig is en dat je chocolademelk moet drinken gemaakt van cacao als je iets lekkers wilt, met een scheutje whisky erin als je net van buiten komt en iets héél lekkers wilt, en gemaakt van pure chocolade en volle melk (en een scheutje whisky) als je je net zo opgetogen wilt voelen als die jongen probeert uit te beelden.

Maar genoeg over chocolade.

Ik dacht vannacht aan iets heel anders. Aan bleekselderie.
Ik zag als het ware zo’n bos door de ruimte zweven, omkringeld met sfeermuziek en ik voelde: die bos is miskend. Die lijkt alleen maar te kunnen dienen om als één stengeltje bij te dragen aan soep of saus, altijd ondersteunend aanwezig, nooit eens een hoofdrolletje. Terwijl-ie toch in klassieke gerechten heel belangrijk is geweest – denk aan de de waldorfsalade, een verrukkelijke combinatie van bleekselderie, appel, druiven en walnoten met een iets mayonaisige dressing.

In zijn nieuwe Amerika-kookboek (van Sint gekregen?) geeft Jamie Oliver er een versie van die hij ‘Waldorf-salad my way’ noemt, maar ja, hoe eigen kun je die maken. Hij staat toch eigenlijk min of meer vast.

Ik maakte vrijdag bleekselderie-olijven salade my way. (Nu jij weer, Jamie Oliver.) Een heerlijke salade mag ik wel zeggen. Hij was een van de drie voorgerechtjes, de andere waren paprika’s in balsamico-azijn en geitenkaascrème. Goed brood erbij, flesje olijfolie op tafel en het begin van de maaltijd is in ieder geval geslaagd.

Bleekselderie-olijvensalade (voor 4 personen)

  • 4 stengels bleekselderie
  • 1 jalapeñopepertje
  • 12 groene citroen- of ansjovisolijven
  • 2 ‘snoeppaprika’s’ of een stukje zoete rode paprika
  • gedroogde oregano
  • ½ teentje knoflook
  • ¼ tl chilivlokken
  • ½ el rode-wijnazijn
  • 3 el olijfolie

Snijd de bleekselderiestengels een keer in de lengte doormidden en daarna in stukjes. Snijd de olijven in plakjes. Ontdoe het jalapeño-pepertje van zijn zaadjes (die zijn ongelooflijk heet, dus pas op voor de handen) en snijd het in kleine flintertjes. Snijd de twee ‘snoeppaprikaatjes’ (belachelijke naam maar ze zijn wel leuk om te zien en lekker zoet) of een stukje gewone paprika in kleine stukjes.

Snipper het stukje knoflook heel fijn. Doe alles bij elkaar in een schaal. Bestrooi royaal met geurige gedroogde oregano. Maak een dressing van de wijnazijn, olijfolie, de chilivlokken, peper en zout en giet die over het geheel heen.

Hussel even goed om, laat een half uurtje staan.