Didi Snellen, later Ramses

Morgen wordt Ramses Shaffy begraven. Zijn moeder, een Pools-Russische gravin, kon hem niet opvoeden. Als Didi groeide hij op in het gezin Snellen, in Leiden.

In 1951 reageerde mijn moeder op een advertentie voor doktersassistente bij dokter Snellen in Leiden. Twee jaar was ze doktersassistente, en na zijn promotie tot hoogleraar in de cardiologie werd ze zijn secretaresse in het Leids Academisch Ziekenhuis. Het was een intens samenleven met het gezin, dat bestond uit Herman, zijn vrouw Roos Snellen-van Goudoever, hun zeventienjarige dochter Aya en hun zeventienjarige aangenomen zoon Didi. Herman en Roos hadden na de gezonde Aya een zoontje kort na de geboorte verloren en later evenzo een dochtertje. Om Aya niet alleen te laten opgroeien,namen zij de zesjarige Ramses op in hun gezin. Ramses had de Franse koosnaam Didi.

Roos wist via via van het bestaan van dit jongetje in een kinderhuis in Zeist. Het huis van de Snellens lag aan het voormalige Terweepark en grensde aan het terrein van het Academisch Ziekenhuis. Er werd veel gemusiceerd: Roos zong, Herman speelde piano en Aya speelde fluit. Zij ging later naar het Haags Conservatorium. Didi kreeg thuis pianolessen, en als hij speelde, was dat een genot om naar te luisteren. Mijn moeder herinnert zich Didi als een enorme kwajongen, never a dull moment. Hij organiseerde een verjaarspartij voor de achttienjarige Aya. Mijn moeder praat nog altijd over een daverend feest aan het Rapenburg.

Toen Didi behoefte kreeg aan een plek voor zichzelf, vroeg Roos mijn moeders hulp bij de verhuizing naar zijn nieuwe onderkomen, het kippenhok in de tuin. Het was een gesleep met beddengoed en veel rotzooi. Al snel bleek Didi ’s nachts over het hek te klimmen naar het ziekenhuis om daar verpleegsters te versieren, die hij vervolgens uitnodigde in zijn kippenhok. Toen dit uitkwam, volgde al snel de verhuizing terug naar het huis.

Tussen de middag belde soms ‘la Comtesse’, Didi’s moeder uit Frankrijk. De Snellens deden wel eens alsof ze niet thuis waren en vroegen mijn moeder, die au pair in Frankrijk was geweest, haar in het Frans te woord te staan. Er kwam een waterval van vragen over hoe het met ‘le Prince’ ging. Prachtige Franse pakken en hoeden werden bezorgd in opdracht van zijn moeder. De rekening arriveerde later bij de Snellens. Tijdens een vakantie van Herman en Roos, hield mijn moeder de regie over de praktijk aan huis. Didi wilde naar Parijs en vroeg mijn moeder om vijfendertig gulden uit de kas. Toen hij dat niet kon krijgen, werd diezelfde dag de fiets van Roos gestolen en Didi vertrok alsnog naar Parijs.

Zo’n dertig jaar geleden traden Ramses en Liesbeth List op in de Hanzehof in Zutphen. Mijn moeder, bij Zutphen wonend, kwam naar de voorstelling. Na afloop ontmoette ze Ramses onaangekondigd bij de artiesteningang. Hij kwam met open armen op haar af: ‘Liesbeth, wat enig om je te zien! Wat doe je hier in godsnaam?!’

Vijftien jaar geleden had ik als stewardess bij de KLM een vlucht naar Delhi. Bij het uitstappen herkende ik tussen de stroom van passagiers Ramses Shaffy, gekleed met felgekleurde shawls en bruine leren hoed. Ik haalde hem in bij de rij van de paspoortcontrole. Hij reageerde ietwat stoned, maar met die warme gedistingeerde stem: „Wat leuk dat je een dochter bent van Liesbeth! Doe haar veel groeten!”

    • Machteld Hills-Hopperus Buma