Catalaanse deur

Ronald Koeman zal niet meer weten van onze eerste ontmoeting. Het was ook heel terloops. Ik stond te wachten in de catacomben van het stadion van Barcelona. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar Koeman was daar in die dagen assistent van trainer Louis van Gaal.

Een mannetje van de Catalaanse club wenkte me. Hij wist van mijn interviewafspraak met de keeper, Ruud Hesp. Hij wees naar een deur in de hoek van het vertrek. Daar moest ik door. Ik duwde hem open en ramde iemand. Ik verontschuldigde me meteen. De man mompelde iets en liep langs me heen.

Ik keek om. Koeman? Ja, het was Koeman. De man van de machtige vrije trap op Wembley toen Johan Cruijff Barcelona trainde. De geboren leider van een verdediging. De man ook die tijdens zijn laatste jaar als voetballer in de Kuip te horen kreeg dat hij een dikke reet bezat.

Het gaf me een merkwaardige trots. Ik had Koeman ontmoet. Weliswaar middels een ram met een formica deur, maar toch. Het ging zo snel dat ik niet weet of Koeman er iets aan over gehouden heeft. Het zal wel niet, want Spaanse kranten missen zelfs het nieuwe kapsel van hun sporthelden nooit.

Afgelopen zaterdag stond Ronald Koeman in een gang van het AZ-stadion. Er kwamen veel deuren op uit maar niemand leek aanstalten te maken om de zojuist ontslagen trainer te torpederen. Hij stond er alleen. Louis van Gaal keek vanaf fotopapier zwijgend toe.

Koeman vertelde zijn versie van de plotselinge ontslagprocedure. Met een neutraal gezicht, zoals we van hem gewend zijn. Hij zag er niet anders uit dan op het moment dat hij bij AZ was aangesteld. Ontslag en benoeming; het staat Koeman kennelijk even goed. Ajax, Benfica, PSV, Valencia, AZ. Prachtclubs. Hij heeft er getraind en is er weer vertrokken.

In december 2006 ontmoette ik hem, jaren na de act met de Catalaanse Deur, voor de tweede keer. Hij was aardig en ontspannen: „Ik ben rustig en hou van het leven.” Over Van Gaal: „Ik ben hem beu.” En over het trainersvak: „Ik zie me niet op mijn zestigste nog op zo’n bankje zitten.”

Vlak voor hij zaterdag het stadion van AZ verliet, zei hij te twijfelen of hij nog verder wilde in de voetbalwereld. Ach, hij weet: er komen vanzelf weer hengels met aas, treinen die je niet laat passeren.

Koeman liep met een volle trainingstas naar de parkeerplaats. Bekend terrein. Wat de rode loper is voor Carice van Houten is het parkeerterrein voor Koeman: afwerkplek voor het kortstondig uitbaten van je imago.

De ontslagen trainer gooide zijn boeltje in de achterbak en kroop achter het stuur. Drie fotografen gingen door de knieën, ze wilden Koeman door de ruit heen zien. Dat mocht. Ronald morrelde wat aan zijn dashboard. Misschien tikte hij wel Barcelona in als droombestemming, om alles even te kunnen vergeten.

Hij reed weg in zijn zwarte Audi, de huidige sponsor van Bayern München. Op de foto binnen in het stadion lachte Louis van Gaal in stilte, in Beieren klonk een bulderlach. Koeman toonde de achterkant van zijn wagen. Hij reed in statig tempo weg, een wolkje uitlaatgas in de fotolenzen blazend.

„Probeer om te keren!”, smeekte de stem van de tomtom.

Koeman keek wel uit.

Wilfried de Jong

    • Wilfried de Jong