Beestachtige mannen in zacht licht

Beeldende kunst Herman Gordijn: Binnenstebuiten. T/m 3/1 in Museum De Fundatie, Blijmarkt 20 in Zwolle. www.museumdefundatie.nl

Vier jaar geleden was in Zutphen en Eelde de tentoonstelling Vrouwen van Herman Gordijn te zien. Gordijn (1932) is vooral een figuurschilder, dus het overzicht van zijn tekeningen, grafiek en schilderijen met vrouwen erin was meteen ook een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre sinds 1950. Dat oeuvre wordt bevolkt door mensen die mooi van lelijkheid zijn. Als je daar alleen de vrouwelijke helft van laat zien, is een deel van de reacties te voorspellen. Wegens zijn karikaturale verbeeldingen van hoeren, kakmadammen en volksvrouwen werd Gordijn veelvuldig voor vrouwenhater uitgemaakt.

Op zijn tentoonstelling Binnenstebuiten in Zwolle hangen nu voornamelijk schilderijen en prenten van mannen. Ook die hebben meestal geen modelachtige schoonheid. Haat Gordijn dus mensen in het algemeen? Best mogelijk. Het kan ook zijn dat hij zichzelf en ons geen illusies wil maken, en de mens wil weergeven met al zijn tekortkomingen. „Het klassieke schoonheidsideaal is ook maar door mensen gemaakt”, zegt hij in de catalogus. „Wat de mensen lelijk noemen, kan mij soms sterk ontroeren.” In fysieke onvolmaaktheden blijkt vaak toch een soort schoonheid te zitten. Iets waaraan een schilder zich kan verlustigen.

Ook in Zwolle is een aantal zalen met ouder werk gevuld, maar Binnenstebuiten is vooral de presentatie van drie nieuwe doeken. In het schilderij Mooi (2009) staat een dikke, kale man in een uitdagende pose voor de spiegel. Het touwtje van zijn string verdwijnt even in een vetkwab. Een rollade van mensenheup. Maar de man geniet van zijn eigen spiegelbeeld, dus wie zijn wij om hem lelijk te noemen?

Vlees (2009) heeft ook iets spiegelbeeldigs. Een beestachtig mannelijk naakt staat naast het aan haken opgehangen karkas van een varken. We zien twee forse bilpartijen: een van de man en een van het varken. Vanuit de menselijke bilspleet slingert een wervelkolom omhoog door de gespierde rug, onder de kont van het dier is de rug open gehakt. En dan is er De drie gratiën (2009), een vrije kopie naar Rubens, met drie stevige mannelijke naakten in plaats van drie vrouwelijke.

In alle drie de schilderijen draait het om vlees. Menselijk vlees, dierlijk vlees en menselijk vlees dat aan dierlijk vlees doet denken. Spieren en kwabben, plooien en bollingen zijn door Gordijn liefdevol behandeld. De omtreklijnen zijn vaak scherp getekend en daarbinnen zijn er dan heel zachte overgangen tussen licht en schaduw. Dat zachte licht op de lijven is interessant om van dichtbij te bekijken. Er zit veel afwisseling en subtiliteit in de huidskleur. Op de lichtste plekken is een schuurpapiertje of een bijna droge kwast over het doek gehaald tot er een krijtachtig wit door de kleur heen schemerde. De verflaag is soms dik, maar het geschilderde vel is dun.

De drie nieuwe schilderijen komen voort uit een reeks van tien etsen waarbij Gerrit Komrij gedichten maakte. Die worden tentoongesteld naast kladversies van Komrij en ontwerptekeningen van Gordijn. Je ziet dus hoe de etsen zijn ontstaan uit de tekeningen en hoe de schilderijen weer op drie van de etsen zijn gebaseerd. Voor een korte documentaire is Gordijn aan het werk in zijn atelier gefilmd, en in de mooi verzorgde catalogus is de ontstaansgeschiedenis van de etsen en schilderijen nog eens gedocumenteerd. Al die kijkjes achter de schermen maken Binnenstebuiten tot een opmerkelijk project – met een goed gekozen titel.