Vulkanische eruptie na jaren van traagheid

Pop. Retribution Gospel Choir. Gezien 4/12, Kleine zaal Paradiso. ****

Gitarist en zanger Alan Sparhawk heeft roem vergaard als voorman van de groep Low, die bekend staat om het onvoorstelbaar lage tempo van zijn muziek. Lange lijnen en klanken die aangewaaid lijken te komen van over Lake Superior, waar Sparhawk en de zijnen hun domicilie hebben. Voor zijn project Retribution Gospel Choir lijkt hij zich echter met zijn rug naar de weidse watermassa gekeerd te hebben. De muziek van dit trio lijkt eerder te worden voortgejaagd door de energie van de grote stad.

Je zou zweren dat hij in deze groep alle spanning die hij heeft opgebouwd in jaren van traagheid laat losbarsten, als een vulkaan die de oplopende druk in de magmakamer ontlaadt in een verwoestende eruptie. In bijna een uur speelden de drie veelal in hoog tempo, met niet aflatende kracht. Sparhawk ranselde de akkoorden uit zijn gitaar, viel de snaren een enkele keer aan met zijn tanden, zong in het element – en liet zo het instrument razen en gieren. Hij strekte zich uit, spande zijn hele lichaam, en zong zijn regels met een blik in zijn ogen die soms aan het maniakale grensde.

In zijn uitbarstingen vond hij een geestverwant in drummer Eric Pollard, die oogde als de verwilderde tweelingbroer van Neil uit The Young Ones. Pollard bewerkte zijn kit alsof hij nog het liefste voor het einde van het concert door het podium wilde zakken. Hij zou heel goed een vorig bestaan gesleten kunnen hebben als stoomturbine, met stampende zuigers en woest rondzwierende vliegwielen. Hij joeg de muziek aan met zware, maar altijd passende ritmes; mepte van tijd tot tijd de nummers los als het energieniveau even dreigde in te zakken. Naast die twee viel bassist Steve Garrington nauwelijks op, al was zijn inbreng onmisbaar. Doorgaans kalm en vast haalde hij tegen het einde van het concert steeds meer uit, danste op de grote sprongen die hij op zijn bas maakte.

Retribution Gospel Choir speelde diverse nummers uit het repertoire van Low, zoals Take Your Time en Breaker, maar beduidend sneller. Sommige waren na iets meer dan een minuut alweer voorbij. Sparhawk stortte zich van het ene nummer in het volgende, met aankondigingen hield hij zich niet bezig. Daar stonden bizarre terzijdes tegenover. Zo wilde hij met een scheve glimlach op zijn gezicht weten of het publiek misschien nog iets te vragen of te melden had.

De werkelijke uitbarsting kwam in het voorlaatste nummer, Destroyer. Hierin nam het drietal de tijd om de spanning en het volume verder en verder op te drijven. Sparhawk veerde als een dolleman over het podium. Pollard zette nog eens extra aan op zijn drums. Het zou me niet verbaasd hebben als het publiek na afloop en masse naar buiten gestuiterd was.