Roep om roetvrije Piet klinkt weer

Twee buitenlandse kunstenaars vinden de Nederlandse Zwarte Piet discriminerend. Ze maakten er een film over en organiseerden een debat.

Hoofdpiet FOTO: Roel Jorna – naamsvermelding verplicht Sinterklaasjournaal 2008 zwarte piet Erik van Muiswinkel Jorna, Roel

Zwarte Piet is niet meer van deze multiculturele tijd, zeggen veel mensen in het filmproject van kunstenaars Annette Krauss uit Duitsland en de Zweedse Petra Bauer. Het bestaan van Piet wordt in de film Read the masks. Tradition is not given nog steeds vaak ervaren als beledigend. Piet als Sints domme knecht met dikke lippen zou verwijzen naar ons koloniale verleden en naar slavernij. Anderen zeggen weer: het feest is onschuldig. Kom niet aan onze enige overgebleven traditie.

Met deze film hebben Krauss en Bauer de discussie weer even nieuw leven ingeblazen. Het is een verslag over de commotie die ontstond nadat het kunstenaarsduo een installatie van protestborden maakte over Zwarte Piet voor het Van Abbemuseum in Eindhoven twee jaar geleden. De protestborden droegen slogans als ‘Kom maar binnen zonder knecht’, of ‘Zwarte Piet is a white man’s construction’, gebaseerd op protestbewegingen uit de geschiedenis.

De protestmars door Eindhoven die daarop had moeten volgen werd uiteindelijk afgelast. „Door angst voor geweld en de enorme hoeveelheid haatmail”, zegt curator Annie Fletcher in de film. De directeur van het Van Abbemuseum, Charles Esche, naast haar is duidelijk over zijn besluit: „Ik zag in de ogen van de politie dat ze niet konden garanderen dat het veilig zou zijn voor mensen die meelopen, dus heb ik de protestmars afgelast.”

De kracht van de film zit hem niet in de esthetiek of in zijn anti-Zwarte Pieten-standpunt, maar in de verschillende invalshoeken die voorbij komen. Zo vertelt een Surinaamse jonge vrouw dat zij Zwarte Piet juist als rolmodel gebruikte. „Ik dacht dat iedereen een hekel had aan Surinamers, maar op een bepaalde manier was Zwart Piet juist populairder.”

Na de film regent het vragen aan de aanwezige kunstenaars onder de zestig bezoekers in het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. Of ze er geen drie minuten durende YouTube-filmpjes van kunnen maken, vraagt een jongen. Of een kortere tv-film. Veel bezoekers zijn enthousiast.

Maar Kester Dixon, een oudere blanke man zegt: „De film heeft mijn mening niet veranderd. Ik begrijp de bezwaren wel, maar in mijn tijd was het een verkleedpartij en had het niks met zwarte mensen te maken”. Er ontstaat een lichtverontwaardigd gemurmel in de zaal. Veel vingers gaan omhoog, zo ook die van Surinamer Glenn Codfried, te zien in de film. „Het is bekend uit wetenschappelijk onderzoek dat de eerste Zwarte Piet een Ethiopische slaaf was. Mensen weten niet wat de geschiedenis is. Het is ook fatsoen. Met Zwarte Piet etaleer je toch je slavenverleden.” Maria Geerlings wil duidelijk maken dat ze „ wel blank is maar er alles aan wil doen om racisme te bestrijden”. Maar ze vindt ook dat „het sinterklaasfeest een uniek stukje theater is. Het enige moment in het jaar dat Nederlanders spelen en het podium opgaan”.

Een docent maatschappelijke vorming, Otmar Watson, een donkere jongeman, vindt één ding raar: „Als ik mijn bezwaren over Zwarte Piet aan mijn leerlingen uitleg dan begrijpen ze het wel, waarom begrijpen volwassenen het dan niet?” „Omdat een traditie geen traditie zou zijn als iedereen de regels zomaar zou kunnen veranderen”, zegt weer een ander. Langzaam glijdt de discussie af naar wat racisme eigenlijk is. De definities in de zaal worden vager en de stellingen extremer.

Volgens de kunstenaars („Ook wij zijn niet perfect”) bestaat „racisme in alle culturen. Het is een soort blinde vlek, ook in de Nederlandse cultuur. En Zwarte Piet is zo’n blind spot.”