Ontsporend gen veroorzaakt hersenkanker bij kinderen

Medulloblastoom, een hersenkanker bij kinderen, ontstaat door abnormale activiteit van het gen Atoh1. Dit gen speelt vóór de geboorte een centrale rol bij de ontwikkeling van de kleine hersenen. Als het daarna verhoogd actief blijft, ontstaat deze kanker. Volgens de onderzoekers uit Houston die dit ontdekten, moet het mogelijk zijn om de tumorgroei stil te leggen door Atoh1 uit te schakelen. Ook het afremmen van de groei biedt perspectief, omdat medulloblastomen vrij goed te behandelen zijn zolang zij niet zijn uitgezaaid (Science, 4 december).

Medulloblastomen ontstaan uit de voorlopers van korrel- of granulecellen, een van de belangrijkste typen zenuwcellen in de kleine hersenen (cerebellum). Deze voorlopers delen tijdens de embryonale ontwikkeling gestaag. Hun nakomelingen differentiëren tot granulecellen, waarvan er zijn uiteindelijk zo’n tien miljard nodig zijn. Deze ontwikkeling voltrekt zich grotendeels vóór de geboorte maar loopt door tot enige tijd daarna. Voor een goed verloop ervan moeten de delingsactiviteit en processen die tot differentiatie leiden met elkaar in evenwicht zijn.

Dat het Atoh1-gen hierbij onmisbaar is, was bekend. Het gen codeert voor een transcriptiefactor die andere bij dit proces betrokken genen activeert of juist afremt. Ook was al eerder vastgesteld dat het gen abnormaal actief is in de meest agressieve vorm van het medulloblastoom. De tumoren ontstaan echter pas na de geboorte. Of de verhoogde Atoh1-activiteit de oorzaak van de tumorgroei is of een bijkomende factor is moeilijk te onderzoeken. Bij de gebruikelijke knock-outmethode om bij muizen een gen uit te schakelen, zouden de dieren het als embryo al zonder Atoh1 moeten stellen. Dat overleven ze niet. Daarom bedachten de onderzoekers een kunstgreep waarmee ze dit gen pas drie dagen na de geboorte konden stilleggen. De voorlopercellen hielden op met delen, maar de cellen waarvan de differentiatie tot granulecel op gang was gekomen, maakten die wel af. Atoh1 houdt dus blijkbaar de vorming van nieuwe cellen in stand, maar heeft geen directe invloed op hun differentiatie. Bij abnormaal hoge activiteit van Atoh1 worden dus veel meer cellen gevormd dan er tot granulecel kunnen differentiëren en ontstaat het medulloblastoom.

Omdat deze tumoren doorgaans pas ontstaan op een leeftijd dat de aanleg van de kleine hersenen zo goed als voltooid is, lijkt het mogelijk om medulloblastomen te behandelen door Atoh1 stil te leggen, zonder de ontwikkeling van de kleine hersenen te schaden. Huup Dassen

    • Huup Dassen