Klimaat als groeimarkt

Bijna was Alstom failliet. Minister Sarkozy greep in. Onder president Sarkozy heeft de private onderneming de draai helemaal gemaakt: ‘klimaatvriendelijk’. Een wereldmarkt – voor Frankrijk.

Het eerste wat opvalt aan de elektriciteitscentrale in Schwarze Pumpe is dat hij er zo schoon uitziet. Alsof de groene, blauwe en metalen buizen met een poetsdoek opgewreven zijn. Het metalen plaatje aan de cilinder blinkt.

‘Alstom 2007’ staat erop. Proefinstallatie opvang CO2. Eigenaar van de centrale: Vattenfall. Het Zweedse staatsbedrijf dat onlangs de Nederlandse energiemaatschappij Nuon overnam. Het Franse concern Alstom, aan de beurs genoteerd, levert de technologie.

Dan dringt pas goed door wat onderzoeksleider Frank Kluger van Alstom eigenlijk aan het vertellen is, in de frisse herfstlucht van het dorpje bij Cottbus, in de voormalige DDR. Zijn jas hangt open. Hij gaat zo op in zijn verhaal over de „centrale van de toekomst”, dat hij de kou niet voelt. „Technisch gesproken zijn wij hier zo langzamerhand klaar om CO2 af te scheiden en op te slaan”, zegt Frank Kluger. „Maar we hebben hier geen afspraken met de burgemeester kunnen maken over opslag.”

Op een van de verst ontwikkelde pilots in Europa om CO2 af te scheiden, wordt het broeikasgas drie weken in een container bewaard en dan pfft, gaat het de lucht in.

‘Klimaatvriendelijke energie’ is een groeisector waarover in de aanloop naar de klimaattop die maandag in Kopenhagen begint zo veel gesproken wordt, dat je zou vergeten hoe jong die is. De techniek is nog in de proeffase.

Iedereen heeft haast. Wie het eerst op de meest goedkope en massale manier ‘klimaatvriendelijke energie’ kan maken, wacht geld. Alstom is een van de concerns die wereldwijd in de slag zijn om ‘groene’ technologie te ontwikkelen en leveren, net als het Duitse Siemens of het Amerikaanse General Electric. Het Franse concern is ook het bewijs van de snelle omslag die de Europese sector de afgelopen jaren heeft doorgemaakt.

In 2004 stond het conglomeraat, ook bekend als de producent van tgv’s en trams, nog op de rand van een faillissement. Nu is het een van Frankrijks meest strategische bedrijven, een ‘groene’ reus in energie en transport. Bedrijven als Alstom en zijn Duitse concurrent Siemens laten zien welke economische belangen Europa heeft bij ambitieuze afspraken over het klimaat.

Hoe de ‘groene’ markt zal groeien hangt onder meer af van de precieze afspraken die volgende week in Kopenhagen worden gemaakt. Andreas Wittke, directeur Duitsland van Alstom, vindt vooral belangrijk welk ijkjaar in Kopenhagen zal worden afgesproken om de vermindering van de CO2-uitstoot aan af te meten.

Wordt het 1990, zoals de Europese Unie voorstelt, dan gaan voor Alstom en de concurrenten in de energiesector enorme markten open, met overheidssteun.

Wordt het 2005, zoals de Amerikanen willen, dan is in de Verenigde Staten al nauwelijks CO2-opslag nodig. „De VS lopen zo achter, dat zelfs efficiencywinst op bestaande centrales dan al voldoende kan zijn om de doelen daar te halen”, denkt Wittke.

Alstom kijkt vooral de andere kant uit: het is belangrijker wat China doet. Daar ligt 60 procent van de markt voor het Franse bedrijf. Daar moeten dagelijks CO2-zuinige centrales worden gebouwd. Technologieoverdracht, een van de belangrijke Chinese wensen in Kopenhagen, is voor de energietak van Alstom geen probleem. „China is voor ons nu eenmaal geen exportmarkt”, zegt Wittke. „Wij zitten daar als een Chinees bedrijf. Kennis dragen we over aan onszelf.”

Alstom is een bedrijf om in gedachten te houden wanneer de Franse president Sarkozy en zijn minister van Ecologie, Jean-Louis Borloo, de wereld afreizen om allianties te sluiten met Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen voor Kopenhagen. „Juist de landen die het meest onder de ontregeling van het klimaat lijden, hebben het grootste groeipotentieel”, zei Borloo in Afrika. Financiële hulp voor ontwikkelingslanden is ook een eerste stap op een veelbelovende markt.

Koopman-dominee Sarkozy belooft technologische kennis aan opkomende landen. Kernenergie en windmolens voor iedereen. Maar wel van Franse makelij. Topbestuurder Kron van Alstom is op zulke reizen bijna altijd mee. Sarkozy en Kron kennen elkaar goed.

April 2004. De nieuwe Franse minister van Financiën en Economie speelt het hard. Hoe streng eurocommissaris Mario Monti (Mededinging; november dat jaar opgevolgd door Neelie Kroes) ook waarschuwt dat staatssteun uit den boze is, Nicolas Sarkozy – want hij is die minister – is vastbesloten het naderende failliet van Alstom af te wenden. „Ik laat zo’n boegbeeld van de Franse industrie niet vallen”, zegt hij. En ook: „De staat moet een industriële visie op de globalisering hebben. We hebben Alstom de komende jaren nodig.”

Uiteindelijk pompt Parijs 700 miljoen euro in Alstom, goed voor een aandeel van 21 procent en de redding van het conglomeraat. De nieuwe topbestuurder, Patrick Kron, saneert en investeert. Er verdwijnen in drie jaar 55.000 van de 110.000 banen, deels door het afstoten van onderdelen als de netwerkdivisie T&D aan Areva.

De hoofdtakken energie en vervoer blijven over: Alstom Power en Alstom Transport. Er wordt extra vaart gemaakt met het programma om een opvolger van de tgv te produceren, de agv (Automatrice à Grande Vitesse). De energietak gaat aan de slag met nieuwe technieken om efficiënter en schoner energie te produceren.

Twee jaar later verkoopt de staat zijn aandelen aan de bouwgroep Bouygues, en houdt hij 1,3 miljard euro over. Alstom maakt weer winst. In 2008 presenteert het bedrijf in La Rochelle de agv aan president Sarkozy.

Topman Kron zegt sinds 2007 dat hij wel geïnteresseerd zou zijn in overname van Areva, de Franse kerncentralefabrikant, samen met Bouygues. Deze week is Alstom samen met het eveneens Franse Schneider Electric door de Franse staat uitgekozen om netwerkdivisie T&D van Areva over te nemen, in waarde twee vijfde van het bedrijf. Dezelfde T&D-divisie die Kron vijf jaar geleden noodgedwongen aan Areva verkocht. Alstom Power, de grootste tak, zag zijn bestellingen in het eerste half jaar met 54 procent dalen, maar het vertrouwen is niet aangetast.

Bij Alstom kent iedereen het abc voor groene reuzen. Ruim 40 procent van de CO2-emissie in de wereld komt van de energieproductie, 24 procent van transport. Overige industrie en andere sectoren zijn goed voor 35 procent. In de strijd tegen de opwarming van de aarde bedeelt Alstom zich dus een belangrijke rol toe: trams en treinen in de transporttak (eenderde van de groep), ‘klimaatvriendelijke energie’ voor de andere tak, de energie.

De belangen zijn niet altijd zonder spanningen, al was het maar omdat niemand ervan uitgaat dat de wereld mínder energie zal verbruiken. „Trams op batterijen om energienood op te vangen? Sorry, maar dáár geloof ik niet in”, zegt François Lacôte, technisch directeur van Alstom Transport. Sommige trams rijden stukjes op batterijen om stadsgezichten te beschermen, andere trams doen het zonder bovenleiding. Beheer van lawaai, uitzicht en de steeds volle ruimte in de stad horen ook bij de strijd tegen vervuiling, zegt Lacôte.

Voorlopig is collectief vervoer per spoor zelf de energiebesparende oplossing, zeker nu het Europese hogesnelheidsnetwerk zich begint te ontwikkelen. „Het merkwaardige met het spoor is dat het er eerder was dan auto en vliegtuig, maar pas nu het vervoermiddel van de toekomst wordt.” Lacôte, al dertig jaar lang betrokken bij de ontwikkeling van de tgv, denkt dat de opvolger agv, met een snelheid van 360 kilometer per uur, het vliegtuig in een continent als Europa steeds meer zal verdringen. „Straks zal iedereen inzien dat het crimineel is om het vliegtuig te nemen voor minder dan 1.000 kilometer. Dat gaan wij straks met de trein binnen drie uur doen.”

Hoewel sneller, claimt Alstom een fikse energiewinst voor de agv door lichter materiaal en andere technische verbeteringen. Lacôte kan zich voorstellen dat toekomstige hogesnelheidstreinen in het oosten van China, of wellicht ooit in de VS, nog wat sneller zullen rijden dan 360 km per uur.

In afwachting van de klimaatvriendelijke burger richt Alstom zich op ‘klimaatvriendelijke energie’: maar was is dat? Alle energie met geen of weinig CO2-uitstoot, zegt de Belgische directeur CO2-businessontwikkeling van Alstom Power, Philippe Paelinck. Hij somt het rijtje energiebronnen op waar Alstom zijn hoop op vestigt. Niet alleen van hernieuwbare energie uit water, wind, zon en getijden („Kalme brandingen zijn een interessante nichemarkt op wereldschaal”).

Ook kernenergie hoort erbij – CO2-uitstoot, niet nucleaire afvalproductie is het criterium voor klimaatvriendelijkheid. „Wij zijn nu bezig in snel tempo een sector die twintig jaar heeft liggen dutten op te schudden. Er ontbreekt een hele generatie ingenieurs.” Hier en daar wordt gefluisterd dat Alstom de strijd wil aanbinden met Areva om betere technologie te leveren voor de toekomstige generaties kerncentrales.

Ook kolencentrales moeten ‘klimaatvriendelijk’ worden. Dat kan alleen door een combinatie van twee verbeteringen: zuiniger produceren en de overgebleven uitstoot van CO2 afscheiden en opslaan. Vooralsnog verdient Alstom vooral geld met de aanpassing van oudere centrales. CO2-opslag is problematischer: het is nog altijd te duur en het ontbreekt aan duidelijke regels en overheidssteun voor opslag. Van Barendrecht tot de Noordzee en Zuid-Afrika wordt alvast gezocht naar geschikte opslagplaatsen. De meeste landen hebben nog geen regels voor de opslag. Maar geld is het grootste probleem. „Er zou even sterke overheidssteun voor CO2-opvang en -opslag moeten komen als voor windenergie”, vindt Paelinck.

Volgens hem is de opvang en opslag van broeikasgas CO2 bij kolencentrales „onmisbaar” om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden. Hij relativeert het belang van de VN-klimaatconferentie. „Welke afspraken er in Kopenhagen ook gemaakt worden, het belangrijkste is dat de bal rolt. Het is ongelooflijk wat er sinds twee jaar overal in de wereld gebeurt.”

Alstom heeft sinds 2007 een eigen team van onderhandelaars, geleid door de voormalige Britse topambtenaar en klimaatspecialist Joan MacNaughton, dat in landen als de Verenigde Staten, China en Australië en ook in de Europese Unie betrokken is bij wetgeving voor de energiesector. „Het gaat om investeringen en vernieuwingen die jaren kosten”, zegt Paelinck. „De regels die nu gemaakt worden zijn bepalend voor de technieken die over tientallen jaren nog bepalend zullen zijn.”

De techniek om CO2 af te scheiden staat nog in de kinderschoenen. De proefinstallatie Schwarze Pumpe, aan de Duits-Poolse grens, is een van de verst gevorderde proeven in de wereld met de afscheiding van CO2 tijdens de energieproductie.

Vanaf 2020 kan de toepassing dan op grotere industriële schaal gaan werken, volgens Hubertus Altmann, de betrokken Vattenfall-directeur. Anderen verwachten dat het nog wel wat langer duurt voor de opvang en opslag van CO2 echt kan helpen de opwarming van de aarde te beperken.

Alstom werkt wereldwijd mee aan tien proeven met opvang en opslag van CO2. Bij New Haven (West-Virginia) is Alstom betrokken bij de vorige maand begonnen Amerikaanse proef met afscheiding en opslag van CO2 bij een kolencentrale van American Electric Power. Vanaf 2015 kan Alstom de markt op met CO2-afscheidingscentrales, liet topbestuurder Philippe Joubert van Alstom Power toen horen. Dat is het jaar waarin Vattenfalls grotere opvolger van Schwarze Pumpe af moet zijn. De bouw in het dorpje Jänschwalde, eveneens bij Cottbus, begint pas volgend jaar.

    • René Moerland