In Dubai waait het zand over onverkochte SUV's

Ook Dubai is getroffen door de recessie. Ondernemers blijven hopen op betere tijden. ‘Alles wat er vandaag staat, staat er morgen ook.’

Labourers work at Mina Seyahi in Dubai December 2, 2009. Dubai nationals were alarmed by the fallout from the emirate's debt standstill, but many hope the crisis may stem the torrent of foreigners into the conservative Gulf Arab city, where locals are outnumbered ten to one. To match Analysis DUBAI/EMIRATIS REUTERS/Ahmed Jadallah (UNITED ARAB EMIRATES BUSINESS EMPLOYMENT) REUTERS

Taxichauffeur Naeem Assaam hangt lamlendig tegen de deur van zijn auto, die geparkeerd staat langs weg 318 in Al Quoz Industrial Zone 2. Dit is de achterkant van Dubai, met kampen voor arbeiders en een enorme cementfabriek. Verderop in de straat staat een partij onverkochte SUV’s op een parkeerplaats onder een laag woestijnzand.

Een paar uur heeft Assaam het twee kilometer verderop geprobeerd bij de luxueuze Mall of the Emirates, een winkelcentrum met een overdekte skihal en dure hotels. Eén ritje kreeg hij maar. En dat was nog een korte ook, zucht de Pakistaan. Door zijn dikke hangsnor lijkt Assaam (40) nog sipper dan hij is. „Vrijdag is hier een vrije dag, dan is het altijd stil”, zegt hij. „Maar de economie helpt ook niet mee.”

Wat lang voor onmogelijk werd gehouden is nu toch gebeurd: de wereldwijde recessie heeft Dubai, het groeiwonder van het afgelopen decennium, hard geraakt. In de woestijn staan tienduizenden half afgebouwde villa’s. De grijze betonmuren steken af tegen de glinsterende wolkenkrabbers aan de horizon. Aan het strand staan tientallen woontorens compleet leeg. Andere flats zijn maar voor de helft bewoond. Daar komt nog eens bovenop dat het emiraat vorige week bekendmaakte een schuld van 59 miljard dollar (39 miljard euro) niet tijdig te kunnen aflossen, wat leidde tot paniek op beurzen wereldwijd en grote reputatieschade voor het emiraat.

Juist wanneer taxichauffeur Assaam sip is, komt hij graag naar dit industrieterrein, waar de duizenden Indiase, Pakistaanse, Thaise en Chinese bouwvakkers, portiers, keukenmeisjes en winkelbediendes wonen die het emiraat draaiende houden. Hier wonen ook Assaams vrienden, die hij leerde kennen toen hij zelf cement mixte en ook in een woonbunker van een bouwbedrijf woonde.

Vervolg Dubai: pagina 17

Assaam is blij dat hij geen bouwvakker meer is

Nu hij taxi’s rijdt, een trede hoger op de arbeidsladder in Dubai, huurt hij een stapelbed in een oude wijk van de stad. Samen met vijf kamergenoten.

Assaam is blij dat hij geen bouwvakker meer is. Een taxichauffeur verdient beter: 3.500 dirham (640 eur) per maand vergeleken met 700 dirham. En veel bouwprojecten liggen stil. „Die jongens hebben het zwaar. Maar ik heb het ook niet makkelijk”, zegt hij. Hij verdient al drie jaar hetzelfde bij het taxibedrijf terwijl de prijzen in Dubai omhoog zijn geschoten, ook die van de autogarage. En hij heeft een buikje gekregen. Vroeger was hij sterk en fit, zegt hij.

„En nu is het al maanden rustig. Maar ik moet evenveel geld naar huis sturen”, zegt hij. „Anders denken mijn broer en moeder dat ik hier een beetje loop te zuipen en neuken.” Doet hij dat dan? „Nee. ik werk zeven dagen per week, twaalf uur per dag.” Waarom gaat hij niet terug nu het tegenzit? De vrouw zoeken die hij zo begeert? „Naar Pakistan?”, snoeft hij. „Wat moet ik daar? Dat is pas ellende. We moeten gewoon hier verder. Mohammed bin Rashid Al Maktoum, de grote heerser, is een slimme man. Hij bedenkt wel wat.”

Dat de Al Maktoums goed zijn in het bedenken en uitvoeren van het onmogelijke hebben ze eerder bewezen. Al kort nadat er in 1966 olie werd ontdekt in Dubai besefte de vorige heerser sjeik Rashid bin Saeed al Maktoum dat de oliereserves beperkt waren. Het ging nooit genoeg geld opleveren om de bevolking rijk, tevreden en onderdanig te houden.

De sjeik wilde de beperkte oliedollars niet over de balk smijten. Hij gebruikte het geld om middenin de woestijn een vrijplaats voor toerisme en vermaak te creëren in het conservatieve Golfgebied. „Dat is gelukt, maar het was geen tastbaar product”, zegt Jim Krane over de telefoon. Hij schreef onlangs een boek Dubai: The story of the world’s fastest city (Atlantic Books 2009), over zijn jaren als journalist in Dubai. Ook werkte hij voor de Executive Office, de adviesraad van sjeik Mohammed. „Dubai beschikt niet zoals Abu Dhabi over ruim acht procent van de bewezen olievoorraad ter wereld”, zegt Krane. „ Dat is een altijd gevulde spaarpot.”

De sjeiks hadden een plan: Dubai ging Free Zones opzetten, afgebakende stadsdelen waar een deel van wetten van de Verenigde Arabische Emiraten niet gelden. In de zones hoeven bedrijven niet voor 51 procent in bezit te zijn van een Emirati. Bedrijven kunnen er vastgoed bezitten, net zoals in de toeristische zones. En bedrijven hoeven niet 10 procent vennootschapsbelasting te betalen.

Er is Media City, voor de internationale pers die naar Irak, Afghanistan, Libanon, Somalië en Soedan moeten. Er is Health Care City, voor medisch toerisme. Sinds 2004 heeft Harvard er een academisch ziekenhuis, een feit dat op haast elk straatbord in de buurt wordt onderstreept. Medische toeristen en hun families kunnen verblijven in de grote hotels rond de ziekenhuizen. De reis naar Dubai kunnen ze maken met luchtvaartmaatschappij Emirates, gezien de constante stroom vliegtuigen van de maatschappij die over de stad scheren als ze opstijgen.

Er is ook Jebel Ali Port, een gigantische container- en petroleumhaven, waarmee Dubai een van de grotere havens ter wereld is geworden. En zo zijn er nog ruim dertig vrijhandelzones.

De meest ambitieuze zone is ongetwijfeld het Dubai International Financial Centre. De officiële doelstelling is simpel: dezelfde statuur bereiken als de financiële centra Londen, Hongkong en New York. Vanuit Dubai kunnen banken de hele Golf bestrijken. En qua tijdszone valt Dubai tussen Azië en de VS in. Dat moet gunstig zijn voor de beurshandel. Zelf spreekt het DIFC graag van een ontbrekende schakel in de handelsdag. Van de koffiebarretjes tot de kantoren, alles lijkt op de Amsterdamse Zuidas, behalve de openbare gebedsruimte in het trappenhuis van de parkeergarage.

Het DIFC heeft zelfs zijn eigen wetboeken laten schrijven, gebaseerd op regels die gelden in Hongkong, Singapore en de Londense city. Het recht wordt gehandhaafd in een eigen rechtszaal. Rechters worden eens per drie maanden ingevlogen. En als er een spoedeisende zaak is, kunnen ze die volgen via de webcams die in de zittingzaal hangen.

De economie van Dubai draait voor een kwart op toerisme, voor eveneens een kwart op handel, voor nog eens een kwart op bouw en vastgoed, voor eentiende op financiën en voor de rest nog wat op oliehandel en retail, meldt de schrijver Jim Krane. „De bouw ligt nu op apegapen”, zegt hij. „Dat hoeft niet rampzalig te zijn, er zijn genoeg andere sectoren.”

Maar niet alle plannen van de sjeiks lopen gesmeerd. Het financieel centrum lijkt een uitgekiende formule. De grote banken hebben dan ook een kantoor in het DIFC, dat in 2004 de deuren openden. Maar de effectenhandel wil met 17 noteringen niet echt floreren. En als gevolg van de kredietcrisis zijn de omgevallen zakenbanken weer verdwenen.

Daar komt nu bij dat het vertrouwen in Dubai geschaad is door de schuldenkwestie. Een bankier gebaart om zich heen in het hart van het financieel centrum. „Dit lijkt wel het Westen, maar het blijft het Midden-Oosten. Dat is nu voor velen duidelijk”, zegt hij. Hij wil anoniem blijven, gezien de gevoeligheid van de schuldproblemen bij Dubai World.

In Europa zou projectontwikkelaar Nakheel, het grootste zorgenkind van Dubai World, al lang failliet zijn gegaan, zegt de bankier. „Maar niet in Dubai. Hier hebben we geen sluitende faillissementswet. Als de sjeik besluit dat het niet failliet is, dan is het niet failliet”, zegt hij. „Dat is niet goed voor de reputatie en het is niet transparant. Onder de gebouwen en het asfalt ligt hier woestijn. En daar gelden andere regels.”

Baggeraar Van Oord heeft dat aan den lijve ervaren. Het bedrijf boekte recordwinsten met de landwinningsprojecten in Dubai. Op het hoogtepunt had Van Oord 2.000 man in Dubai. Maar toen de vastgoedmarkt vorig jaar omsloeg besloot Nakheel de aanleg van Palm Deira, het derde en grootste palmeiland, plots stil te leggen.

Van Oord kreeg niet betaald en moest een beroep doen op de exportkredietverzekering, gegarandeerd door de Nederlandse staat. Inmiddels zijn honderden Van Oord-medewerkers teruggehaald naar Nederland. Voorgaande jaren organiseerde de baggeraar voor Sinterklaas een pakjesboot. Dit jaar gaat dat feest niet door.

Schrijver Jim Krane relativeert de kritiek. „Dubai had financiële steun kunnen krijgen van Abu Dhabi. Dan was er geen verlies in vertrouwen geweest”, zegt hij. „Maar dan had Dubai waarschijnlijk concessies moeten doen.” Minder handel met Israël, stelt Krane. En minder handel met Iran. Minder glitter. „Dat zijn doornen in het oog voor het conservatievere Abu Dhabi”, zegt Krane. „Die prijs was kennelijk te hoog. En waarom ook niet? Alles wat er vandaag staat, staat er morgen ook. Die toeristen, die handelaren en die bankiers blijven wel komen.” Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat de Verenigde Arabische Emiraten dit jaar 2 procent zullen groeien. Voor de schuldencrisis van vorige week ging het IMF nog uit van een groei van 3 procent.

In de oude haven van Al Ras, een oude wijk in het noordoosten van de stad, is rijsthandelaar Zahir (37) ervan overtuigd dat Dubai de ingestorte vastgoedmarkt zal overleven. Hij wijst naar de Burj Dubai, de hoogste wolkenkrabber ter wereld die volgende maand opengaat en nu al een monument is voor de bouwwoede van de afgelopen jaren. „Er is hier nog meer dan dat ding”, zegt Zahir. Het is zijn antwoord op de vraag waarom hij kantoor houdt in Al Ras.

Waar Zahir zijn rijst vandaan haalt? Overal, zegt hij. India, China, Sri Lanka, Thailand. Waar hij zijn rijst naartoe verscheept? Ook overal. Nigeria, Saoedi-Arabië, Engeland. „Dan is Dubai perfect”, zegt de rijsthandelaar. „Het zit overal precies tussenin.”

    • Melle Garschagen