Het verraad Sinterklaas van

Dichter Ilja Leonard Pfeijffer (1968) geloofde tot zijn twaalfde in Sinterklaas. Met religieus ontzag.

Het was voor mij als kind het mooiste feest,

dat ik beleed met religieus ontzag.

Ik hield van Sinterklaas en nog het meest

hield ik van het idee dat hij mij zag

en kende. Want ik maakte tekeningen

voor hem. Hij nam ze mee door nacht en kou.

En ieder jaar gaf hij mij juist die dingen

die ik het aller-allerliefste wou.

Ik heb er tot mijn twaalfde in geloofd.

En toen mijn vriendjes rare dingen zeiden,

sprak ik hen tegen met een woedend hoofd

en schold hen uit voor ketter of voor heiden.

‘Maar mamma’, zei ik, ‘weet je wat ze zeggen?

Maar dat is toch te gek om los te lopen?

Kun jij niet komen om het uit te leggen?

Ze zeggen dat de ouders alles kopen.

Dat is toch onzin? Sinterklaas is rijk.

In Spanje kan hij de cadeaus bestellen.’

En zij zei toen: ‘Ze hebben wel gelijk.

Maar Il, je mag je zusje niks vertellen.’

Het was de dag van vuil en laag verraad.

Ik viel van mijn geloof. Het was een leugen.

En ik werd medeplichtig aan de daad

mijn zus te doen geloven in die leugen.

Ik dacht aan alle tekeningen die

ik had gemaakt en in mijn schoen gelegd

en ik herinnerde de euforie

wanneer mijn moeder ’s ochtends had gezegd

dat Sinterklaas het mooi gevonden had.

Al dit was op een leugen gebaseerd:

de rite en de god die ik aanbad,

mijn offergaven en het felbegeerd

geschenk als blijk van goedertierenheid.

Eén dag volstond om onschuld uit te doven.

Sinds die dag ben ik mijn vermogen kwijt

ooit nog in een religie te geloven.

Ilja Leonard Pfeijffer

    • Ilja Leonard Pfeijffer