Gevaarlijke geiten

De Q-koorts heerst van Groningen tot Limburg. Besmette geiten zijn waarschijnlijk de bron. Dat de ziekte zich zou gaan verspreiden was in 2007 al bekend. Toch werd er niet of nauwelijks ingegrepen. Reconstructie van een aangekondigde epidemie.

Badend in het zweet wordt hij wakker. Zijn wangen gloeien. Hij is moe, oneindig moe. Hans Schilder (69) uit het Noord-Brabantse dorp Zeeland heeft een zeldzame aandoening: Q-koorts. Veroorzaakt door een bacterie: de Coxiella-bacterie die wordt overgedragen door dieren, meestal schapen en geiten.

Tweeënhalf jaar geleden brak er Q-koorts uit in het Noord-Brabantse Herpen; 170 mensen werden ziek. Nooit eerder, nergens ter wereld, had de ziekte zich in deze omvang vertoond. Dit jaar, 2009, kregen ruim 2.200 Nederlanders Q-koorts. Niet alleen in Noord-Brabant, ook in andere provincies. De epidemie verspreidt zich als een olievlek.

„Die uitbreiding was niet nodig geweest”, zegt Jos van de Sande, manager algemene gezondheid van de GGD Hart voor Brabant in Den Bosch. Arts-microbioloog Marcel Peeters van het Streeklaboratorium voor de volksgezondheid Tilburg gaat nog verder. De regering had Q-koorts moeten zien aankomen. „Als veel boeren veel geiten gaan houden, kun je er donder op zeggen dat Q-koorts vroeg of laat opduikt.” Burgemeester Willy Doorn van Landerd: „In 2007 hadden alle lichten op rood moeten springen. In 2008 hadden alarmbellen moeten gaan rinkelen. De overheid heeft het gevaar van Q-koorts voor de volksgezondheid lang onderschat.”

Herpen, juni 2007. Een boerendorp bij de Maas. Gemeente Oss. Ruim 2.500 inwoners. De wachtkamer van de huisartsenpraktijk zit vol. De ene na de andere bewoner wordt ongelofelijk ziek. De ene na de andere bewoner wordt in het ziekhuis opgenomen. Mensen praten over niets anders. Wat is er aan de hand? Is er iets misgegaan op de feestelijke Herpense Mêrt een paar weken geleden?

De GGD vraagt bewoners in brieven of zij mee willen werken aan een bloedonderzoek. De bevolking reageert welwillend. Een op de vier inwoners blijkt met de Q-koorts bacterie besmet.

Wethouder Hendrik Hoeksema ziet hoe bang mensen zijn en probeert paniek te voorkomen. Op een informatieavond kunnen ongeruste bewoners vragen stellen. Maar er zijn weinig antwoorden, want er is niet veel bekend. Verspreid de bacterie zich alleen via geiten? Kan Q-koorts ook door honden en katten worden overgedragen? Is het gevaarlijk om stro van besmette geiten aan te raken?

Tot 2007 kwam Q-koorts in Nederland alleen op kleine schaal voor. De ziekte trof jaarlijks gemiddeld niet meer dan twintig mensen. Het was een beroepsziekte voor veehouders, slachters en dierenartsen. Net als in Australië, waar slachterijpersoneel tegen Q-koorts wordt ingeënt. Net als in Frankrijk, waar enkele boeren per jaar Q-koorts krijgen en hun geiten ertegen worden gevaccineerd.

De Q-koorts bacterie gedijt bij geiten en schapen en veroorzaakt vroeggeboortes. Urine, ontlasting, moederkoek en vruchtwater van geïnfecteerde dieren zijn besmettelijk. De wind verspreidt de bacterie en zo raken mensen besmet.

Op de informatiebijeenkomst in Herpen is de enige geitenboer van Herpen aanwezig. Zijn melkgeiten zijn hoogstwaarschijnlijk de besmettingsbron. Zullen zijn dorpsgenoten hem vanavond lynchen, vraagt wethouder Hoeksema zich bezorgd af. Opgelucht haalt hij adem als hij iemand in de zaal hoort zeggen: „Eigenlijk kan de agrariër er ook weinig aan doen.”

De GGD Hart voor Brabant weet op dat moment: volgend jaar breidt de ziekte zich uit. De bacterie besmet niet alleen mensen, ook geiten van andere boerenbedrijven. Zo ontstaan weer nieuwe bronnen van besmetting.

Met die boodschap gaat Jos van de Sande van de GGD naar Den Haag. Hij wil dat het ministerie van Landbouw aan infectiebestrijding doet. „Ik zei: probeer het een en ander. Sluit stallen af. Vernietig de mest. Stop met het verslepen van dieren. En kijk of het werkt.”

Wat doet het ministerie? Het ministerie van Landbouw informeert artsen en dierenartsen zodat zij de aandoening sneller herkennen. En ze maakt een folder voor geiten- en schapenhouders met informatie over de risico’s van de Q-koorts, de vroeggeboortes, de ziekte bij mensen.

Van de Sande: „Bij de aanpak van Q-koorts is eindeloos gewacht op wetenschappelijk bewijs. Anders dan bij vogelgriep. Nadat die was ontdekt, nam het ministerie direct maatregelen. Boeren moesten hun vogels ophokken.”

Nu niet, zegt Van de Sande. Nu wil het ministerie eerst precies onderzoeken of mensen ziek kunnen worden van besmette mest die over het land is uitgereden. Of de bacterie zich kan verspreiden vanuit een half open stal. Welke preventiemaatregelen zeker zullen werken. Pas daarna wil het ministerie in actie komen.

Wethouder Hoeksema van Oss denkt dat het ministerie veel daadkrachtiger was opgetreden als er massaal dieren ziek waren geworden. Zoals bij varkenspest, toen het vee werd geruimd. Bij de Q-koorts koos het ministerie voor afwachten. Ingrijpen zou de geitenhouderij onnodig economische schade kunnen berokkenen. Wethouder Hoeksema: „Q-koorts is een serieus probleem voor de volksgezondheid. Zo is het niet opgepakt.”

Herpen, 2008. Met angst en beven zien dorpelingen de komst van nieuwe geitenlammetjes tegemoet. Bij hun geboorte kan de gevreesde bacterie weer vrijkomen. Ze houden de wind in de gaten. Blaast die de bacterie van de boerderij naar hun huis? Opnieuw worden tientallen mensen ziek.

Dit jaar beperkt de Q-koorts zich niet tot Herpen. Ook in het nabijgelegen Landerd, waar in totaal 15.500 geiten worden gehouden, slaat de ziekte toe. Daar worden 133 mensen ziek. En in Uden. En in Heusden. En in Bernheze. In de zomer liggen de intensive care van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch en die van Ziekenhuis Bernhoven in Oss vol. In 2008 wordt van 1.000 mensen geregistreerd dat ze Q-koorts hadden en van één persoon dat hij aan Q-koorts is overleden. Veel anderen zijn niet geregistreerd omdat ze de ziekte slechts hebben ervaren als een griep.

Mensen met Q-koorts komen met koorts en luchtwegklachten bij de huisarts. Een kwart van hen moet met ernstige verschijnselen als longontsteking in het ziekenhuis worden opgenomen; een enkeling sterft. Tien procent van de Q-koorts patiënten blijft maanden achtereen kampen met vermoeidheidsverschijnselen zoals bij Pfeiffer. Eén procent blijft zijn leven lang ziek.

Geitenboeren houden vol dat niet wetenschappelijk bewezen is dat de Q-koorts bacterie alleen van geiten afkomstig is. Ze zijn bang dat maatregelen hun bedrijven treffen. Dorpsgenoten trekken hun eigen conclusies. Kinderen van geitenhouders moeten op de basisschool apart zitten. Ze krijgen geen uitnodigingen meer voor verjaardagsfeestjes. Veel dorpelingen weten niet dat de ziekte niet van mens op mens overdraagbaar is.

De overheid zoekt naar besmettingshaarden. In juni 2008 verplicht ze bedrijven zich te melden als meer dan vijf procent van de geiten een vroeggeboorte heeft. Deze bedrijven worden onderzocht. Als de Coxiella-bacterie aanwezig is, krijgen zij het stempel ‘Q-koorts besmet’. Dan moeten ze hygiënische maatregelen nemen en hun mest afdekken. Ze mogen geen bezoekers meer ontvangen.

Vijf bedrijven melden zich. Er zijn maar weinig bedrijven waar het percentage vroeggeboorten boven de vijf procent ligt. Dat betekent niet dat de bacterie op al die andere bedrijven afwezig is.

De aanpak van de overheid zet geen zoden aan de dijk, vindt Van de Sande van de GGD. Hij vindt dat de rijksoverheid niet goed genoeg naar besmettingshaarden heeft gezocht en pakt het anders aan. De GGD noteert de postcodes van patiënten die Q-koorts hebben. Daarna vraagt ze de Voedsel en Warenautoriteit te zoeken naar een besmet bedrijf in het gebied waar veel patiënten wonen. Zo vindt de Warenautoriteit alleen in Oost-Brabant al twintig besmette bedrijven. Deze krijgen niet het stempel ‘Q-koorts besmet’ omdat ze niet de overheidscriteria overschrijden. Ze hoeven geen verscherpte maatregelen te nemen. Ze blijven besmette mest uitrijden over het land.

Van de Sande van de GGD vindt ook dat de rijksoverheid kwetsbare groepen beter moet beschermen door ze te vertellen hoe ze kans op besmetting kunnen verkleinen. Voor sommige mensen is het gevaarlijker Q-koorts te krijgen dan voor anderen. Zoals voor mensen met hartproblemen. En voor zwangere vrouwen. Het is volgens de GGD aannemelijk dat de bacterie niet alleen bij geiten, maar ook bij mensen tot vroeggeboortes kan leiden.

In de zomer besluit de regering een niet geregistreerd medicijn in te zetten om geiten tegen de Q-koorts te vaccineren. Geitenhouders hebben de keuze. Vaccinatie is niet verplicht. Het vaccin wordt al gebruikt in Frankrijk, maar het is onduidelijk hoe effectief het is.

In het najaar levert de vaccinfabrikant 80.000 vaccins, genoeg voor 40.000 dieren. Het eerste jaar moeten dieren twee keer worden gevaccineerd. Alle daaropvolgende jaren één keer. De vaccinfabrikant kan niet genoeg leveren voor de 360.000 geiten en een miljoen schapen in Nederland.

In juli houden het RIVM, het overheidsinstituut voor wetenschappelijke onderbouwing van het volksgezondheidsbeleid, en de Gezondheidsdienst voor Dieren een internationale conferentie naar aanleiding van de Q-koorts die in Nederland om zich heen grijpt. Wetenschappers uit Frankrijk, Denemarken, Duitsland, Canada verbazen zich erover dat gewone burgers ziek worden. De schaal waarop dat gebeurt, vinden ze verontrustend.

De ministeries van Landbouw en Volksgezondheid willen nog meer onderzoek naar Q-koorts. Er blijft te weinig bekend, vinden ze. Eind 2008 lopen er 39 onderzoeken naar de ziekte.

Landerd, 2009. Burgemeester Willy Doorn schrijft begin februari een brandbrief aan de ministers Verburg (Landbouw) en Klink (Volksgezondheid). U heeft enkele maatregelen getroffen, schrijft ze, maar ik maak me zorgen over het effect ervan. Ze roept op alles in het werk te stellen om de gezondheidsrisico’s van Q-koorts te beperken.

In april begint het ministerie van Landbouw met veel tamtam een vaccinatiecampagne voor geiten. Boerendochter Verburg zet zelf de eerste prik. De fabrikant kan in de loop van het jaar maar 400.000 vaccins leveren, goed voor 200.000 dieren. Dus beperkt de ministerie de vaccinaties tot een gebied rond Herpen en Landerd.

Intussen krijgen de eerste inwoners van Landerd Q-koorts. De eerste maand vijf. Dan tien. Dan twintig. Op drie juni verstuurt de burgemeester weer een brief aan beide ministers. Ze vindt het onacceptabel dat zoveel inwoners ziek worden.

Op 11 juni bezoeken de ministers Verburg en Klink de getroffen gemeente. Ze willen laten zien dat Q-koorts wel degelijk hun aandacht heeft. Ze praten met een geitenboer. Tijdens dat gesprek blijkt dat deze nog niet heeft kunnen vaccineren omdat er onvoldoende vaccin beschikbaar is. Ze praten met een patiënt die al een jaar chronisch vermoeid is. De ministers zijn oprecht geïnteresseerd. En minister Verburg kondigt aan nog eens 100.000 vaccins te bestellen. Opnieuw te weinig voor alle geiten en schapen in Nederland.

In de zomer lukt het onderzoekers de bacterie te isoleren die voor de Q-koorts zorgt. Nu hebben ze alleen een monster uit de melktank van een geiten- of schapenhouderij nodig om vast te stellen of een bedrijf besmette dieren heeft. Het percentage vroeggeboorten geldt niet langer als criterium om een bedrijf ‘Q-koorts besmet’ te verklaren.

Wetenschappers en artsen mengen zich in de discussie. Longarts Kees Groot van Ziekenhuis Bernhoven zegt op een bijeenkomst van het RIVM dat zwangere vrouwen en mensen met hartklepproblemen Brabant deze zomervakantie beter kunnen mijden. Microbioloog Peter Wever van het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch schrijft in een ingezonden stuk in de Volkskrant dat hij Q-koorts gevaarlijker vindt voor de volksgezondheid dan de Mexicaanse griep. Zijn ziekenhuis heeft een Q-koorts polikliniek geopend. Directeur infectieziekten Coutinho van het RIVM vraagt zich af of vaccinatie alleen voldoende is om een snelle verspreiding van de ziekte te voorkomen. Hij sluit het ruimen van dieren of het verplaatsen van bedrijven niet uit.

In het najaar wordt bij alle geiten- en schapenhouderijen in Nederland een monster uit de melktank genomen. Het doel is heel nauwkeurig vaststellen welke bedrijven besmet zijn. Dat moet resulteren in een kaart van Nederland waarop alle besmette bedrijven staan aangegeven met daar omheen een cirkel met een straal van vijf kilometer waarbinnen de omwonenden de meeste risico lopen op besmetting.

Die kaart zou worden gemaakt nadat de uitslagen bekend zouden zijn op 15 november. Maar hij is er nog niet. Bedrijven waar de bacterie in een eerste monster is gevonden, worden nog eens onderzocht. Bij twijfel nemen onderzoekers een derde monster. De overheid wil absolute zekerheid. Voor het nieuwe lammerenseizoen is de kaart beschikbaar, zegt het ministerie van Volksgezondheid nu.

Het ministerie van Landbouw heeft ook nagedacht over de maatregelen die besmette bedrijven moeten treffen. Zij krijgen vervoersbeperkingen opgelegd. Ze moeten zorgen dat in de stal voldoende afgedekte bakken staan om placenta’s en vruchtwater in op te vangen. En zij moeten hun mest drie maanden afdekken voor ze die uitrijden over hun land.

Het ministerie vindt een totaal vervoersverbod voor schapen en geiten niet nodig. En het verplaatsen van melkgeiten- en melkschapenhouderijen is niet aan de orde. Het ministerie verwacht dat de epidemie in de kiem wordt gesmoord.

Pijler van de overheidsaanpak is de vaccinatie. Het ministerie heeft nog eens 1,5 miljoen vaccins besteld. Weer niet genoeg voor alle dieren. De vaccins worden in de loop van komend jaar geleverd. Dat betekent dat de effecten van de vaccinaties op zijn vroegst in 2011 zichtbaar zullen zijn, als de gevaccineerde dieren lammetjes hebben gekregen.

Dit jaar werden er in Landerd 200 mensen ziek en in Nederland ruim 2.200. De ziekte is de grote rivieren overgestoken. Ze komt voor van Limburg tot Groningen.

Wethouder Hoeksema is boos, tweeënhalf jaar na de uitbraak in Herpen. „Het enige wat ik tegen mijn inwoners kan zeggen is: er vindt vaccinatie plaats en we hopen dat het werkt. De onrust onder de bevolking neemt toe.”

Van de Sande van de GGD hamert opnieuw op het belang van een landelijke preventieboodschap om kwetsbare groepen te waarschuwen. Hij verwijt niet alleen de rijksoverheid laksheid, ook de boeren. „De eerste boeren die met Q-koorts te maken kregen, kun je niets kwalijk nemen. Daarna had er niet meer met de geiten gesleurd en gehandeld moeten worden.”

Burgemeester Willy Doorn van Landerd rekent erop dat het ministerie nog extra maatregelen aankondigt zodra de uitslag van het tankmelkonderzoek bekend is. „Ik moet opkomen voor de gezondheid van inwoners en bezoekers. Als het ministerie niet weet hoe de ziekte beter kan worden bestreden, is ruimen een uiterste optie. Ik hoop dat er eindelijk op hetzelfde niveau maatregelen worden genomen als bij de Mexicaanse griep.”

Vinkel, 2009. Aan de keukentafel in de boerderij schenkt Liesbeth van Lokven (53) koffie. Haar man, voorzitter geitenhouderij van de landelijke Land- en Tuinbouworganisaties, is nog even bij de geiten. Nee, u kunt niet naar hem toe, zegt ze. De uitslagen van het tankmelkonderzoek zijn nog niet binnen. En zij en haar man laten geen bezoekers bij de geiten, tot ze zeker weten dat die geen bacteriedragers zijn. Ook tegen hun zwangere petekind hebben ze gezegd: kom maar niet. Terug uit de stal, wast Jan van Lokven (57) zorgvuldig zijn handen. Veel geitenhouders zijn bang voor het komende voorjaar, vertelt hij. Zij vrezen dat zij hun bedrijven moeten sluiten als opnieuw veel mensen ziek worden. Jan van Lokven gelooft dat het zo’n vaart niet loopt als geitenhouders met overheidssteun zieke dieren zouden kunnen afvoeren.

Wat vindt de minister van Landbouw van kritiek op ‘laks’ overheidsbeleid. Die wuift ze weg. Ze vindt dat Landbouw en Volksgezondheid samen de Q-koorts sinds de eerste uitbraak tweeënhalf jaar geleden doortastend hebben aangepakt. „We moesten eerst op zoek naar bronnen en oorzaken”, zegt minister Verburg in een telefonisch gesprek. „Pas daarna konden we bepalen welke maatregelen effectief en proportioneel waren. We wilden niet in het wilde weg te werk gaan.”

Ze denkt dat er komend jaar zeker nog mensen Q-koorts krijgen. „Maar ik verwacht dat het aantal patiënten in de jaren daarna sterk zal afnemen.” Zij is verantwoordelijk voor de boeren. „Maar de volksgezondheid staat voorop.”

Inderdaad, zegt minister Klink op de redactievloer van NRC Handelsblad nadat hij met lezers over de Mexicaanse griep heeft gechat. Maar maatregelen hebben gevolgen voor de geitensector. „Dan moet je weten dat ze trefzeker zijn.”

De discrepantie tussen de aanpak van de Mexicaanse griep en die van de Q-koorts, verklaart Klink als volgt: „Bij de Mexicaanse griep is duidelijk: dit is het virus en dat is het vaccin. Bij Q-koorts is er een vaccin voor dieren waarvan we hopen dat het hernieuwde bronbesmetting kan voorkomen.”

„Flauw”, zegt arts-microbioloog van het Streeklaboratorium voor de volksgezondheid Tilburg Marcel Peeters als hij de argumentatie van de ministers hoort. Hoezo wachten op wetenschappelijk onderzoek? „Wij kennen de Coxiella-bacterie al vijftig jaar. Wij weten hoe zij zich verspreidt en wordt overgedragen. We wisten meteen dat mest moest worden vernietigd en dat we dieren niet meer moesten vervoeren.”

Heeft de epidemie dit jaar haar hoogtepunt bereikt? Of loopt ze de komende jaren gierend uit de hand? Niemand durft daar harde uitspraken over te doen. Niet erg geruststellend voor de tienduizenden Nederlanders die in de buurt van schapen- of geitenhouders wonen. Zalig zijn de honderdduizenden recreanten die dit voorjaar argeloos langs de besmette bedrijven wandelen of fietsen. Zij weten van niks.

    • Esther Wittenberg