Een stick om mee te slaan

Wetenschappers die belangrijk werk deden voor het klimaatpanel IPCC liggen onder vuur.

Phil Jones is afgetreden. Of preciezer gezegd: hij is tijdelijk teruggetreden. Begin deze week was hij nog hoofd van de Climate Research Unit (CRU) van de University of East Anglia. Nu is hij een milieu-hoogleraar die wacht op de uitslag van minstens twee onderzoeken.

Wat heeft hij misdaan? Daarop is geen begrijpelijk antwoord te geven zonder uit te leggen in welke vaarwater Jones is terechtgekomen. Jones, van huis uit hydrograaf, begon zich in 1980 te verdiepen in het versterkte broeikaseffect. Hij zette zich aan de taak om uit oude, verspreide temperatuurregistraties, teruggaand tot 1860, de gemiddelde aardse temperatuur af te leiden. Dan kon definitief worden vastgesteld of de aarde opwarmde en konden de klimaatmodellen aan feitelijke ontwikkelingen worden getoetst. Jones ontdekte dat de wereld na 1860 wel een halve graad warmer was geworden.

Het succes van het monnikenwerk en Jones’ bevlogenheid heeft hem van lieverlee een belangrijke positie bezorgd binnen het IPCC. Het IPCC is een in 1988 onder VN-auspiciën opgericht tijdelijk samenwerkingsverband tussen wetenschappers. In een uitzonderlijke zware peer review toetst het IPCC de waarde van allerlei klimaatonderzoek.

JAARRINGEN

Dat is één lijn. De tweede is dat anderen besloten het werk van Jones uit te breiden naar een verder verleden dan dat van de thermometermetingen. Ook in jaarringen van bomen, in koraal en oude ijs- en sliblagen zit een soort temperatuursignaal opgeslagen. Met voldoende inspanning en – misschien – een beetje nattevingerwerk valt daaruit ook de gemiddelde mondiale temperatuur af te leiden. Maar dat lukt alleen als de moderne reacties van bomen, koraal en ijs op goed gemeten temperatuurveranderingen bekend zijn.

Voor deze ‘calibratie’ is de temperatuurreconstructie van Jones onmisbaar. De Amerikaanse paleoklimatoloog Michael Mann, verbonden aan Pennsylvania State University, timmert het meest aan de weg met klimaatreconstructies voor vroegere tijden. Mann en collega’s publiceerden de eerste uitkomsten van hun onderzoek in 1998 in Nature. Ze lieten zien dat de temperatuur van het noordelijk halfrond sinds 1400 praktisch constant was geweest maar na 1900 plotseling ging stijgen. In 1999 publiceerden ze opnieuw, nu in Geophysical Research Letters, met een reconstructie die terugging tot het jaar 1000. Het was ook vakgenoten een raadsel hoe je met zo weinig gegevens de temperatuur van het hele noordelijk halfrond kon bepalen. Maar Mann gebruikt zeer geavanceerde statistische hulpmiddelen die hij ten dele zelf ontwikkelt. Prikkelend was zijn conclusie dat het rond het jaar 1000 misschien wel warm is geweest, maar bij lange na niet zo warm als tegenwoordig. Het jaar 1000 ligt midden in de wel beschreven Middeleeuwse Warme Periode, met wijnbouw in Engeland en landbouw op Groenland. Manns klimaatcurve werd vanwege de vorm al gauw de hockeystick genoemd. Dat is een ijshockeystick.

OVERZICHT

De toch al actieve ‘klimaatsceptici’, die weinig van een versterkt broeikaseffect willen weten, verlegden hun vuur naar de hockeystick en de groep rond Mann en Jones. Het laatste IPCC-rapport (2007) geeft een mooi overzicht van alle kritiek en hoe die werd weerlegd. Gezegd moet worden dat de critici heel verschillende bezwaren hadden. Sommigen, zoals Hans von Storch van de universiteit van Hamburg, hadden gefundeerde kritiek op de statistische methoden. Anderen meenden dat jaarringen van bomen niet geschikt zijn voor temperatuurreconstructies. Een niet te onderschatten groep klimaatsceptici zag Jones en Mann in de eerste plaats als boegbeelden van het vermaledijde IPCC dat zij nooit vertrouwd hadden. Een laatste groep critici schortte het oordeel op tot ze het werk van Mann hadden nagerekend. Met een beroep op de vrijheid van informatie werden Mann en Jones gedwongen inzicht te geven in de gigantische hoeveelheid meetgegevens waaruit zij hun conclusies hadden getrokken. En zoals dat gaat: daarin werden fouten, leemtes en omissies aangetroffen. Niet van groot belang, maar ze wáren er en het vuil is in triomf rondgedragen.

Van belang is dat Jones en Mann al tien jaar zwaar onder vuur liggen en dat de belegerde wetenschappers van de weeromstuit obstinaat werden. Ze stonden steeds minder makkelijk hun gegevens af en begonnen de wetenschappelijke wereld om hen heen al op voorhand in voor- en tegenstanders in te delen. En beten van zich af. Onnodig hard, misschien. Zelfs binnen de CRU moeten er wetenschappers geweest zijn die het niet beviel.

Hoe het zij: rond 20 november heeft ergens iemand de vrijheid genomen om al het e-mailverkeer waar Phil Jones sinds 1993 aan had deelgenomen op internet te zetten. Of hier gehackt of gelekt is is nog niet duidelijk. Het gaat om duizenden e-mails. De echtheid staat vast.

In de twee weken die sindsdien verliepen is Jones, Mann en anderen overkomen wat bijna iedereen zou overkomen wiens vertrouwelijke e-mails in de openbaarheid belanden. Ze zijn te schande gezet omdat ze zich vaak grof of laatdunkend uitlieten over medewetenschappers en in het bijzonder de irritante klimaatsceptici. Maar tussen alle triviale uitingen zitten e-mails die te denken geven. Er zou uit zijn af te leiden dat Jones c.s. opzettelijk gegevens achterhouden, dat ze misschien gegevens wat hebben aangepast of weggewerkt om eerdere conclusies overeind te houden en dat ze het publiceren door hun opponenten proberen te bemoeilijken. Er tekent zich iets af dat lijkt op fraude, vriendjespolitiek en machtsmisbruik. Pijnlijk is dat hier en daar collega’s afstand nemen van de opstelling van Jones zoals die uit de e-mails blijkt.

Veel klimaatsceptici verkeren nu in een overwinningsroes. Het ‘gooi die vent met zijn vriendjes het IPCC uit’ klinkt luid in veel lelijke blogs. Het is de sceptici ook niet ontgaan dat er e-mails zijn waaruit blijkt dat gerenommeerde wetenschappers, zoals Kevin Trenberth, erkennen niet te begrijpen waarom de aarde de laatste zeven jaar niet meer opwarmt. Maar wie de rijen langsloopt ziet dat veel sceptische wetenschappers zich toch ook veel genuanceerder opstellen. Jones zelf heeft verklaard dat veel e-mails verkeerd zijn begrepen omdat ze uit hun context zijn gehaald.

KERNVRAAG

Het kan bijna geen toeval zijn dat de kwaadaardige e-mailactie plaatsvond vlak voor het klimaatoverleg in Kopenhagen. De kernvraag is dus: is nu ook zomaar de broeikastheorie onderuit gehaald? Daar is geen sprake van. Behalve Phil Jones waren er in de jaren tachtig nóg twee onafhankelijke onderzoeksgroepen die klimaatreconstructies maakten. Ze kwamen op dezelfde reconstructie uit. En de temperatuurregistraties van de laatste decennia worden niet alleen verzameld door de CRU van Jones maar ook door de Amerikaanse NASA en NOAA en een Japans meteorologisch instituut.

In het klimaatonderzoek speelt de hockeystick van Mann geen doorslaggevende rol. De reconstructie is van belang om zicht te krijgen op de natuurlijke variabiliteit van het klimaat en voor het toetsen van klimaatmodellen. Maar de geaccepteerde broeikastheorie steunt vooral op onderzoek aan de samenstelling van de atmosfeer en aan de fysische eigenschappen van de verschillende gassen. En op moderne temperatuurmetingen. Zelfs al zou het in de middeleeuwen mondiaal gemiddeld warmer zijn geweest dan nu, dan verandert dat niets aan het gezag van de broeikastheorie.

Overigens toonden Michael Mann c.s. vorige week in Science (27 november) aan dat de hitte van de middeleeuwen slechts zeer lokaal heerste, vooral boven het noordelijk deel van de Atlantische oceaan. In Azië was het afwijkend koud, waardoor het gemiddelde van het noordelijk halfrond toch beperkt bleef. Wel stelt de oplettende lezer vast dat Mann de steel van zijn ijshockeystick in opvolgende publicaties steeds verder omhoog takelt.