Een soapopera getiteld vredeshandhaving

Medewerkers van de VN-missie in Ivoorkust vragen zich af wat ze nog doen in het land – behalve overspel plegen, ruzie maken en een luxueus leven leiden.

Als ik een kwartier te laat aanschuif voor de lunch, zijn mijn vrienden al in een geanimeerd gesprek verwikkeld. De laatste roddel onder medewerkers van de vredesmissie van de Verenigde Naties gaat over X. Het is bekend dat rokkenjager X in ieder nieuw land een nieuwe vriendin neemt, maar zo te horen dreigt zijn laatste affaire op een drama uit te lopen.

De vriendin in Ivoorkust nam X mee naar een ceremonie die een traditionele trouwerij bleek te zijn. X, die aanvankelijk dacht dat het een folkloristisch evenement was, voelde zich ter plekke gedwongen met zijn vriendin in het huwelijk te treden. Dat terwijl zijn vrouw nietsvermoedend in Zuid-Amerika zit. X kreeg naar verluidt slaande ruzie met de Ivoriaanse en is sinds een paar dagen spoorloos verdwenen. Niemand weet hij waar hij is.

Er gebeurt altijd wel wat in het voormalige hotel waarin sinds 2005 het hoofdkantoor van de VN-vredesmissie in Ivoorkust huist. „Het is een fucking soapopera”, zegt vriend L. „Echt waar, het is iedere dag raak.” Overspel, machtsmisbruik, corruptie, schreeuwende collega’s die klachten over elkaar indienen, en had ik het verhaal over de ingenieur die zelfmoord wilde plegen al gehoord?

„Werken bij de VN brengt het slechtste in de mens boven”, zegt vriendin B. „Je hebt allerlei mensen uit allerlei verschillende windstreken die zogenaamd in harmonie met elkaar moeten samenwerken. Dat is vragen om misverstanden. Erger, we zitten in een situatie waarin we min of meer kunnen doen en laten wat we willen. Het ergste wat je kan gebeuren is dat je naar huis wordt gestuurd, maar dan moet je het wel heel bont hebben gemaakt. Seks met minderjarigen, of iets soortgelijks waarvoor je in je eigen land waarschijnlijk de gevangenis in zou gaan.”

Na vijf jaar in Ivoorkust heeft de VN-vredesmissie bar weinig bereikt. De eerste blauwhelmen arriveerden in de lente van 2004. Zij moesten de vrede bewaken tussen de rebellen in het noorden en de regeringstroepen in het zuiden. Die waren in 2002 een burgeroorlog begonnen. De entree van de blauwhelmen in Ivoorkust deed recht aan de reputatie van de VN als goedbedoelende maar onhandige vredesmacht. Het eerste konvooi raakte al meteen de weg kwijt in het chaotische stadsverkeer. Na de blauwhelmen kwamen het burgerpersoneel, de lokale medewekers en de betaalde vrijwilligers. De VN-vredesmissie in Ivoorkust bestaat nu uit grofweg duizend man niet-militair personeel en zevenduizend soldaten. De soldaten zijn verspreid over het binnenland. De burgers bemannen het als een cruiseschip vormgegeven hoofdkantoor dat een prachtig uitzicht biedt over de stad.

De ironie wil dat Ivoorkust met zijn westerse supermarkten en voortreffelijke restaurants officieel een hardship post is. Partners en kinderen mogen niet mee. Het is een regel waar lang niet iedereen zich aan houdt. Mijn twee vrienden van de VN hebben ieder hun partner laten overkomen. Die werken inmiddels ook bij de VN.

De ‘hardship’, zeggen mijn vrienden, zit hem eerder in de moedeloosheid die zich vooral van de oudgedienden meester heeft gemaakt. De VN-missie heeft als mandaat de regering te ‘helpen’ bij het uitvoeren van een in 2007 gesloten vredesakkoord. Het probleem is dat diezelfde regering zich niets aantrekt van dat akkoord. Geplande verkiezingen worden keer op keer uitgesteld. Hadden de VN aanvankelijk nog een beetje invloed en slaagden ze erin de manoeuvreerruimte van de politieke leiders enigszins te beperken, sinds 2007 kijkt de missie toe vanaf de zijlijn. ‘Observeren’, heet dat.

In een onlangs verschenen boek over resoluties van de VN-Veiligheidsraad concludeert analist Gilles Yabi dat de rol van de VN-missie in Ivoorkust is uitgespeeld. „De aanwezigheid van de missie op zich draagt bij aan een vreedzame omgeving, maar ze is nooit in een positie geweest om echt een impact te hebben op de loop en het tempo van het vredesproces.”

Na vier jaar in Ivoorkust vinden mijn vrienden hun baan zo zinloos geworden dat het niet eens meer bij hen opkomt dat de inhoud van hun werk een gespreksonderwerp zou kunnen zijn. Nee, dan liever de wie-doet-het-met-wie roddels. Vriend L. rijdt iedere dag braaf naar kantoor in zijn witte terreinwagen, maar geeft toe dat hij zich uren zoet kan houden in de openluchtkantine, kletsen met collega’s. Het is absoluut geen slecht leven, zegt hij. „Ik woon in een huis met twee verdiepingen en een zwembad. Ik heb een tuinman, een huishoudster en twee kindermeisjes. En dan heb je het nog maar over mij en mijn vrouw. Ik denk weleens: het enige nut van deze missie is de berg geld die we in de lokale economie pompen. Ik weet eerlijk gezegd niet waarom we hier anders nog zijn.”

Vuistdikke rapporten schrijven, veel geld verdienen en hard feesten: dat is het clichébeeld van het leven van de gemiddelde VN’er. Het is niet helemaal waar, zegt vriendin B., die liever een boek leest dan dat ze in een nachtclub rondhangt. Lachend: „Maar laten we eerlijk zijn, we zitten hier alleen nog maar voor het geld.”