De wereld beter maken

Producten maken zonder schuldgevoel. Dat is volgens de Britse designcriticus Alice Rawsthorn dé opdracht voor ontwerpers.

inv.nr. 12577 Rietveld, Gerrit Thomas (Utrecht 1888 - Utrecht 1964) Rood-blauwe leunstoel 1918 beukenhout, triplex 88 x 60 x 66 cm Collectie Centraal Museum Utrecht; schenking 1959 Image & copyright CMU/ Axel Funke

Hoezo crisis in de Nederlandse vormgeving? Menigeen in Nederland ziet het succes van ‘Dutch design’ als een last en een gevaar, stelt de Engelse designcriticus Alice Rawsthorn. Maar zij ziet het probleem helemaal niet. „Het zal wel jullie calvinistische inborst zijn die je zo somber maakt over je eigen prestaties.” Als er al sprake is van een crisis, dan is die mondiaal, en gaat het niet over wat er ontworpen en geproduceerd wordt, maar over het hoe.

Rawsthorn schrijft gezaghebbende columns over design en mode in de International Herald Tribune en het New York Times Magazine. Zij was van 2001 tot 2006 directeur van het Design Museum in Londen en is auteur van boeken over Yves Saint Laurent en Marc Jacobs. Volgende maand spreekt zij voor de derde keer op het World Economic Forum in Davos. Zij was vorig weekend in Nederland om in haar hoedanigheid van juryvoorzitter de Rotterdam Designprijs uit te reiken aan Studio Joost Grootens. Daaraan voorafgaand hield ze een lezing met de titel ‘The Next Promise of Design’.

Is die belofte anders in de 21ste eeuw dan in de 20ste? „De missie is nog steeds dezelfde”, zegt ze, „en dat is: de wereld beter maken. Maar de manier waarop zal drastisch anders zijn. De droom van het modernisme is voorbij, het is niet meer genoeg dat een object functioneel is. De ethische component wordt steeds belangrijker. We are in a more moral era of design. Een ontwerp wordt niet alleen op zijn merites beoordeeld, maar ook op de manier waarop het is geproduceerd en op de manier waarop het na gebruik wordt verwerkt. Wij kunnen niet langer de ogen sluiten voor de ethische gevolgen van ons bezit. De consument zal in de toekomst alleen ontwerpen goed vinden waar geen schuldgevoel aan verbonden is.”

Volgens Rawsthorn is er nu dan ook bij zowel ontwerpers als fabrikanten als consumenten dringend behoefte aan een universeel systeem voor het meten van duurzaamheid bij nieuwe ontwerpen, vooral het waterverbruik en de uitstoot van koolstofdioxide.

In de toekomst, zegt Rawsthorn, zal design zich evenzeer richten op het verminderen van het aantal objecten als het produceren van nieuwe. „Luiers die biologisch afbreekbaar zijn en niet zoals de huidige luiers vijfhonderd jaar nodig hebben om te vergaan. Minder computers die eindigen in een van de vele illegale Chinese recyclingbedrijven.” Of de iPhone: die combineert zoveel functies dat je een heleboel andere apparaten niet meer nodig hebt.

Maar we leven toch in een kapitalistisch systeem, dat bestaat bij de gratie van het creëren van een markt voor steeds nieuwe producten? Welke stimulans is er dan om minder te produceren? „Apple verdient nu veel meer geld met de verkoop van virtuele producten zoals muziek op iTunes en software dan met tastbare producten. Dat is echt innovatief aan de iPhone, dat je het kunt updaten waardoor het niet nodig is steeds een nieuwe te kopen. Het ontwerpen van diensten wordt net zo belangrijk en winstgevend als het ontwerpen van objecten.”

Met de komst van de chip is de hele grondslag van het ontwerp al veranderd: aan de vorm van veel apparaten is de functie absoluut niet meer af te lezen. „Daarmee is de gebruikersinterface van heel groot belang geworden – ook een vorm van design die niet op het produceren van nog meer spullen is gericht.”

Een belofte voor de toekomst die ontwerpers wat haar betreft moeten doen, is dat zij niet nog meer spullen maken voor de 10 procent van de mensheid die alles al heeft, maar juist voor de andere 90 procent die nauwelijks toegang heeft tot eten, onderdak en schoon water. „Design is nog steeds te veel gericht op de mensen die er de minste behoefte aan hebben.” Als voorbeeld noemt ze een simpel maar effectief ontwerp van het vervoeren van water in plastic tonnen die kunnen worden gerold in plaats van gedragen. En natuurlijk is er het project ‘One Laptop per Child’ dat beoogt vier miljoen kinderen in twee jaar tijd van een robuuste en goedkope laptop te voorzien. „Idealiter wordt het design van de toekomst niet hier ontworpen en daarheen verscheept, maar daar al ontworpen.”

Zo bezien is er weinig verschil tussen een belofte en een uitdaging. „Dit zijn tijden van enorme verandering, en daar vaart design altijd wel bij. Dit wordt een spannende tijd voor design als het mee weet te gaan in de nieuwe sociale agenda.” En de Nederlanders moeten niet zo somberen. „Jawel, ‘Dutch design’ is een merk geworden, maar een heel divers merk – kijk maar naar de nominaties voor de Designprijs. Die diversiteit is de redding ervan.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel De wereld beter maken (Weekblad 5 december, pagina 31) werden Ootje Oxenaar en Jaap Drupsteen genoemd als de ontwerpers van het 50-guldenbiljet van 1980. Zij zijn Ootje Oxenaar en Hans Kruit.

    • Tracy Metz