De grenzelozen

Eerst wordt iets tot een verschijnsel. Dat wordt onderzocht, er verschijnt een rapport en als dat zorgwekkend genoeg is gaat de overheid op maatregelen zinnen. Nu is opnieuw de jeugd van tegenwoordig tot verschijnsel geworden. Twee specialisten, Martijn Lampert en Frits Spangenberg, hebben onder 22.000 Nederlanders tien jaar waardenonderzoek gedaan en daarover een boek geschreven, De Grenzeloze Generatie.

Wie hiertoe hoort, is een door genotzucht beheerste eenling. Politiek, milieu, de maatschappij, hun eigen gezondheid, het kan de jongelui allemaal niets schelen. Als het maar leuk en lekker is. Deze Grenzelozen zijn geboren in 1986 of later. De onderzoekers spreken van een ‘sociale tijdbom’. Premier Balkenende is blij dat het probleem geanalyseerd is. „De jeugd is misschien wat op drift, maar wij kunnen een anker uitgooien”, zei hij. Premier, verklaar u nader, dacht ik. Wat voor anker?

Maar afgezien daarvan: wekt het verbazing dat de Grenzelozen zo over zichzelf en de wereld denken? De oudsten hebben leren praten toen de Berlijnse Muur viel. Die gebeurtenis markeert, zoals we later hebben gemerkt, een van de scherpste scheidingen in de jongste geschiedenis. De Koude Oorlog was afgelopen en daarmee was een eind gekomen aan een tweedeling van de wereld waarin de twee voorgaande generaties waren opgegroeid en opgevoed. De manier waarop je weerbaar wordt, hangt niet alleen af van wat je ouders je bijbrengen en wat je op school leert. De complete toestand van de maatschappij en de omringende beschaving zijn ook van belang. De veertig jaren Koude Oorlog hebben hun eigen tumult gehad, maar uiteindelijk werd daarmee de maatschappelijke discipline niet aangetast.

Na 1989 is veel geschreven over de nuttige besteding van het ‘peace dividend’, de enorme kapitalen die waren vrijgekomen omdat de bewapeningswedloop was afgelopen. George Bush sr. heeft nog een nieuwe wereldorde willen stichten. Van dat alles is niets terechtgekomen. De westelijke wereld ging genieten, met de allervolste teugen. Dat is de omgeving waarin de Grenzeloze Generatie haar kindertijd beleefde. Het absolute hoogtepunt is het Clinton-Lewinsky-schandaal, tot in de kleinste kleinigheden, met DNA-bewijs, uitgeplozen door de commissie van Kenneth Starr en daarna nog gepubliceerd in een boek dat meteen een bestseller werd.

Intussen had internet zich al over de westelijke wereld verspreid. Op hun laptop gaan de Grenzelozen naar hartelust tekeer. Games, porno, misschien ook wel euthanasie. Ze worden op hun wenken bediend, door ouderen die misschien beter hadden moeten weten maar dat in deze turbulente tijden zijn vergeten.

Ik dacht aan de maatschappij van mijn eigen opvoeding. Op 10 mei 1940 was ik twaalf, woonde in Rotterdam. Vier dagen later begon het pas goed. Precies vijf jaar later was het afgelopen. En nu kijk ik naar de serie De oorlog, van Ad van Liempt en Rob Trip, de beelden in zwart-wit en primitieve kleur. Mijn jeugd, mijn opvoeding. Vorige week ‘De Hongerwinter’. Niet lang na Dolle Dinsdag, 5 september, was het met het geregeld maatschappelijk leven gedaan. Geen openbaar vervoer meer, de scholen gingen dicht, daarna werden gas en licht afgesloten, voedsel werd steeds schaarser, de totale anarchie was aangebroken. De makers hebben het nog betrekkelijk terughoudend aangepakt.

Niet lang na de bevrijding gingen we in Indië orde op zaken stellen, Soekarno halen. Een expeditionaire macht van 100.000 man heeft daar vervolgens vier jaar vergeefs oorlog gevoerd. En toen, in de jaren vijftig, waren we eindelijk zelf aan de beurt. In de literatuur namen de Vijftigers de macht over. Niets hadden we met de voorgaande generaties te maken. Uit die vroege opstand zijn de jaren zestig voortgekomen. Goed beschouwd is het een meevaller dat het allemaal nog zo goed met ons is afgelopen.