De familie Klaver verbetert het klimaat

De wereldleiders gaan naar Kopenhagen om het klimaat te redden. De voortekenen zijn ongunstig. De burgers zullen dus zelf maatregelen tegen broeikasgassen moeten nemen. Doe als de familie Klaver.

Twee graden Celsius. Zoveel mag het wereldklimaat in 2100 maximaal zijn opgewarmd. Als het meer wordt, gaan onze kinderen en kleinkinderen een ongewisse toekomst tegemoet. Dat willen we niet, en daarom komen er maandag 7 december 65 regeringsleiders naar Kopenhagen. Om af te spreken dat we minder CO2 gaan uitstoten. Er is haast bij, want de aarde is inmiddels al 0,8 graad warmer. We zouden in 2020 toch wel 40 procent minder CO2 moeten uitstoten dan in 1990. Dan komen de ambitieuze doelen voor 2050 binnen bereik: 80 tot 95 procent minder CO2 dan in 1990.

Het treurige is dat het steeds duidelijker wordt dat Sarkozy, Obama, Balkenende, Merkel, Chávez, Hu Jintao en de andere leiders er in de Deense hoofdstad niet uit zullen komen.

Gaan we nu de ondergang tegemoet? Dat hoeft niet. Sterker nog, de wereldburger heeft zijn wereldleiders niet nodig. Als hij het nu wil, is het CO2-probleem morgen opgelost. Het zijn namelijk de burgers zelf die de CO2 in de atmosfeer brengen, en zij kunnen er ook het gemakkelijkst mee ophouden. Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws komt verderop in dit stuk.

Ons ijkgezin. Ze bestaan niet echt, maar toch is hun leven heel herkenbaar. Ze hebben een gewoon rijtjeshuis, ze rijden een Toyota en ze heten Klaver. Ans (38) werkt op een makelaarskantoor en Aart (40) doet iets met computers in een groot bedrijf. Hun dochter heet Bea (12), hun zoon Bas (9). Naast hun voordeur hangt een groen geglazuurd klavertje vier. Toch zijn ze nooit zo milieubewust geweest. Maar Bea en Bas hebben op school gehoord dat Nederland onder water komt te staan. De Klavers besluiten zich in de kwestie te verdiepen en er een project van te maken.

Dat ze CO2 in de lucht brengen, is de Klavers bekend. Ze verstoken immers zelf aardgas, ze verbruiken zelf elektriciteit en ze vullen hun autotank met benzine. Hoeveel CO2 produceren ze daarmee?

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving produceert een gemiddeld huishouden acht ton CO2 per jaar, inclusief vliegvakanties. Dat gemiddelde huishouden bestaat tegenwoordig uit 2,3 personen.

Maar die acht ton is nog maar het begin. De productie en het transport van de voedings- en genotmiddelen die de consumenten kopen, zorgen ook voor een flinke aanvulling op de CO2-wereldvoorraad. Voor woninginrichting, meubilair, kleding en vakantie en vrije tijd geldt dat ook. Die indirecte CO2-uitstoot vindt plaats bij de tomatenkassen van Aalsmeer, tijdens de vliegtocht die de Keniaanse boontjes naar Albert Heijn brengt, in de Chinese fabriek waar de breedbeeld-tv’s worden gemaakt en tijdens de krokusvakantie op Tenerife. Zelfs beesten zijn niet onschuldig aan de klimaatkwestie. Biefstuk komt van een koe en dat dier is een berucht producent van een broeikasgas dat de atmosfeer nog 25 keer effectiever opwarmt dan CO2 : methaan.

Voor al die energie die ergens anders wordt verbruikt, maar uiteindelijk wel de consument ten goede komt, moet je per Nederlands huishouden nog eens 22 ton optellen. Samen met de energie die direct verstookt wordt, kom je zo op een totaal van 30 ton CO2 per huishouden per jaar.

Als je al die particuliere directe en indirecte CO2-uitstoten bij elkaar optelt, heb je volgens berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving al 70 tot 90 procent van de totale aan Nederland toe te rekenen CO2-hoeveelheid. De overblijvende 20 tot 30 procent hangt veel minder met particuliere consumptie samen. Dat zijn bijvoorbeeld de activiteiten van de overheid, het onderwijs, straatverlichting, de zorg en het werk.

Daar te bezuinigen ligt minder binnen het bereik van de individuele burger, maar bij die 70 tot 80 procent eigen CO2-productie liggen aanknopingspunten.

Hoeveel zou die omlaag moeten? Hoeveel omlaag zou die kunnen?

12 – 7 = 5

De Klavers veronderstellen dat als ze in 1990 ook met zijn vieren waren geweest, ze ongeveer 25 ton CO2 zouden produceren. Wat zouden ze moeten doen om in 2020 op 15 ton uit te komen? Dan hebben ze 40 procent bespaard – net zoals de hele wereld zou moeten doen. Het is maar een richtgetal, en de Klavers weten heel goed dat ze dan nog steeds meer CO2 produceren dan het wereldgemiddelde.

Maar ze willen iets dóén.

Het eerste stuk was het gemakkelijkst. Ze leven toch al niet extravagant of luxe, en de 30 ton hebben ze ook nooit gehaald. Misschien dat ze ooit, zo rond 2000, op 27 hebben gestaan, denken ze. Om op 15 ton te komen, moeten ze de komende tijd 12 ton terug.

In de gezellige doorzonwoning is in de afgelopen 19 jaar al het een en ander verbeterd. Het dak en de muren zijn geïsoleerd, in 2003 kwam er een hoogrendementsketel. In 2004 heeft Aart Klaver zijn bejaarde Ford Escort vervangen door een Toyota Corolla. Als gevolg daarvan is de gezinsproductie nu op 20 ton CO2 beland, nemen ze aan.

Nog 5 ton te gaan.

5,0 – 0,3 = 4,7

Gasverbruik is terug te dringen, maar niet altijd. Wie een ongeïsoleerd huis heeft kan zijn huis isoleren en het van dubbel glas laten voorzien. Bijna de helft van alle huizen heeft nog steeds een ongeïsoleerde gevel en van een kwart zijn de muren niet geïsoleerd. Maar de woningen die na 1995 zijn gebouwd zijn allemaal geïsoleerd. Ook hebben de meeste huizen inmiddels al een hoogrendementsketel. Het gasverbruik van de Nederlandse huishoudens neemt daarom al sinds enige tijd niet meer toe. Het neemt zelfs de laatste jaren met 3 procent af – met dank aan de zachte winters die mede het gevolg zijn van het broeikaseffect. Wie nog niet is geïsoleerd en geen moderne ketel heeft kan tientallen procenten besparen door al die voorzieningen aan te brengen, of het aan zijn huisbaas te vragen.

De Klavers zijn al zo ver. Hun jaarlijkse gasverbruik ligt iets onder de 2.000 kubieke meter – wat ongeveer neerkomt op 3 ton CO2. Als de huidige cv-ketel versleten is, over een jaar of drie, kan die vervangen worden door een nieuwe HRe-ketel. Die wekt niet alleen warmte, maar ook elektriciteit op. Daarmee zijn opnieuw flinke besparingen mogelijk. Daarom hoeven de Klavers nu niet fors te bezuinigen, vinden ze. Maar een paar procent kan er wel af. Ze gaan proberen de thermostaat iets lager te zetten, ze zetten hem ’s avonds eerder uit en ze gaan wat korter onder de douche staan. Vooruit, driehonderd kilo CO2 minder. Nog 4,7 ton te gaan.

4,7 – 1 = 3,7

Elektriciteitsverbruik biedt meer mogelijkheden. Tot verdriet van elke klimaatbezorgde stijgt dat met zo’n 1 à 2 procent per jaar. De oorzaak? Toenemende rijkdom. Wasdrogers, computers, printers, draadloze telefoons, tv’s, iPods, playstations, elektrische barbecues, inductiekookplaten, digitale camera’s. Er komen er steeds meer van en ze hebben allemaal elektriciteit nodig. De overgang van gloeilamp naar spaarlamp kan iets helpen, maar veel mensen hebben die al. Minder gadgets. Een laptop in plaats van een desktopcomputer – die gebruikt namelijk vijf keer zo weinig energie. Koken op gas in plaats van op elektriciteit, want elektriciteit weer omzetten in warmte is verspilling. Groene stroom nemen bij de stroomleverancier helpt ook, want hoe meer mensen dat willen, des te vaker die leveranciers de boer op moeten om groene stroom te kopen.

Op het stroometiket dat elke energieleverancier tegenwoordig moet publiceren is te zien hoe het aanbod is verdeeld over groene energie (zon, wind, water, biomassa) grijze energie (gas) en zwarte energie (kolen), en tot slot atoomstroom. Op de websites van energieleveranciers zoeken naar stroometiket of brandstofmix levert een vaak onthullend beeld van de groene pretenties van de elektraboeren. Wie een energiebedrijf wil dat alléén maar groene stroom levert, kan terecht bij Greenchoice, wie alleen stroom wil die is opgewekt door kernenergie kan naar leverancier Atoomstroom. Ook dan komt er geen CO2 vrij – maar wel kernafval.

De Klavers hadden zich nog nooit echt in hun elektriciteitsverbruik verdiept. Ze zagen de geleidelijke stijging van hun gebruik als een onvermijdelijkheid. Ze gebruiken nu bijna 4.000 kilowattuur per jaar, en dat brengt 2 ton CO2 in de atmosfeer.

Maar door hun project ging Ans er eens op letten. Ze legde de afrekeningen van de afgelopen jaren naast elkaar en schrok. Elk jaar kwam er wat bij.

Zo kán het niet langer, zegt Ans op een dag. Ze laat de cijfers zien.

Aart en de kinderen knikken bedremmeld. Aart zegt toe dat hij zijn computer voortaan altijd uitzet. De drie televisies met ouderwetse beeldbuizen die het huishouden telt worden in beslag genomen, en vervangen door één platte LCD-tv in de huiskamer. Wie wil televisiekijken komt maar naar beneden, zegt Ans. Dan kan op jullie kamers het licht uit en het is nog gezelliger ook. Ans belooft zelf dat ze de wasdroger alleen gaat gebruiken als het regent. De oude ijskast die in de schuur stroom staat te vreten – omdat dat zo handig is als er een feestje is – gaat naar het milieudepot.

En dan doen ze nog iets: ze zeggen hun abonnement bij hun energieleverancier op en stappen over op een bedrijf dat alleen maar groene energie levert. Een bedrijf dat ook met de aanplant van nieuwe bomen iets aan de CO2-uitstoot van het geleverde gas doet.

Al met al gaat het elektriciteitsverbruik van de Klavers eindelijk naar beneden. Ze hebben 3 procent bespaard, merken ze aan het eind van het jaar. En niet alleen dat. Door over te stappen op groene stroom hebben ze hun uitstoot in één klap tot vrijwel nul gereduceerd. Maar, zeggen ze tegen elkaar, dat is niet helemaal eerlijk. Er is nog lang niet genoeg groene stroom, dit goede voorbeeld kan niet door iedereen worden gevolgd. Ze besluiten zichzelf toch een bonus van een ton te geven, en stellen de CO2-uitstoot van hun elektriciteitsverbruik op 1 ton.

Nog 3,7 ton te gaan.

De Klavers merken wel dat het heel lastig is om je energieverbruik goed in de gaten te houden. Net als de meeste andere Nederlanders kunnen ook zij nog steeds niet zien hoeveel gas en stroom ze nu werkelijk gebruiken. Een blik in de meterkast geeft geen beeld van het actuele gebruik, maar laat alleen zien wat er gebruikt is. Het is als een auto waarin wel een kilometerteller, maar geen snelheidsmeter zit. ‘Slimme meters’ zouden de energieconsumenten daarover meer informatie moeten geven, maar de verplichte invoering daarvan is in de Eerste Kamer gestrand. Daarom zat er voor de Klavers niets anders op dan periodiek de meterstanden op te schrijven en die te vergelijken. Ze hebben nog aan hun energieleverancier gevraagd of die een slimme meter kon leveren. Dat was niet mogelijk, maar er zijn leveranciers die dat wel doen.

3,7 – 2,0 = 1,7

De auto. Die is een dankbare bron voor CO2-besparingen. De meeste nieuwe middenklassers stoten tussen de 150 en de 200 gram CO2 per kilometer uit.

De Klavers kennen de uitstoot van hun Toyota niet, maar hij rijdt ongeveer 1 op 12, dus ze vermoeden dat de uitstoot ergens rond de 190 gram CO2 per kilometer ligt. Volgend jaar gaan ze zich oriënteren op een echt zuinige auto, hebben ze al besloten. Zo’n auto die in de buurt van de 100 gram CO2 per kilometer komt. Met veel belangstelling leest Aart Klaver een artikel in zijn autoblad, waarin geschreven wordt over de Volkswagen Polo Bluemotion die volgend jaar op de markt komt. Daar zit een driecilinder dieselmotor in en die stoot maar 87 gram per kilometer uit. Geen grote auto, maar wel aantrekkelijk, vindt hij, vooral omdat het wagentje wordt vrijgesteld van bpm en wegenbelasting. Op de achterkant van zijn krant rekent Aart uit dat hij bij 20.000 kilometer per jaar zeker twee ton CO2 kan besparen.

Nog 1,7 ton te gaan.

1,7 – 0,1 = 1,6

Verder, bedenkt Aart, hoe zuinig die auto ook is, een thuiswerkende autoforens is nóg zuiniger. Kan best, want zijn baas vindt het goed. Hij begrijpt wel dat de besparing flink afneemt als voor de thuiswerker het hele huis verwarmd moet worden. Hij hoort van zijn installateur de oplossing: koop een draadloze thermostaat, neem die mee naar je werkkamer en draai overal elders de verwarming uit. Dat doet hij, en hij kent zichzelf een bonus van 100 kg CO2-besparing toe.

Nog 1,6 ton.

1,6 – 1,0 = 0,6

Komen we op het energieverbruik van de mens zelf. Een vegetarisch leven is een constructieve bijdrage aan het wereldprobleem en wie dat niet kan opbrengen zou eens wat vaker naar kip kunnen uitwijken. Volgens het onafhankelijke voorlichtingsorgaan Milieu Centraal levert een bord spinazie à la crème, gegratineerde aardappelen en een biefstukje meer dan zes keer zo veel CO2 op als een bord bloemkool, aardappels en kipfilet. Als je dat elke week een keer doet, bespaar je per gezin per jaar 660 kg CO2 (780 kg tegen 120 kg). Bij de groenten liggen trouwens meer mogelijkheden. Koop groenten van het seizoen, van ‘de koude grond’, wat wil zeggen: niet uit een verwarmde of verlichte kas, of uit een ver land. Een goede groentenboer kent de herkomst van zijn waren, en anders zijn er diverse leveranciers van groententassen met verantwoorde producten. Gooi zo weinig mogelijk voedsel weg. Een gemiddeld huishouden geeft volgens Milieu Centraal 120 kilo voedsel terug aan het milieu, als dat de helft wordt, scheelt dat tot 150 kg CO2 per jaar.

De Klavers zijn er gauw uit. Gaan ze allemaal doen. Een ton besparing mogen we wel inboeken, zegt Aart tegen zijn Ans.

Nog zeshonderd kilo!

0,6 – 0,6 = 0

Vliegvakanties zijn flinke CO2-veroorzakers. Een vliegretourtje Amsterdam-Barcelona brengt 450 kg CO2 in de atmosfeer. Heen en terug op de banken van de touringcar produceert diezelfde passagier maar 60 kg. Zelfs de eigen auto is nog gunstiger. Met zijn vieren in de auto heen en terug naar Barcelona levert 165 kg per persoon.

Trans-Atlantisch vliegen neemt een gigantische hap uit het CO2-budget. Reken maar op 5.000 kg per passagier voor een retourtje Sydney. Vliegtuigen kunnen niet veel efficiënter worden, ze zitten al aardig aan de top. De vliegtuigmaatschappijen zouden wel de beenruimte nog verder kunnen beperken en meer passagiers in een vliegtuig kunnen proppen. Dat leidt tot minder CO2 per passagier en uiteindelijk ook tot minder passagiers.

Thuisblijven, of op de fiets naar de Ardennen werkt nog beter.

Hier hebben de Klavers weinig aan. Veel vliegen ze niet. In de toekomst zou dat misschien veranderen. Als de kinderen groter zijn, dan willen ze wel eens een weekje naar Rome, of naar Madrid. Laten we hopen dat je dan overal met die hogesnelheidstreinen kunt komen, zeggen ze tegen elkaar. En omdat we bijna nooit vliegen, kunnen we die laatste 600 kilo ook wel schrappen.

Zo haalden de Klavers hun milieudoelstelling. Ze gingen iets verstandiger met hun energieverbruik om, ze profiteerden van nieuwe technieken en ze deden geen gekke dingen. Hun grootste winst haalden ze uit de isolatie van hun huis, uit groene stroom en een zuiniger auto.

Dus: wie bewust verlicht en verwarmt, verantwoord eet en reist, die kan de uitstoot van zijn huishouden substantieel omlaag brengen. Dat was het goede nieuws.

Het slechte nieuws: weinig mensen gaan dat doen. Want al zijn die besparingen heel goed mogelijk, ze vereisen wel een iets soberder levensstijl, een ingetogen consumptiepatroon en een voortdurende oplettendheid.

Wie brengt dat op?

De meest reële schatting is: 4 procent van de mensen. Dat zijn de voorlopers, de bewuste consumenten. De overigen bestaan uit twee groepen. Ten eerste de mensen die ook best een stapje terug willen, maar redeneren dat zij wel hun best kunnen doen, maar dat hun inspanningen te niet worden gedaan door alle leden van de tweede groep: mensen die helemaal niet van plan zijn om iets aan hun levenspatroon te veranderen. En dat ze daarom ook maar niets doen.

Hoe moet je uit die patstelling komen?

Er zijn vier manieren. Ten eerste kunnen overheden normen stellen aan apparaten, voorzieningen en diensten. Een voorbeeld is de Europese norm die de gloeilamp de das omdeed, omdat zijn efficiency te kort schiet. Het voordeel van zo’n verbod is dat niemand meer in de verleiding komt zijn avondmaal onder een gloeilamp op te eten. Maar het is blijkbaar moeilijk dergelijke normen een brede toepassing te geven, want schadelijke energieverslinders als SUV’s, terrasverwarmers en 250 pk buitenboordmotoren zijn nog steeds vrij te koop.

Dan kunnen die overheden natuurlijk heffingen en subsidies in stelling brengen. Die zijn er al. Wie een kilowattuur elektriciteit van zijn elektraboer afneemt, betaalt daarvoor 21 cent, en daarvan is 10 cent ecotax (officieel: regulerende energiebelasting, REB). En in de 50 cent die een kubieke meter gas kost, zit 15 cent ecotax. Die heffingen zullen hoger worden, heeft de overheid al aangekondigd, want anders is de groene energieproductie niet meer te betalen.

Subsidies zijn er ook, voor zonneboilers en voor verschillende vormen van groene elektriciteitsopwekking. Maar de particulier die zijn dak wil volleggen met zonnepanelen moet zelf de noodzakelijke investeringen opbrengen. De subsidie komt pas als de panelen stroom leveren.

De derde methode, onder meer voorgesteld door Al Gore in zijn recente boek Our Choice: die komt erop neer dat iedereen een CO2-rantsoen krijgt en dat wat je over hebt, kunt verkopen en wat je te kort komt, moet aankopen – ongeveer zoals de emissiehandel die nu al voor de Europese industrie bestaat. Het voordeel is dat er een duidelijk plafond voor de totale uitstoot wordt geconstrueerd. Het duivelse van het systeem is dat big spenders dan kunnen profiteren van de offers die sobere mensen brengen. Het systeem vereist ook dat van elk product of dienst de CO2-uitstoot bekend wordt gemaakt en op de verpakking wordt afgedrukt. Wat misschien toch wel een goed idee is.

De laatste methode. Daarvoor gaan we even terug naar de Klavertjes. Ze zijn heel tevreden over zichzelf, maar ze vragen zich wel af of ze in de toekomst ook zo zuinig zullen blijven. Want de kinderen groeien op, ze gaan misschien wel op scooters rijden en ze willen straks toch een tv op hun kamer. Het inkomen van de ouders neemt langzaam toe, en ook al omdat ze niet zo heel veel uitgeven, groeit er een buffer met spaargeld op de bank. Daar loert een gevaar, want dat geld wil eigenlijk de economie in. Het wil omgezet worden in een autootje voor Ans, in computers voor de kinderen, in een Harley-Davidson voor Aart. In vliegreisjes voor het hele gezin. In CO2-uitstoters dus. Voor het klimaat is het het beste als dat geld op de bank blijft. Liefst op een milieuvriendelijke bank. Zodat er omvangrijke herbebossingsprojecten in de derde wereld mee worden gefinancierd.

Joop Oude Lohuis, teamleider klimaat en mondiale duurzaamheid van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft nog een andere remedie. „Het helpt”, zegt hij, „als mensen dure dingen kopen. Kunst, kwalitatief goede designmeubels, dat soort dingen.” Hoezo?

„Omdat ze dan hun geld niet aan al die andere dingen kunnen uitgeven. De mensen worden steeds rijker, en hun geld zoekt voortdurend een bestemming. Als je minder geld overhoudt doordat je heel dure dingen koopt, heb je minder ruimte voor terrasverwarmers, wasdrogers en Harley-Davidsons. De uitstoot per bestede euro is bij een Rembrandt heel gering.”

De Klavers hebben een abonnement op de opera genomen en zijn al bij twee galeries gesignaleerd.

Op nrc.nl/klimaat blogt NRC-redacteur Paul Luttikhuis over de weg naar de klimaattop in Kopenhagen. Wilt u zelf een duit in het zakje doen, kijk op: nrc.nl/klimaatoffer

    • Warna Oosterbaan