Dames

De spelersvrouwen van het Nederlands elftal zijn voorlopig niet welkom in Zuid-Afrika. Toch niet als groep. De KNVB rept van te hoge veiligheidsrisico’s.

Watjes in Zeist.

Spelersvrouwen horen bij een WK zoals de materiaalman hoort bij het Nederlands elftal. Je kan niet zonder. En dan heb ik het niet over de testosteronspiegel van gezonde jongens, dan heb ik het over cultureel erfgoed. In de spelersvrouw jubelt het DNA van vooruitgang van de natie. Van spruitjeslucht naar Chanel, van de jutezak naar Dior. Als ze al niet een eigen kledinglijn hebben.

Voetbaljournalisten en -supporters zijn niet het best geklede deel van de mensheid. Eerder rafelige wezens. Sommigen ook nog in een hel van kleuren. Spelersvrouwen maken dat goed, met hun gevoel voor gala. Zij geven distinctie aan het massafeest. Zij blijven hun eigen volière in een orgie van wansmaak.

Tijdens het EK in 2004 mocht ik een paar keer het hotel van de spelersvrouwen in de Algarve bezoeken. Het waren troostende avonden. De dames hadden zich helemaal opgekleed voor het diner, alsof ze verwacht werden op het Bal de la Rose.

Glazen en bestek stierven weg in de schittering van hun sieraden. In de glinstering van hun bestikte blouses. Sommigen hadden hun schoonmoeders meegenomen, en die zagen er al even feestelijk uit. Vrouwen met strik.

Er zaten ook een paar nachtbrakers tussen. Gek genoeg, naar analogie van hun mannetjes. Dus niet mevrouw Van der Sar. Het deed geen afbreuk aan de gepofte deftigheid van de spelersvrouwen. Ook zij gedroegen zich. Zou het niet prachtig zijn geweest als we straks Yolanthe en Sylvie hadden mogen treffen in hun marmeren zit in een hotel in Kaapstad?

Het mag niet van de KNVB.

Op het EK in Zwitserland leek het soms of het Nederlands elftal, met aanhang, verdwaald was in Euro Disney. Spelers met vrouwen en kinderen aan de rand van het veld. Alsof er een EK voor gezinnetjes werd gespeeld, zoiets. En ze bleven maar dansen, Edwin van der Sar voorop. Oranje in een regenwoud van vlinderkusjes. Ook nog verinnerlijkt.

Beroepsanalisten vonden het gênant. Zij spraken van een gebrek aan professionalisme. Familietafereeltjes horen niet in een stadion, daar is de bal te heilig voor. Het scheelde niet veel of de uitschakeling werd ook nog de ‘kindjes op de arm’ aangerekend. Het treurige aan voetbal is het eeuwige resultaatstalinisme van zogenaamde kenners. Alles moet wijken voor een povere 1-0. Dat het Nederlands elftal een rouwband droeg voor de overleden baby van Khalid Boulahrouz werd weggehoond als slapte. Waar waren dan de mannen?

Die ijzerenheinige onzin.

Natuurlijk zijn de Duitse spelersvrouwen de komende zomer van harte welkom in Zuid-Afrika. Er is reeds naar een riant optrekje gezocht in de buurt van het trainingskamp. Kinderen, schoonmoeders en honden mogen ook meekomen. Bondscoach Joachim Löw zei dat hun aanwezigheid de teamspirit alleen maar kan bevorderen. Ik denk dat Bert van Marwijk er ook zo over denkt, maar hij mag het niet zeggen. Bert is namelijk niet zo’n terrorist van gescheiden werelden.

Zou het veto van de KNVB niet eerder een bezuinigingsmaatregel zijn? Zuid–Afrika is ver: de reis alleen al kost een paar centen. En de dames willen natuurlijk een hotel met zwembad, een kamer met balkon, minibar en televisie. En overdag moet er ook nog iets te föhnen zijn. Het gezelschap moet zijn loopje hebben.

Henk Kesler, directeur betaald voetbal, is een charmante man, zij het soms aan de vrekkige kant. Dat heeft hij bij het indertijd armlastige FC Twente wel geleerd. De tic van een auto met chauffeur is nooit in Henk gekropen. Hij is niet het prototype van een bobo, zoals we die, in de vorige eeuw, met bosjes hebben gekend bij de KNVB.

Zuinige Hollander.

Maar duw die hang naar schraapsel toch even weg voor een titeltoernooi. Stel je toch voor dat Nederland wereldkampioen wordt. En dan zie je onder Zuid-Afrikaanse triomfbogen alleen nog mannen lopen. Type-Balkenende.

Hooguit nog één krijsende vrouw: Erica Terpstra. Daar sta je dan als tricolore stoethaspel in een zee van swingende, dansende, kleurrijke vrouwen die het hele land dragen.

Niet eens een moederschoot in de buurt.

Waarom die amputatie? Waarom neerbuigen over alles wat mooi, lief en eigentijds is. Nee, mevrouw Heitinga zal zich niet geschoffeerd voelen, als rolmodel. Zij is al blij als het permanentje houdt. Maar wat zo bitter is, is de gevoelloosheid voor ornament van Oranje.

Waren we dan toch geen wereldmacht?