Bonusbeleid RBS op de helling

Royal Bank of Scotland (RBS) lijkt op het punt van de bonussen tot concessies bereid. Maar de Britse kredietverlener wil nog steeds enige manoeuvreerruimte behouden rond de praktische kanten van de komende bonusronde.

De raad van commissarissen heeft het spel met de Britse regering hard gespeeld over de vraag wie voor 2009 de omvang van het bonuspakket mag bepalen. Maar nu RBS feitelijk door de belastingbetaler wordt gecontroleerd en zojuist nog eens een bedrag van 25,5 miljard pond (28,3 miljard euro) aan staatsteun heeft ontvangen, is het alleen maar redelijk dat de bank het voortouw neemt bij het tonen van terughoudendheid. Alle banken zouden voorrang moeten geven aan de wederopbouw van hun kapitaal en de aandeelhoudersdividenden, en niet aan de bonussen. Het zou een slechte zaak zijn als RBS de bonussen juist hoger zou doen uitkomen.

RBS lijkt hier nu stilzwijgend mee in te stemmen. Maar in de praktijk zou die terughoudendheid wel eens rekkelijker kunnen uitvallen dan verondersteld. De zakenbankiers van RBS moeten het slechte nieuws al hebben zien aankomen. De bonussen bedroegen in het eerste halfjaar 30 tot 32 procent van de netto inkomsten, tegen zo’n 50 procent vóór de crisis. Bovendien hebben sommige branchegenoten de lat al lager gelegd. JPMorgan heeft slechts 38 procent van de inkomsten aan bonussen toegekend, toen de bank in oktober de cijfers over het derde kwartaal bekendmaakte. Als JPMorgan ook het bonusplafond voor RBS heeft vastgesteld, hebben de commissarissen middelen om de staat ervan te overtuigen dat het niet nodig is nóg lager te gaan zitten. De bonussen zouden bijvoorbeeld in partjes in een speciale vergaarbak van een paar van de minder prettige vastgoedbezittingen van RBS kunnen worden gestort, zoals Credit Suisse eerder dit jaar deed.

De overheid zal de omvang van de cake bepalen, maar niet hoe zij moet worden aangesneden. Dus als RBS denkt dat zijn sterhandelaren recht hebben op een marktconforme bonus, zou de bank die kunnen betalen door de bonussen van lager personeel af te schaffen. De bankensector mag dan weer groeien, het is niet helemaal geloofwaardig dat RBS bang moet zijn voor massale desertie van zijn personeel. Dit kan oneerlijk lijken jegens de jongere stafleden wier salarissen de afgelopen jaren zijn bevroren – zeker als niet zo heel erg goede mensen elders wél goed betaald worden. Maar het zou helpen de belangen van alle aandeelhouders van RBS op één lijn te krijgen, de publieke zowel als de particuliere.

George Hay

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com