Ahmed vs Achmed: klare taal of stille diplomatie

Maandag kiest de PvdA in Amsterdam Nieuw-West een lijsttrekker, die waarschijnlijk de leider van het nieuwe stadsdeel wordt. Tussen de uitgesproken Ahmed Marcouch en de stille bestuurder Achmed Baâdoud is een felle strijd ontbrand.

Amsterdam 4-12-2009 Slotermeer Schopenhauerhof oud en nieuwbouw Foto NRC H'Blad Maurice Boyer Boyer, Maurice

Op een regenachtige novemberavond zijn in de Verrijzeniskerk in Slotervaart zo’n tachtig PvdA-leden uit Amsterdam-West bijeen. De sfeer is geladen. De leden zijn boos, spreken van een „weinig fraaie vertoning” en „achterkamertjespolitiek”. Een lid roept geëmotioneerd dat de landelijke partijtop de leden heeft „geschoffeerd”. Een aangevallen bestuurder zinspeelt op „afscheid nemen”.

De jonge partijafdeling Nieuw-West, die na fusie van de stadsdelen Osdorp, Slotervaart en Geuzenveld-Slotermeer het stadsdeel Nieuw-West hoopt te gaan besturen, heeft al flinke averij opgelopen. Het bestuur passeerde de commissie die de flamboyante Ahmed Marcouch (40) als lijsttrekker aanbeval en parachuteerde de onbekende Achmed Baâdoud (37), wethouder in Osdorp (economie, werkgelegenheid, financiën, sport). De landelijke partijtop greep in. Baâdoud staat nu op plaats 2: de anti-Marcouch was geboren.

Maandag 7 december bepalen rond de zeshonderd PvdA-leden van Nieuw-West wie de koers mag uitzetten voor het nieuwe stadsdeel. Marcouch heeft al gezegd dat hij niet herkiesbaar is, als hij geen lijsttrekker wordt.

In Nieuw-West wonen 130.000 mensen, de werkloosheid is hoog, scholen scoren slecht, de integratie verloopt moeizaam. De verkiezing is een referendum geworden over de ‘methode-Marcouch’. De strijd tussen Achmed en Ahmed krijgt zo betekenis voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 en de landelijke politiek.

Hoewel van dezelfde partij, hebben de twee Marokkanen een duidelijk ideologisch meningsverschil. Marcouch, klein en fel, is van de shocktherapie. Hij noemt straatcrimineeltjes ‘tuig’ en provoceert de homofobe Marokkaanse gemeenschap door de Gay Pride te laten beginnen in Slotervaart. Hij wil dat mensen meer hun best doen om te integreren, maar baarde ook opzien door te suggereren dat islamonderwijs op basisscholen als emancipatiemiddel bespreekbaar is.

Hij is er een bekende Nederlander mee geworden, het antwoord van de PvdA op Wilders, die bij de Europese verkiezingen in West hoog scoorde. Uit de Amsterdamse Burgermonitor 2009 blijkt dat 46 procent van de bevolking in Slotervaart tevreden is over het stadsdeelbestuur, verreweg de hoogste score in de stad.

Maar hij heeft in het stadsdeel ook vijanden gemaakt. Drie PvdA’ers stapten uit de fractie en richtten de partij Tulpen voor Amsterdam op uit protest tegen Marcouch’ „ondermijning van de scheiding van kerk en staat”. Eén van hen, de Surinamer Clyde Moerlie, noemt de PvdA een „maffiapartij” en spreekt van etnische partijpolitiek met een voorkeursbeleid voor moslims. Twee Marokkaanse bestuurders van Slotervaart dreigden op te stappen wegens Marchouch’ radicale homonota. „Ik kom op voor fundamentele rechten en vrijheden”, zegt hij in zijn stadsdeelkantoor. „Ik wil bewoners hoop geven. Dat doe je door je uit te spreken.”

Achmed Baâdoud – groot, sportief, sikje – is de man van de geleidelijkheid. Vijftien jaar lang baande hij zich een weg omhoog bij autobedrijf Nissan. Als wethouder economische zaken speelde hij een belangrijke rol bij de uitbreiding van een groot bedrijventerrein in Osdorp. Hij houdt niet van moslim-bashen en richt zich op de „99 procent” met wie „het wel goed gaat”. Hij werkt in stilte. „Ik vind het ook niet nodig dat lokale bestuurders landelijk bekend zijn.”

In de Verrijzeniskerk profileert hij zich als de echte PvdA’er, die botst met Marcouch over de scheiding tussen kerk en staat. „Ik wil het niet hebben over de islam in Nieuw-West. Ik ben belijdend moslim, maar heb er bewust voor gekozen om de islam thuis te laten.” Hem bereiken geluiden, zegt hij, dat de niet-moslims hier zich niet meer vertegenwoordigd voelen door de PvdA. „De discussie over de islam werkt verstikkend. Door die deken van religie kan ik in het donker het probleem niet meer zien.” Hij krijgt applaus.

Marcouch noemt die uitspraak een paar dagen later „van een blindmakende domheid”. Hij zegt: „Ik trof hier in 2006 een veiligheidssituatie aan die onacceptabel was, verloedering, verpaupering, problemen met integratie. Er is een cultuuromslag bereikt. Meer veiligheid, extra agenten, stevige recherche, stillen op criminele groepen. Ik heb persoonlijk de ouders de school binnengetrokken, ben achter de voordeur gegaan. Ik heb Baâdoud over dit soort kwesties nooit gehoord. Baâdoud zegt: in 99 procent van Nieuw-West gaat het goed. Dat is niet mijn manier van politiek bedrijven: problemen de rug toekeren en naar de mooie dingen kijken. Uit onderzoek blijkt dat de Amsterdammers mij een 7 geven.”

Ook Baâdoud klopt zich op de borst wegens behaalde successen. „Van de twaalf overlastgroepen in Osdorp zijn er nog maar zes over. Ook wij werken achter de voordeur en op scholen. Maar wij zijn doelgericht en Slotervaart doelgroepgericht.” Hij bedoelt daarmee: etniciteit benoemen is in Osdorp uit den boze. Uit alle bestuursstukken wordt de tegenstelling autochtoon/allochtoon verwijderd. „Ik toets niks op kleur, we zijn allemaal Osdorpers!”

Uit woede over het partijgekrakeel heeft de Turkse Osdorper Haci Karacaer het PvdA-bestuur Nieuw-West én de partij zelf vaarwel gezegd. „Marcouch is een geboren leider en dat is voor de middelmatige bestuurder niet te verteren”, zegt hij in een Marokkaans eethuis aan het August Allebéplein. „De werkwijze van Marcouch creëert weerstand. Turken en Surinamers kunnen het bloed van de Marokkanen wel drinken. Ze zeggen: wij gedragen ons netjes en we krijgen daar niks voor terug. Let op: de tweedeling allochtonen/autochtonen zal steeds meer naar de achtergrond verdwijnen in de grote steden. De strijd gaat niet meer tussen Jan en Ahmed maar tussen Achmed en Ahmed. En de gevestigde partijen zijn bang voor die nieuwe situatie. Ze reageren alleen maar op Wilders.”

Karacaer, ooit voorganger van de omstreden Turkse moskeeorganisatie Milli Görüs, vindt ook de angst voor de islam onzinnig. „Marcouch pleit niet voor de sharia! Hij zegt: er zijn veel mensen in Amsterdam die de islam een grote plek geven. Daar moeten we iets mee doen.”

Marcouch zegt dat zijn tegenstanders de kwestie van de koranles opblazen: „Ouders hebben behoefte aan godsdienstonderwijs. Veel kinderen worden nu op een weekendschool onderworpen aan godsdienstonderwijs dat niet meer van deze tijd is. Onderwijzers zeggen daar last van te hebben. Het enige wat ik heb gezegd is: waarom maken openbare basisscholen en ouders geen gebruik van de wettelijke mogelijkheid zelf dit onderwijs te organiseren?”

Deelraadslid Gerard Molewijk van Slotervaart Levendige Tuinstad noemt dat de „balkanisering van het staatsapparaat”. „Wantoestanden moeten bestreden worden met de politie, niet via het onderwijs. Marcouch kon me slechts één voorbeeld noemen van een slechte koranschool en dat was van vóór zijn aantreden.” Molewijk verbaast zich over de twee gezichten van Marcouch. „Enerzijds verdedigt hij onvermoeibaar de rechtsstaat en anderzijds wil hij religie een grotere rol geven. Dat zijn onverenigbare uitgangspunten.”

Ter verdediging zegt Marcouch: „Na Fortuyn, na 9/11, na Van Gogh had Slotervaart het etiket: de buurt van Mohammed B. Toen ik kwam, was er geen visie op radicalisering. Nu is er een actieplan om fundamentele vrijheden te beschermen. Ik ben ook wel degelijk voorvechter van de scheiding tussen kerk en staat. Dat je niet over moslims spreekt, betekent niet dat ze niet bestaan! Het gaat in Zwitserland niet voor niets om de angstgevoelens die mensen hebben bij minaretten. Die angst doorbreken is geen fictieve discussie.”

Waar de een Marcouch verwijt dat hij de islam wil invoeren op school, is de ander boos over zijn homonota. Dat geldt vooral voor de behoudende Marokkaanse gemeenschap, die in Nieuw-West een grote minderheid vormt. Marcouch gaat te snel, is een veelgehoorde opvatting. Baâdoud houdt zich desgevraagd op de vlakte: „Homobeleid wordt landelijk gemaakt. Ik vind het niet iets om als stadsdeel alleen te doen.” Dat ziet Marcouch anders: „Als een homo hier niet zichzelf kan zijn, kan ik niet doen of dat probleem niet bestaat. Als er Marokkanen zeggen: dat is mijn cultuur, dan ga ik dat benoemen.”

Datzelfde deed Marcouch ook bij de aanpak van de overlast en misdaad in de wijk Overtoomse Veld. Toen hij in 2006 aantrad, sprak hij onverbloemd over Marokkaanse straatcriminelen. Stigmatiserend, vinden veel Marokkanen en Baâdoud is het met ze eens. „We hebben het over 120 overlastgevende jongeren. Die moet je gewoon aanpakken.” Osdorp was het eerste stadsdeel dat de schade van nieuwjaarsrellen verhaalde op de daders. „Toen werden we geprezen omdat wij de Marokkanen goed aanpakten. Maar het waren helemaal geen Marokkanen.” Het waren witte jongens, maar dat wil hij niet gezegd hebben, „want dat doet er niet toe”.

Met zijn optreden werd Marcouch bekend in het hele land. „Dat was toen goed en nodig”, zegt PvdA’er Robin de Bood, stadsdeelvoorzitter van Geuzenveld-Slotermeer. „Zeker de noordkant van die wijk had grote problemen. Maar nu het beter gaat, hoef je dat niet te blijven roepen.” Toen De Bood acht jaar geleden aantrad, waarschuwde hij dat zijn stadsdeel niet „het afvoerputje van Amsterdam” moest worden. „Dat viel slecht bij burgers, die zeiden er met veel plezier te wonen.”

Hoewel Geuzenveld-Slotermeer aan de zijlijn staat bij de politieke tweekamp, is dit het meest problematische stadsdeel van Amsterdam. „Slotervaart en Osdorp hébben een Vogelaarwijk, Geuzenveld-Slotermeer is één grote Vogelaarwijk”, zegt De Bood. Slotervaart en Osdorp hebben wijken met rijke inwoners, Geuzenveld-Slotermeer niet. Het stadsdeel scoort slecht op tal van lijstjes, zoals dat van de kwaliteit van de scholen. Maar de jeugdcriminaliteit is er niet erger dan in Slotervaart. „We hebben hier wel hangjongeren, maar geen overlastgevende groepen”, zegt De Bood.

In de praktijk werken de drie stadsdelen al veel samen. Maar het steekt dat Marcouch zo vaak de show steelt. Marcouch haalt zijn schouders erover op: „Er zijn mensen die me in mijn oor fluisteren: Ahmed, je gaat te hard, er wordt over je geroddeld, je bent stigmatiserend, stuur ze op een reisje. Dat is niet mijn politiek. Ik ben geen VVV-kantoor.”

Na de dienst voor het slachtfeest loopt de Poldermoskee in Slotervaart leeg. Een handvol vrouwen zit achterin het mannengedeelte op de grond. Wij zijn niet het ‘moskeetje van Marcouch’, zegt bestuursvoorzitter Yassmine el Ksaihi (24), gehuld in oranje gewaad en hoofddoek. De éénjarige Poldermoskee is vrouwvriendelijk, gericht op jongeren en heeft Nederlands als voertaal. Na aanvankelijke argwaan komen de moslims er nu graag, zegt El Ksaihi. „Marcouch heeft zijn nek uitgestoken. Maar zijn probleem is dat hij onder niet-Marokkanen populairder is dan onder Marokkanen. Er wordt veel over hem geroddeld in de Marokkaanse gemeenschap, terwijl Baâdoud de rustige man is van het ideale gezinnetje. Ikzelf hou wel van een harde aanpak, maar ik denk dat Baâdoud meer kan bereiken omdat hij een neutralere positie inneemt.”

    • Laura Starink
    • Karel Berkhout