Zwelgen graag, maar geen teloorgang

Als we eerlijk zijn kennen we allemaal een liedje van Ramses Shaffy dat op een moment van ons leven het verschil heeft gemaakt”, zei de van oorsprong Vlaamse regisseur Ivo van Hove deze week aan het begin van de Nederlandse première van Teorema, het nieuwste stuk op het repertoire van Toneelgroep Amsterdam. Hij herdacht de overleden Shaffy, refererend aan de korte periode dat deze van TGA deel had uitgemaakt. „Daarom spelen we vanavond voor hem”, besloot Van Hove zijn toespraak bij het overlijden van de dezer dagen overal uitbundig herdachte bohémien Shaffy.

Teorema, gebaseerd op de gelijknamige film van Pasolini uit 1968, bleek merkwaardig passend voor de gelegenheid. Teorema gaat over een gezin (vrouw, man, zoon, dochter, dienstmeid) waar op een dag een enigszins mysterieuze jongeman binnentreedt die door alle gezinsleden wordt begeerd en die met allen naar bed gaat – in sommige opzichten zeker de onstuimige passant die Shaffy was.

Op een dag neemt hij echter de benen, de gezinsleden in staat van grote seksuele verwarring achterlatend. De vrouw des huizes gaat op straat op zoek naar passerende seksuele partners die aan de verdwenen jongen doen denken, en ook de anderen nemen hun toevlucht tot wanhoopsdaden.

De jongeman heeft de burgerlijke orde grondig verstoord, maar door zijn vertrek betrokkenen de mogelijkheid ontnomen een nieuwe structuur te vinden waarin zij als mens kunnen functioneren. Zijn doortocht is dus zowel vloek als zegen.

„Ik begrijp niks van die verering van Ramses Shaffy”, schreef een Vlaamse vriend van mij op Facebook deze week. „Pathetische kinderliedjes.” Nou, daar zit wat in – pathetisch waren ze vaak, vandaar dat ze zich zo lekker laten galmen in de badkamer. Zeker was Shaffy geen Nederlandse Jacques Brel, in de zin van iemand die in zijn leven een coherent oeuvre van hoogwaardige en originele liederen heeft voortgebracht.

Maar voor de betekenis van een zanger in ons Noord-Nederlands collectief bewustzijn maakt de formele kwaliteit van het gebodene kennelijk niet veel uit. Neem André Hazes (1951-2004). Het is bekend dat deze zijn grootste successen, op in Spanje en Italië aangekondigde kant-en-klaarmelodieën schreef met het Prisma Rijmwoordenboek in de hand – en als je dat weet, valt het ook duidelijk te horen.

Wat Hazes net als Shaffy in onze Noord-Nederlandse oren redde, was de schijnbare integriteit van hun kunstenaarschap. Hazes, een hypersentimentele man, viel als persoon volledig samen met zijn gehuil onder de kerstboom. Zoals Shaffy ook daadwerkelijk maar bij nacht in Amsterdam door verlaten straten bleef lopen. Van zoveel in de stem doorklinkende echtheid gaat een waanzinnige aantrekkingskracht uit.

Nee, tot wanhoopsdaden als in Teorema zal het na de dood van Shaffy niet komen. Zwelgen graag, romantisch teloorgaan liever niet – eigenaardigheden van de Noord-Nederlandse psyche. Misschien zijn die ook wel de reden dat Van Hove's werkelijk prachtige voorstelling in een Amsterdamse zaal toch niet helemaal aankwam.

Teorema is tot en met 9 september te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam. Shaffy wordt maandag geëerd met een herdenkingsbijeenkomst in Theater Carré.

    • Raymond van den Boogaard