Ziezo, bevrijd van man en tiran

Ook door het christendom achtte de man zichzelf een volwaardiger mens dan de vrouw. Dat hield hij lang vol. Godzijdank is nu alles anders.

scene uit de film Das weisse Band (2009) FOTO: Cineart Cineart

Edwin Koster en Wessel Stoker (red.): Roman & Religie. Bespiegelingen over godsdienst in Knielen op een bed violen. Meinema, 231 blz. € 21,50.

Dylan van Rijsbergen: Het onbehagen van de man. Augustus, 144 blz. € 15,–.

Bas van der Vlies: Elke dag van de partij. De Banier, 288 blz. € 23,90.

Bij het zien van Michael Hanekes film Das weisse Band overviel me dezelfde razernij als bij het lezen van Jan Siebelinks roman Knielen op een bed violen. Roman en film tonen een samenleving waarin de man op alle niveaus onbetwist meester is over de vrouw. In Knielen op een bed violen stort een godsdienstwaanzinnige huistiran zijn gezin in het ongeluk, terwijl in Hanekes film een met Urk vergelijkbaar dorp lijdt onder de in naam des Heeren uitgeoefende manlijke machtswellust.

De roman speelt na WO II, de film aan de vooravond van WO I. Alles veranderde, het patriarchaat bleef. Dat loopt, althans in de ontwikkelde Europese wereld, ten einde. Hoe moeilijk dat is voor doorsnee mannen blijkt wel uit het manifest Het onbehagen van de man door Dylan van Rijsbergen. Voor religieuze fundamentalisten is de ondergang van het patriarchaat zelfs onaanvaardbaar, daar maakt iemand als SGP- leider Bas van der Vlies in zijn dagboek geen geheim van.

Is de onderdrukking van vrouwen en kinderen inherent aan godsdienst? Dat zou je kunnen opmaken uit de reacties op zowel de film van Haneke als de bestseller van Siebelink. Tal van lezers beschouwen Knielen op een bed violen als een calvinistische aberratie, vergelijkbaar met islamitisch fundamentalisme. Op dezelfde manier kun je de toestanden in het Lutherse dorp in Das weisse Band reduceren tot de archaïsche problematiek van een nog half-feodale samenleving. Ook zou uit de film kunnen worden opgemaakt dat Haneke heeft willen laten zien hoe christelijk fundamentalisme in Duitsland begin 20ste eeuw de toekomstige nazi’s kweekte. Haneke zei daarover in een interview met deze krant: „Duitsers kunnen de film op hun eigen geschiedenis betrekken. Maar in andere landen kan het publiek de film zien als een verhaal over hun eigen samenleving.’’ Hij sprak de hoop uit dat Das weisse Band wordt gezien als een anti-autoritair protest.

Die functie heeft Knielen op een bed violen niet. Siebelink beschreef immers specifiek een uitwas van het geloof. Maar voor wie het wil zien, geeft hij daarmee tegelijk een uitvergroting van een tot voor kort algemeen in de samenleving heersende norm.

In de onlangs verschenen bundel Roman & religie nemen religieus geïnspireerde geleerden de theologische, filosofische en psychologische aspecten van Knielen op een bed violen onder de loep. Geen van hen stelt het op de Bijbel gebaseerde seksisme aan de orde van hoofdpersoon Hans Sievez. Stuk voor stuk diagnosticeren de auteurs van Roman & religie Hans Sievez’ rabiate opvattingen en gedrag als een obsessie, een ziekte, in elk geval als een afwijking van het normale.

Toen Knielen op een bed violen begin 2004 verscheen, beleed in de VS George W. Bush de revival van de family values. Nederland was in de ban van de vermoorde populaire politicus Pim Fortuyn die in De verweesde samenleving (1995) een eerherstel bepleitte van autoritaire vaders en hun ‘normen en waarden: ‘De oude vaders trekken zich verbitterd terug en de zonen laten de maatschappij aan haar lot over. Dat is de erfzonde van de babyboomers, mijn generatie dus.’

Die babyboomers waren opgegroeid met de romans van Jan Wolkers en later Maarten ’t Hart, waarin gereformeerde vaders en hun opvattingen worden bespot. Het bijzondere aan Knielen op een bed violen is nu juist het ontbreken van iedere vorm van spot. Ruben, de zoon van hoofdpersoon Hans Sievez, heeft grote bewondering voor zijn door God aangeraakte vader. Jan Siebelink, naar wiens beeld Ruben is geschapen, toont zich gekrenkt als men de vaderfiguur in zijn boek als een godsdienstwaanzinnige beschouwt. En ik denk dat Siebelink gelijk heeft wanneer hij zulke kwalificaties noch op zijn vader noch op het romanpersonage Hans Sievez van toepassing acht.

Knielen op een bed violen ontleent zijn belang mede aan het onversneden beeld van een patriarchale samenleving. Als ik Hans Sievez alleen maar zou zien als lid van een gektesekte zou hij bij mij onmogelijk woede, kunnen oproepen, eerder diepe deernis. Waarom het prachtige Knielen op een bed violen mij tot razernij brengt, is dat de bijbelse tirannie van Hans Sievez een metafoor oplevert voor de absolutistische heerschappij van mijn eigen (atheïstische) vader en van vrijwel alle begin 20ste- eeuwse vaders die ik ken. Het alleen met racisme te vergelijken seksisme van Hans Sievez wordt zichtbaar wanneer je je verplaatst in zijn vrouw Margje, door Siebelink beschreven als een liefdevolle echtgenote die de huiselijke terreur lijdzaam ondergaat. In werkelijkheid, ook in de romanwerkelijkheid, is zij een vrouw die niets had in te brengen, haar sociale contacten en haar eigen geloof moest opgeven, volkomen afhankelijk was. Toen ze het niet meer uithield met de fanaat die haar bedroog en vernederde kon zij niet scheiden, omdat zij voor het dak boven haar hoofd en andere eerste levensbehoeften haar kostwinner nodig had.

Margje is een huisslavin, wat in haar geval wordt gerechtvaardigd met de Bijbel in de hand. Maar niet alléén op grond van de Bijbel. Ook juridisch stonden mannen als Sievez het grootste deel van de 20ste eeuw volledig in hun recht als zij hun echtgenotes als ondergeschikten bejegenden. De verhoudingen die Siebelink schildert waren in de doorsnee huisgezinnen van de jaren vijftig in Nederland de norm. Gehuwde vrouwen waren tot 1957 financieel handelingsonbekwaam. Tot 1971 bepaalde het Burgerlijk Wetboek dat mannen het hoofd van de echtvereniging waren met alle consequenties van dien voor hun vrouwen. En het duurde tot 1991 tot verkrachting binnen het huwelijk strafbaar werd gesteld. Gedwongen seks was de norm.

Vervolg op pagina 2

Eeuwen was de helft van de bevolking rechteloos

Vrouwenonderdrukking was niet per se aan godsdienst gebonden. Ook in het verlichte milieu van mijn kindertijd hadden mannen een hogere opleiding dan vrouwen, waren vrouwen financieel afhankelijk van hun echtgenoot en kregen de kinderen wettelijk de achternaam van de vader. Gehuwde vrouwen waren verplicht de naam van hun man aan te nemen. Moeders werkten niet buiten de deur, zodra een onderwijzeres of vrouw in overheidsdienst trouwde, werd zij ontslagen. Als maatschappelijke wezens werden ze uitgewist: geen naam, geen betaald werk, dus geen inkomen, geen zeggenschap. Echtscheiding was geen optie. Zij baarden kind na kind omdat er nauwelijks aan voorbehoedsmiddelen te komen was en waren aangewezen op een illegale abortus als ze daar genoeg van hadden.

Hoe was het om op te groeien in dergelijke gezinnen? De meeste vaders die ik kende waren ‘losers’, mannen die zichzelf heel wat vonden voorstellen omdat ze kostwinner waren, maar die zich net als Hans Sievez buitenshuis lieten koeioneren door de boven hen gestelden. De vernederingen die ze zich buitenshuis moesten laten welgevallen, werden thuis gecompenseerd met dictatoriaal gedrag. Als vader thuiskwam, was zijn wil wet. Hij bepaalde hoe laat er gegeten werd, hoe zijn huisgenoten zich kleedden, met wie zij omgingen en hoe zij hun levens inrichtten. Het leek verdacht veel op wat moderne mensen tegenwoordig zo tegenstaat aan de gezinsverhoudingen in bekrompen islamitische milieus.

Bij het zien van Das weisse Band zat ik, uiteraard tegen beter weten in, te snakken naar verzet van de vrouwen en kinderen tegen de mannen aan wie ze even gehoorzaam moesten zijn als aan God (alsjeblieft één welgemikt knietje tegen de ballen van de dominee of dokter!). Maar wraak was ondenkbaar. De woede van de kinderen in Das weisse Band keert zich tegen wezens die nog lager staan dan zijzelf: minderheden en geestelijk gehandicapten, en zo legt Haneke het verband met het fascisme.

In de tijd van Knielen op een bed violen gloorde al het verzet. Hans Sievez sterft in 1971, vier jaar daarvoor was Joke Smits feministische manifest Het onbehagen bij de vrouw verschenen, echtscheiding behoorde voor alle vrouwen al tot de mogelijkheden, de anticonceptiepil en medisch verantwoorde abortus waren beschikbaar, vrouwen konden hun eigen kostwinner worden en hadden geen vaders, echtgenoten of andere mainteneurs meer nodig.

Het einde van de apartheid van vrouwen, in de Zuid-Afrikaanse betekenis van rassenscheiding, begon in zicht te komen. Daar was alleen nog wat feministische agitatie voor nodig, zoals valt na te lezen in Het onbehagen van de man door historicus Dylan van Rijsbergen. Hij legt uit dat mannen met het verlies van hun macht over vrouwen ook hun ‘manlijke identiteit’ kwijt zijn. Zoiets als de radeloosheid van de ex-slavenhouder na de opheffing van de slavernij. ‘Hoe moet je nog man zijn als je plek als kostwinner in het gezin niet meer zo vanzelfsprekend is en je baas op het werk misschien wel een vrouw is?’ Van Rijsbergen keert zich tegen conservatieve publicisten als filosoof Andreas Kinneging die na de eeuwenlange uitsluiting van vrouwen nu ageren tegen ‘feminisering’ van de samenleving. Wat zich onbehaaglijk voelende, uit de macht gezette mannen volgens Van Rijsbergen vooral niet kunnen accepteren, is dat vrouwen hen niet meer nodig hebben voor de ‘drie p’s’ (protection, providing, procreation). Zijn advies aan die mannen is om het feministische concept van een ‘gender-neutrale samenleving’ te aanvaarden. ‘Veel mannen denken dat mannelijkheid als ideologie in hun voordeel is, omdat het hun macht en voorrang zou geven ten koste van vrouwen. Dat kan gedeeltelijk wel zo zijn, maar de prijs van die macht is hoog. Het is de morele prijs die de slavenhouder betaalt, zoals Multatuli al in de 19de eeuw wist en uitdroeg.

Wie bereid blijft die prijs te betalen, is SGP-leider Bas van der Vlies. Onder de titel Elke dag van de partij publiceert het Kamerlid een dagboek over 2008. Behalve over zijn tante Tina (‘Ze heeft haar hele leven voor anderen gebreid en geborduurd’) weidt hij daarin uit over het ‘vrouwenstandpunt’ van de SGP, dat vrouwen verbiedt bestuurlijke functies te bekleden. Over de uitspraak van het gerechtshof in Den Haag dat discriminatie van vrouwen niet onder de grondwettelijke vrijheid van godsdienst valt, klaagt de mannenbroeder. ‘Die uitspraak past wel bij het drijven van een gelijkheidsideologie die helaas aan de orde is in grote delen van onze samenleving.’

Mij lukt het niet dit vrouwenstandpunt van de SGP af te doen als dwaasheid van een achtergebleven sekte of als onschuldige folklore. Bas van der Vlies staat net zomin als Siebelinks romanpersonage Hans Sievez of de dominee in Das weisse Band voor een individueel geval van bezetenheid, maar voor de diepgewortelde overtuiging dat vrouwen tweederangs wezens zijn.

Het is dít standpunt dat eeuwenlang de helft van de bevolking rechteloos heeft gehouden en dat heden ten dage van Afghanistan tot Mexico nog leidt tot het uitbuiten, uitsluiten, mishandelen, verkrachten en vermoorden van vrouwen.

Wilt u reageren? Schrijf naar boeken@nrc.nl

    • Elsbeth Etty