Zeldzame hoop op vrede in de Nigerdelta

Het geweld tegen de olie-industrie in Nigeria is sterk afgenomen, maar kan weer oplaaien als de regering de lokale eisen negeert.

Er bestaat weer hoop op vrede in de Nigerdelta, de turbulente olieregio in Nigeria. Een Nigeriaanse olieanalist in de commerciële hoofdstad Lagos zegt via de telefoon dat hij verrast is over het succes tot nu van de recente amnestie voor de rebellen, „een vredespoging die aanvankelijk door iedereen met cynisme werd ontvangen”. Maar de Britse journalist Michael Peel, die net een boek over de Nigerdelta heeft gepubliceerd, zegt over het vredesinitiatief van de regering: „Een verrotte boom kan geen gezonde vruchten afwerpen.”

Scepsis lijkt gerechtvaardigd wanneer het gaat om een oplossing voor het slepende conflict in de Nigerdelta. Maar de afgelopen weken kwamen er ongebruikelijk positieve geluiden uit de delta. Iedereen is het er over eens dat de huidige vredespoging van president Yar’Adua de meest serieuze ooit is. Een delegatie van rebellengroep MEND voerde onlangs overleg in het presidentieel paleis en prees de regering van de in 2007 aangetreden Yar’Adua „voor haar oprechtheid bij de onderhandelingen”. Notoire rebellenleiders hebben zich verzameld in kampen van de overheid, leverden hun wapens in en wachten op omscholing.

De regering belooft ontwikkelingsprojecten en extra geld dat rechtstreeks bij de deltabewoners zal terechtkomen. De sabotageacties tegen de olie-industrie zijn dramatisch afgenomen en voor het eerst sinds drie jaar worden er weer 2,5 miljoen vaten olie per dag uit de grond gepompt. Dat was tot enkele maanden terug bijna één miljoen vaten minder.

Vijftig jaar oliewinning in de Nigerdelta leverde de bewoners weinig gewin op, wel vervuiling van hun kreken en akkers. Verzet hiertegen begon begin jaren negentig en ontaardde deze eeuw in grootschalige criminaliteit. Militanten stalen tot vorig jaar in samenwerking met corrupte ambtenaren en internationale criminele netwerken olie ter waarde van een geschatte 100.000 dollar per dag. De activisten van het eerste uur trokken zich uit afschuw terug.

Vorig jaar begon de overheid voorzichtig met een poging haar eigen stallen te reinigen, waarbij enkele militairen werden bestraft voor het doorverkopen van gestolen olie en het verkopen van wapens aan MEND. De inkomsten van de rebellen kwamen in gevaar. „Regering en MEND doen mee aan het vredesinitiatief uit wanhoop. Zowel regering als MEND ziet de inkomsten bedreigd door een voortgaande rebellie”, meent de olieanalist in Lagos.

De amnestie werd eind juni aangeboden, nadat eerst een groot militair offensief mislukt was. Het offensief had de rebellen moeten ondermijnen, maar eindigde vooral met ontheemde burgers. Onder de amnestieregeling (die gepaard gaat met een wapenstilstand) ontvangt iedere rebel ruim 500 dollar. De overheid belooft extra geld rechtstreeks aan „gemeenschappen in de delta” te verstrekken, in een poging de corrupte plaatselijke overheid te omzeilen. „Vijf jaar geleden deed de overheid hetzelfde”, zegt Peel, „toen het geld op was, trokken de militanten weer de kreken en de bossen in.” Peel: „Hoe los je Nigeria’s corruptie op? Dat is het werkelijke probleem en ik zie niet hoe deze vredesplannen daar een antwoord op geven.”

Beruchte rebellenleiders als Henry Okah, Government Tompolo, Farah Dagogo, Saboma George en Ateke Tom gaven zich over. Okah is een wapensmokkelaar, Tom werd in 2003 ingehuurd door een gouverneur van een deelstaat om de verkiezingen te helpen vervalsen en Saboma George is een drugsdealer. „De rebellenleiders zijn uit de bush weggekocht door de overheid”, vertelt de olieanalist. „Dit vredesinitiatief kost veel geld. Maar hebben de rebellenleiders hun strijders wel genoeg geld betaald? Zijn alle militanten financieel tevreden gesteld of bestaan er genoeg redenen om snel weer de bush in te trekken? Aan wapens geen gebrek in de Delta.”

De afgelopen maand braken in kampen van ontwapende rebellen enkele malen rellen uit over geld en in de oliestad Port Harcourt gingen ontevreden ex-rebellen op een plunder- en verkrachtingstocht in de universiteit. Naarmate de regering er langer over doet om haar beloftes in te lossen, nemen de kansen toe dat rebellen de strijd hervatten. Uitgerekend de afgelopen week ontstond in Nigeria grote twijfel over de fysieke toestand van president Yar’Adua, die opnieuw voor gezondheidsklachten behandeld moest worden in het buitenland. De regering zegt dat er geen reden is voor paniek.

Alle twijfels ten spijt bestaat er goede hoop. „Ik geloof dat het dit keer gaat lukken”, zegt een hooggeplaatste werknemer binnen de nationale oliemaatschappij van Nigeria. „Deze regering heeft werkelijk goede bedoelingen.”