Wat moet die jongen van 18 met Sinterklaas?

Vonne van der Meer: December. Contact. 144 blz. € 16,95.

Rascha Peper: Zwartwaterkoorts. Nieuw Amsterdam. 240 blz. € 17,50.

Een tijdje geleden stond in de krant dat patiënten aantoonbaar baat hebben bij medeleven. Morfine werkt beter als het door een zichtbare verpleegkundige wordt toegediend dan via een pompje. Placebo’s zijn wel effectief als ze worden voorgeschreven door een geruststellende doktersstem, maar niet als ze stiekem door het eten worden geprakt. In December, haar nieuwe verhalenbundel, of eigenlijk meer een gelegenheidsbloemlezing uit haar verhalen, probeert Vonne van der Meer dit nieuwe wetenschappelijke inzicht nog wat verder op te rekken, in metafysische richting. Zij laat een cardioloog een avondlijk bezoek brengen aan een hartpatiënt die er slecht aan toe is. Omdat ze van een feest komt, heeft de arts haar blauwe avondjurk nog aan. Ze spreekt hem opbeurend toe. De volgende dag blijkt de patiënt enorm te zijn opgeknapt – na wat hij had ervaren als de verschijning van Maria. De cardioloog besluit een onderzoek in te stellen naar het effect van engelachtige verschijningen aan een ziekbed. Helpt het als patiënten geloven in een hogere macht? Heeft bidden geneeskracht? Een duidelijk antwoord op deze vragen laat Van der Meer wijselijk achterwege. ‘Het onderzoek is nog in een pril stadium’, zo luidt de laconieke slotzin.

Alle zeven verhalen staan in het teken van Sinterklaas of Kerstmis. Wat is er aan de hand met een jongen van 18 die nog steeds zijn schoen zet en offers brengt aan het paard van Sinterklaas? Wat bezielt degene die elk jaar het kindje Jezus ontvreemdt uit de plaatselijke kerststal? Moet er een fatsoenlijke slaapplaats worden gegund aan een paar daklozen op Kerstavond, of toch maar liever niet? Van der Meer laat haar hoofdfiguren, op wie een moreel appèl wordt gedaan, steeds schipperen tussen hun eigen en een meer algemeen belang, tussen egocentrisme en naastenliefde. De mensen doen graag iets doen voor een ander, vooral rond Kerstmis, maar hebben er zelf ook graag profijt van. Heilige boontjes zijn het dus niet en dat vormt meteen een prettig tegenwicht tegen de lievigheid die de verhalen van Van der Meer nog wel eens bedreigt.

Het mooiste, want spannendste verhaal, Bedrog, speelt zich af op 5 december. Een vrouw verlaat in alle vroegte de echtelijke woning om, namens de stichting Burgerzin, een jonge man tot Zwarte Piet te schminken. Zij probeert de klus zakelijk te klaren, maar de erotische spanning tussen haar en Piet loopt snel op. Aan zijn oren durft ze niet te beginnen, want dan staat ze niet meer voor zichzelf in. ‘Ik zou naar binnen gezogen worden, in hem verdwijnen als Alice in het konijnenhol.’ Maar de man eist dat zijn oren ook gedaan worden – met alle gevolgen van dien. Als zij thuiskomt met zwarte vegen op haar gezicht toont haar man geen enkele argwaan. Hij geeft haar snel een nat doekje, zodat het sinterklaasgeloof van hun zoontje niet aan het wankelen hoeft te worden gebracht door het gemorste zwart. Het huwelijksbedrog, zo begrijpen we, blijft onopgemerkt en de vrouw moet dus maar zien hoe ze met haar geweten in het reine komt.

In de nieuwe verhalenbundel van Rascha Peper, Zwartwaterkoorts, hadden alle zeven verhalen wel Bedrog kunnen heten. Wat bij Van der Meer een uitzondering is, dat is bij Peper de normale gang van zaken. Het liegen en bedriegen, het oplichten en verduisteren zit haar personages in het bloed, zonder dat er schaamte of schuldgevoel bij komt kijken. De een steelt en vervalst Renaissanceboeken, de ander liegt over zijn aan ‘zwartwaterkoorts’ overleden vrouw om zijn huurwoning te kunnen behouden. Een zoon berooft zijn blinde vader op slinkse wijze van zijn kostbaarheden en een gepensioneerde garagehouder verzint een hele nieuwe familie bij elkaar, compleet met fotoalbum, omdat hij niets meer te maken wil hebben met de ‘voddenrapers’ bij wie hij opgroeide.

Van der Meer laat ons kennismaken met weldenkende, laten we zeggen Gooise types die zich het hoofd breken over goed en kwaad. Peper brengt een legertje van verongelijkte Amsterdammers op de been: mensen die zich door een vervelende jeugd, door armoede, door een reeks van tegenslagen of gewoon door een ontevreden karakter de luxe van eerlijkheid niet menen te kunnen permitteren. In beide gevallen levert dat levendige en montere verhalen op, in soepele spreektaal, vaak met verrassende ontknoping.

Een sympathieke eigenschap van Pepers verongelijkten is hun vanzelfsprekende dierenliefde: het enige waar ze geen doekjes om winden. Ze worden blij als ze herinneringen ophalen aan het aapje Siepie dat ze ooit bezaten of aan de kalkoen Nooitgedagt. De oude weduwnaar voelt zich het meest op zijn gemak met zijn tamme kraai, die hij Scheffer noemt, en die bij hem aan tafel eet. De gepensioneerde garagehouder verkoopt zijn papegaai Pierre, omdat zijn vriendin een hekel heeft aan pratende vogels, maar als hij afscheid genomen heeft, realiseert hij zich pas dat hij meer liefde voelt voor het afgedankte beest dan voor zijn pinnige vriendin. Hoe ze ook door het leven getekend zijn, deze narrige Amsterdammers, hun hart is duidelijk nog niet helemaal verdord. Bij het dagelijkse voeren van de reigers, vanaf zijn dakterras, leeft de weduwnaar helemaal op. ‘Dit was zijn finest hour. Hier boven het stadsgewoel omringd te zijn door klapvleugels, snavels, kuiven en gouden kraalogen.’

Misschien kan er ook eens een wetenschappelijk onderzoek worden gedaan naar de levensverlengende kwaliteit van gezelschapsdieren en stadsvogels.

    • Janet Luis