Voor onszelf en onze aarde, amen

Een groot obstakel als het gaat om klimaatverandering is onze ingesleten levensstijl, blijkt uit twee boeken. Hoe verminderen we consumptie als de wereld daar op draait?

Former US vice president Al Gore makes remarks about his new book, "Our Choice", which focuses on ideas for solving the climate crisis, on November 5, 2009 at George Washington University in Washington, DC. AFP PHOTO / Tim Sloan AFP

Colin Beavan: No Impact Man. Vert. J.Hermus, M. Janzen. Spectrum, 280 blz. € 20,-

Al Gore: Our Choice. A Plan to Solve the Climate Crisis. Bloomsbury, 415 blz. € 20,– Vertaald (door Richard Kruis) als Onze Keuze. Meulenhoff, € 25,-

‘Alleen al in de VS worden jaarlijks ruim 50 miljard aluminium blikjes weggegooid. Het Container Recycling Institute heeft berekend dat Amerikaanse burgers tussen 1990 en 2000 genoeg aluminium weggooiden om ’s werelds commerciële luchtvaartvloot 25 keer opnieuw te vervaardigen.’

Beeldende rekensommetjes als deze – schrijvers van klimaatboeken ontkomen er niet aan. Maar lees een paar van die boeken en ongewild krijgt dit type som een dubbel effect. Hij toont de waanzin van de status quo, én de machteloosheid van wie daaraan iets wil veranderen. De som van onze alledaagse individuele keuzes schaadt de mens-als-soort in toenemende mate. Hoe daaraan in vredesnaam iets te doen?

Al Gore grossiert in sommen in Our Choice, a Plan to Solve the Climate Crisis. Het boek is een prima overzicht van de Amerikaanse stand wat de bestrijding van klimaatverandering aangaat. Hoopvol zijn de spannende technologieën die Gore noemt, oplossingen die naast CO2-uitstoot vaak nog een ander probleem aanpakken. Een voorbeeld: in de landbouw verhoogt het in de grond werken van ‘biochar’ (luchtdicht verbrande biomassa die werkt als een soort ‘turbohumus’), niet alleen het vermogen van de bodem om CO2 te binden, maar ook de vruchtbaarheid van uitgeputte grond.

Gore pleit voor grootschalig inzetten op zonne-, wind- en geothermische energie, en acht kernenergie en de ondergrondse opslag van CO2 makkelijke schijnoplossingen die vermeden moeten worden. Een lang hoofdstuk wijdt hij aan energiebesparing waarbij milieu en financiële winst gelijk op gaan. Met zuinige gebouwen, motoren, fabrieken, etc. valt nog een wereld te winnen. Maar bij besparing stuiten we meteen op één van de belangrijkste obstakels: gedragsverandering. Het is, zo blijkt, veel makkelijker een dief van eigen portemonnee te blijven dan met gedragswijzigingen op de lange termijn geld en energie te besparen.

Een helikoptervisie als die van Gore kan verlammend werken. Een goed tegenwicht biedt daarom het leesbare, soms heel interessante en dan weer onuitstaanbaar zalvende No Impact Man van journalist Colin Beavan. Samen met zijn gezin probeerde hij een jaar zo min mogelijk CO2 uit te stoten. Geen afval produceren in een wegwerpcultuur, niet consumeren in een consumptiecultuur, kán dat überhaupt?

Als bewoner van Manhattan begint Beavan met een in Europese ogen flinke achterstand. Niet meer dagelijks een afhaalmaaltijd, fietsen en kleding niet meer na één dag dragen wassen zijn voor hem al flinke stappen. Maar dan weer is zijn experiment een eye-opener, of laat het zich lezen als een aantrekkelijke vorm van maatschappelijke ongehoorzaamheid. Voor zijn elektra is Beavan overgeleverd aan de maatschappij die zijn huisbaas gekozen heeft. Stiekem zet hij een zonnepaneel op het dak. En inderdaad: waaróm zijn de producten die we het snelst weggooien, zoals de zakjes waarin je je tomaten van de supermarkt naar huis vervoert, gemaakt van plastic, het slechtst afbreekbare materiaal? ‘Nog maar een paar weken bezig en ik heb al het gevoel dat normaal eigenlijk volkomen krankzinnig is,’ schrijft Beavan en vaker dan je lief is, moet je hem gelijk geven.

Interessanter nog dan Beavans veranderingen in levensstijl is zijn beschrijving van het effect dat deze op hem heeft. Hij wordt overvallen door een redeloos verlangen naar zijn favoriete snack, een pizzapunt op een kartonnen bordje. Hij wordt kwaad, omdat hij ‘om duurzaam te leven niet meer precies kan hebben wat ik wil, op het moment dat ik dat wil.’

Beide boeken maken een heel Amerikaanse indruk, niet zozeer door het gebrek aan internationaal perspectief (Gore) of het indrukwekkende consumptievolume (Beavan) dat erin beschreven wordt, als wel door de bijna religieuze toon die met het schrijven over transformatie gepaard gaat. Hoewel Beavan zich hartstochtelijk voorneemt om niet te preken, constateert hij eerst dat hij ‘een zeikerd’ wordt, en uiteindelijk dat zijn nieuwe levenswijze ‘beter, betekenisvoller en nuttiger’ is, voor ‘onszelf en onze aarde’. Gore wil de Amerikaanse lezer vooral een ‘informed choice’ bieden, maar kan het niet laten te schrijven dat hun ‘hysterische orgie van consumptie’ Amerikanen afhoudt van ‘tijd doorbrengen met hun naasten’. Ongemakkelijke waarheden wellicht, maar gepreek helpt de zaak niet verder.

Maar wat heeft ‘recovering politician’ Gore in petto als het gaat om de te nemen hindernissen? Niet bijster veel, helaas. Het hoofdstuk ‘Political Obstacles’ is één grote tirade tegen de kwalijke praktijken van big oil en andere belanghebbenden bij de status quo, die miljarden spenderen om verandering in de kiem te smoren. Ook staat hij lang stil bij de media die zich door deze desinformatiecampagnes laten gijzelen. Gore neemt afstand van zijn eerdere roep om een CO2-belasting. Een systeem van emissiehandel, eventueel in combinatie met een heffing, lijkt hem voor de VS het maximaal haalbare. Verder in dit boek over ‘oplossingen’ wel de verplichte roep om ‘visionaire leiders’, maar geen nieuwe voorstellen voor slimme belastingstelsels of andere politieke prikkels.

Gore hekelt kortetermijndenken en vraagt om een duurzamer kapitalisme. Beavan constateert dat als iedereen zijn levensstijl zou versoberen, het klimaatprobleem snel opgelost zou zijn. Al stellen de auteurs het zelf niet scherp, toch komt uit hun boeken duidelijk de systeemcrisis naar voren waar het klimaatprobleem ons met de neus bovenop drukt. Voor technische oplossingen wordt terecht veel verwacht van de innovatie door concurrentiedrift die kapitalisme eigen is. Anderzijds staat kwantitatieve groei nog steeds haaks op een eindige ruimte zoals wij die bewonen, en beloont de vrije markt consumptieverhoging, verspilling en verwoesting van ecosystemen. Bij die constatering kan de morele dimensie gerust achterwege blijven.

Jammer dus dat Gore zijn zalvende slotwoord niet gewoon heeft gewijd aan datgene wat hij bepleit en wat dit probleem inderdaad kan bijsturen: een wereldwijde, hoge prijs op de uitstoot van CO2. Hup Kopenhagen.

    • Maartje Somers