Trouw aan de bondgenoten of trouw aan beloftes

Sinds de aankondiging van president Obama om extra troepen naar Afghanistan te sturen, zit de Nederlandse politiek in dubio: blijven in Uruzgan of vertrekken?

Hij stond er gistermiddag in de Tweede Kamer enigszins beduusd bij. Eimert van Middelkoop, minister van Defensie, verantwoordelijk voor de grootste militaire operatie van Nederland sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het was er even hard aan toegegaan in het parlement. Uruzgan is niet alleen strijdtoneel van de Nederlandse krijgsmacht, maar ook van de Nederlandse binnenlandse politiek.

De plechtige belofte van het kabinet aan de Tweede Kamer was twee maanden geleden dat radiostilte over het onderwerp zou worden betracht. Na een ministeriële kakofonie over het al dan niet voortzetten van de militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan als de huidige eind 2010 is afgelopen, was behoefte aan rust. De Tweede Kamer wilde geen uiteenlopende meningen, maar een ordentelijk besluit van het kabinet. Een besluit waar vervolgens over kon worden gedebatteerd.

Uiterlijk 1 maart zou de Tweede Kamer per brief te horen krijgen wat het kabinet van plan was in Uruzgan. Tot die tijd zou de discussie in het kabinet binnenskamers blijven. Maar deze week ging het dus weer mis. Naar aanleiding van de toespraak van de Amerikaanse president Obama, waarin deze aankondigde nog 30.000 militairen naar Afghanistan te sturen, buitelden de ministers over elkaar heen met hun mening over wat Nederland nog zou kunnen betekenen in Afghanistan.

Minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) stoorde zich gistermorgen openlijk aan het PvdA-Kamerlid Van Dam, die niet naar feiten zou willen luisteren. Op zijn beurt maakte vice-premier en PvdA-leider Bos nog eens duidelijk dat wat hem betreft er volgend jaar een einde komt aan de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Uruzgan. Zijn partijgenoot en minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders liet zich in dezelfde zin uit, en vroeg en passant om snelle besluitvorming.

De Tweede Kamerleden, bezig met de behandeling van de begroting voor Defensie, zagen gisteren in de plenaire vergaderzaal de oplaaiende discussie tussen de ministers via hun blackberries voorbij komen. „Ik ben het spuugzat”, riep het Kamerlid Han ten Broeke van de oppositionele VVD. Minister Van Middelkoop knikte deemoedig. „Ik ben het eigenlijk wel met de heer Ten Broeke eens als hij zegt dat hij het spuugzat is dat er voortdurend over wordt gesproken.”

Als minister van Defensie is hij wel één van de eerst belanghebbenden. Hij is immers de man die de mensen en het materieel levert. De ‘hoe verder’-vraag raakt Van Middelkoop meer dan elke andere minister. Hij stond twee jaar geleden volop achter het besluit de missie in Uruzgan eind 2010 te beëindigen. De operatie vergde zo veel van mensen en materieel dat een pas op de plaats gewenst was. Maar de grootleverancier van militaire middelen is ook politicus. Van Middelkoop weet dat een krijgsmacht die zich heeft teruggetrokken in de binnenlandse kazernes een makkelijk object is voor bezuinigingen.

Volgend jaar speelt dit nog niet. De logistieke operatie die is gekoppeld aan het beëindigen van de missie in Uruzgan vergt zelfs extra mensen. Maar daarna? Nederland heeft na het einde van de Koude Oorlog gekozen voor een zogeheten ‘expeditionaire krijgsmacht’. De grondwettelijke opdracht luidt dat de krijgsmacht kan worden ingezet voor handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. „Een expeditionaire krijgsmacht is er om ingezet te worden”, zei Van Middelkoop.

Dat laat de internationale gemeenschap in Afghanistan zien. Maar Nederland gaat juist weg. Althans dat is het formeel nog niet gewijzigde standpunt van Nederland uit 2007. Nu talloze andere landen juist meer militairen sturen, valt dat extra op. Nederland dreigt dan al gauw als niet loyaal te worden afgeschilderd. En dat is de afweging die ook iemand als Van Middelkoop moet maken: trouw aan de bondgenoten of trouw aan de eerdere beloftes.

    • Mark Kranenburg