Tijdschrift

De wens om eens een speciaal nummer aan Maarten ’t Hart te wijden bestond bij De Gids al langer, maar nu de schrijver uit Warmond vorige week zijn 65ste verjaardag vierde mocht er dan eindelijk eens goed worden uitgepakt. Naast de volgens het blad zo grote veelzijdigheid van het oeuvre van ’t Hart, zijn er nog meer redenen ‘om stil te staan bij Maarten’ (De Gids mag ‘Maarten’ zeggen ), zoals de mengeling van eigenzinnigheid en herkenbaarheid in zijn werk. Wat men niet noemt, maar wat wel uit de rest van dit nummer (nr. 7, €9,50) blijkt, is de humor van ’t Hart zelf of van de beschouwingen die zijn werk oproept.

’t Hart vaart in werk en leven zo’n eigen koers dat slechts het opdiepen van anekdotes al de moeite waard is. Zo heeft Sylvia Witteman vooral een beetje medelijden met de schrijver, omdat die zich in Het dovemansorendieet presenteert als een eter van ‘rauwe wortels en ander varkensvoer’.

’t Hart zelf pakt uit met een verhaal over een signeersessie, waarbij een lezeres met een zonnebril in het haar de vraag doet rijzen ‘of vrouwen wellicht op hun kruin over dat derde oog beschikken waar Hillenius zo vaak over schreef’.

In een interview verklaart de nieuwbakken AOW’er waarom de ‘met name academisch geschoolde literatoren en critici’ iets in zijn werk lijken te missen: ‘het is niet polyinterpretabel’. „Maar wat bij mij ontbreekt, ontbreekt ook bij Tsjechov, bij Trollope, bij Thackeray, bij Theo Thijssen, bij Tolstoj, bij Toergenjev, bij Twain, […] en bij nog vele andere schrijvers van wie de naam niet met een T begint.”

Maarten ’t Hart laat zich van zijn erudietste kant zien, en dat terwijl hij zichzelf kwalificeert als een ‘antisymbolist’ die ‘wil laten zien dat het leven plat en banaal is’.