Senaat verwoordt wantrouwen jegens Fed

President Obama wil dat Ben Bernanke aanblijft als voorzitter van de Federal Reserve. Maar Amerikanen, en Congresleden, koesteren een diep wantrouwen tegen de Fed.

De Amerikaanse centrale bank is volgens sommige senatoren nog het beste te vergelijken met een geheim genootschap, een „mysterieuze” samenzwering, een „incestueuze instelling” zelfs, waarover „het land met reden meer wantrouwend is dan ooit tevoren”.

Of, zoals de wantrouwige senator Jim DeMint het tijdens de hoorzitting ter ere van de mogelijke herbenoeming van Ben Bernanke samenvat: „U staat aan het hoofd, en u houdt dat graag zo, van het belangrijkste instituut ter wereld. De wereldeconomie is afhankelijk van de Federal Reserve. Maar over wat de ‘Fed’ nou eigenlijk doet weten we niet veel.”

De Federal Reserve, het Amerikaanse systeem van centrale banken, wordt nu harder aangevallen dan de laatste decennia het geval is geweest. De ruzieachtige en bijna vijf uur durende hoorzitting in het Congres ging daarom niet over de loopbaan van Bernanke – er stond meer op het spel: de toekomst van Amerika’s centrale bank.

Hoe dat zo? Tijdens Bernankes ambtstermijn heeft de Fed de rente tot nagenoeg 0 procent verlaagd en ruim 1.000 miljard dollar in de economie gepompt. Ondanks die onorthodoxe ingrepen is de Amerikaanse economie terechtgekomen in de grootste crisis sinds de Depressiejaren en is de werkloosheid meer dan verdubbeld.

De Fed is daarmee de collectieve krabpaal geworden, zowel voor getroffen Amerikanen als voor senatoren, die de hoorzitting gebruiken om voor hun achterban een wedstrijdje stoere taal te spelen. De publieke antipathie ten opzichte van de ongrijpbare Fed neemt daarop weer toe. Er is maar één overheidsorgaan dat door Amerikanen meer wordt gehaat, en dat is de belastingdienst.

Waar centralebankiers zich hangende hun herbenoeming gewoonlijk deemoedig opstellen, heeft Bernanke zich toegankelijk gemaakt. Hij voerde gesprekken met tachtig afzonderlijke Congresleden, organiseerde een openbaar debat met ‘echte’ Amerikanen, schreef afgelopen weekend een opiniestuk in The Washington Post en huurde een vooraanstaande lobbyiste in.

Ondanks zijn offensief blijft de sfeer gespannen. „Ik ben nerveus over de macht die de Fed zich toeëigent.” (aldus senator Bob Corker) „De Fed heeft op gruwelijke wijze gefaald in het afgeven van signalen over de posities van banken.” (Chris Dodd) En: „Het is de vraag of u als voorzitter voldoende uitgerust bent om ons uit de almaar voortdurende ellende te leiden.” (Richard Shelby)

Ben Bernanke volgde vier jaar geleden Alan Greenspan op en in uiterlijke onaangedaanheid doen ze aan elkaar denken. Bernanke zit nagenoeg de hele hoorzitting roerloos tegenover het hoefijzervormige eikenhouten bureau met daarachter de sceptische senatoren. Het enige dat buiten zijn mond noemenswaardig beweegt is zijn van instemming knikkende hoofd – ook al is hij het met ze oneens.

Wat hij naar eigen zeggen verkeerd heeft gedaan? Genoeg. „Er zijn fouten gemaakt. Bij ons, in het hele stelsel. We hadden allemaal beter werk kunnen verrichten, zoveel is zeker.” Huiseigenaren zijn bijvoorbeeld te laat bijgestaan. „We hadden ze beter moeten helpen.” En, de grootste knieval: „Ik zag een crisis van deze ernst en omvang niet aankomen.”

Bij zijn aantreden hamerde Bernanke op transparantie. Nu benadrukt hij de vooruitgang: notulen worden publiek gemaakt, de financiële huishouding is openbaar, er is altijd wel iemand beschikbaar om in het Congres te getuigen.

Het Congres denkt daar anders over. Leden van het Huis van Afgevaardigden hebben juist een maatregel aangenomen (nog niet als wet van kracht) waarmee de onderzoeksarm van het Congres zeggenschap krijgt over rentebesluiten van de Fed. „Daarover ben ik bezorgd”, zegt Bernanke. Hij vreest voor „een team onderzoekers dat langskomt en ons ondervraagt zodra een rentebesluit niet bevalt.” De Fed wordt daarmee beïnvloed door „politiek kortetermijndenken”, verliest aan onafhankelijkheid en geloofwaardigheid.

Ook de Senaat wil de slagkracht van de Fed beperken. De voorzitter van de bankencommissie die de hoorzitting heeft georganiseerd vindt dat de Fed „formidabel gefaald” heeft als toezichthouder. Een nieuwe instantie, moet dat daarom maar gaan doen.

Senator DeMint benadert het opnieuw zo praktisch mogelijk. Hij gaat een lijstje af. Bernanke zei eerder drie doelen te hebben. Geslaagd?

Stabilisatie van het financiële stelsel?

„Nee.”

Toezicht houden op banken?

„Wij hebben fouten gevonden in onze aanpak. Dat proberen we te verbeteren.”

Het mogelijk maken van maximale werkgelegenheid?

„Het werkloosheidspercentage van 10 procent is natuurlijk niet echt bevredigend.”

Voordat hij een stembesluit over de herbenoeming neemt, wil senator Jim Bunning eerst zijn gelijk nog even halen. Vier jaar geleden was hij de enige tegenstemmer van de commissie. „Ik wist toen niet hoezeer ik gelijk zou krijgen en hoezeer u fout zou zitten.”

Ter illustratie: eerst zei Bernanke dat er geen zeepbel op de huizenmarkt was. Daarna ontkende hij dat de lagere rentetarieven die zeepbel veroorzaakten. En het duurde toen nog jaren voordat de Fed strengere regels ging toepassen op subprime-hypotheken.

Bunning betoogt dat de centralebankier de lijn van zijn voorganger heeft voortgezet: „Veel praten, veel getallen, weinig zeggen.” De centrale bank werd „een speelbal van Financiën” in het verstrekken van miljarden dollars aan iedereen die daarom vroeg. „Zelfs buitenlandse banken werden geholpen terwijl gewone Amerikanen geen leningen kunnen krijgen, meneer Greenspan.” De zaal lacht. Bernanke ook. Bunning: „Een Freudiaanse verspreking.”

Bunnings conclusie: „Uw voorzitterschap is een fiasco. En waar ik vandaan kom”, de staat Kentucky, „volgt na een mislukking geen beloning. Net zoals dat nu voor andere Amerikanen geldt.”