RintjeWOLKENSOEP

Als Rintje ’s ochtends wakker wordt, is het buiten nog helemaal donker. Beneden is mama al bezig in de keuken. Rintje hoort haar het gas aansteken van het fornuis. Na een tijd begint de fluitketel te fluiten. Eerst zachtjes en dan steeds harder.

Rintje trekt zijn kussen over zijn hoofd. Hij weet dat mama, nadat ze de thee heeft ingeschonken, naar boven zal komen om hem te wekken. Zo gaat dat elke ochtend.

Maar vandaag wil Rintje een egel zijn of een beer of een ander dier dat een winterslaap houdt. Lekker de hele winter in zijn mandje blijven. En pas wakker worden als buiten de zon weer schijnt.

„Tijd om op te staan!” zegt mama. Ze steekt haar hoofd om de hoek van de deur.

„MRRGRROEMPF,” mompelt Rintje vanonder zijn deken. „Ik ben een beetje ziek.”

„Onzin,” zegt mama. Ze geeft hem een zoen en voelt aan zijn voorhoofd en zijn oren. „Je hebt echt geen koorts, dus we gaan gewoon naar school! Kom, ik bak lekkere worstjes voor het ontbijt.”

Met zijn ogen nog vol slaap sukkelt Rintje de trap af. Als hij aan de keukentafel zit, ziet hij dat het buiten heel langzaam licht wordt.

„Tobias komt je straks ophalen,” zegt mama. „Dan fietsen we gezellig samen naar school!”

Als Rintje zijn worstjes heeft opgegeten gaat de voordeurbel. Hij rent naar de gang en doet de voordeur open. Maar dat is vreemd: hij ziet helemaal niets! Het mist. De hele wereld buiten is verdwenen in een grijze wolk.

„Ik ben hier!” hoort Rintje Tobias zeggen. „Ik hoor je wel maar ik zie je niet!” zegt Rintje.

Dan doet Tobias een paar stappen naar voren. Langzaam komt zijn snuit tevoorschijn.

„Jouw moeder brengt mij vandaag ook naar school!” zegt Tobias.

Mama pakt haar jas en tilt Tobias en Rintje in de mand voorop de fiets. Ze doet de lamp van de fiets aan en begint heel langzaam te fietsen.

„De hele wereld is verdwenen,” zegt Rintje. “Kijk, de bomen zweven in de lucht! De stammen zijn helemaal weg.”

„En ik zie alleen de daken van de huizen,” zegt Tobias. “De onderkant is helemaal opgelost in de mist.”

„Weet je wat? Vanavond maak ik wolkensoep!” zegt mama.

„Wolkensoep?” vragen Rintje en Tobias. “Wat is dat?”

„Straks als ik thuis ben,” zegt mama, “ga ik met een pan naar buiten om de mist te vangen. En van de mistwolken maak ik wolkensoep!”

„Spannend,” zegt Tobias. “Hoe zou dat smaken?”

„Je mag uit school bij ons komen eten,” zegt mama. Ze zijn bij het schoolplein aangekomen. Mama tilt Rintje en Tobias uit de mand.

„Als we de school maar kunnen vinden,” lacht Rintje.

„Tot vanmiddag!” roept mama. „Ik ga wolken vangen voor de soep!”