Proefschrift over ontwikkelingshulp is 'titel onwaardig'

„Wetenschappelijk onder de maat, een doctorstitel onwaardig.” Die kwalificaties hecht hoogleraar duurzame landbouw Eric Smaling (Wageningen Universiteit) aan het proefschrift Management of the Dutch development cooperation waarop Wiet Janssen gisteren promoveerde aan de Universiteit Twente (UT). Janssen uit in zijn dissertatie zware kritiek op het functioneren van de Nederlandse ontwikkelingshulp.

Smaling tekende samen met drie collega-hoogleraren bezwaar aan tegen Janssens promotie, omdat diens proefschrift niet voldoende wetenschappelijk zou zijn. „Ik ben gisteren bij de promotieplechtigheid aanwezig geweest en heb vragen mogen stellen”, zegt Smaling, „maar ik ben niet overtuigd door het verweer van Janssen. Hij heeft onvoldoenden bronnen gebruikt voor zijn onderzoek. Daarnaast selecteert hij alleen die feiten die zijn aannames onderbouwen.”

Smaling bevestigt dat hij het inhoudelijk met Janssens conclusies oneens is. „Maar daarom gaat het niet in deze discussie. Over het functioneren van ontwikkelingshulp valt te twisten, maar dat moet wel gebeuren op basis van de feiten. En daaraan laat Janssen zich weinig gelegen liggen. Het is mij een raadsel waarom de Universiteit Twente dit werk met een doctorstitel een stempel van goedkeuring heeft gegeven.”

Hoogleraar internationaal management Erik Joost de Bruijn van de UT, de promotor van Janssen, verwerpt de kritiek van Smaling en de zijnen. „De promotiecommissie bestond niet alleen uit wetenschappers van de Universiteit Twente. Er hebben leden uit Groningen, Rotterdam en het Verenigd Koninkrijk meegelezen en meegediscussieerd. Allen waren het erover eens dat dit proefschrift in orde was.”

De kritiek op Janssens bronnengebruik deelt De Bruijn niet. „Elke wetenschapper maakt afwegingen over welke bronnen hij gebruikt, en in welke mate. Daarover kun je van mening verschillen en daarover vindt dan een wetenschappelijk debat plaats. Dat is gisteren gebeurd.”

De suggestie van zijn critici dat de UT Janssen heeft laten promoveren om de 90.000 euro binnen te halen die de Staat per promotie uitkeert, werpt De Bruijn verre van zich. „Ik heb een decaan en een rector die zeer streng waken over de kwaliteit van de dissertaties.”