Poolse regering ziet niets in het griepvaccin

De Poolse minister van Gezondheidszorg weigert vaccins te kopen tegen de Mexicaanse griep. En dus stapt de ombudsman naar de rechter.

Wel of geen prik tegen de Mexicaanse griep? In Polen hoeft niemand zich die lastige vraag te stellen, want hier zijn, anders dan in de rest van Europa, helemaal geen vaccins voorradig. Gemakkelijk zat dus, maar ook verontrustend.

Althans, dat vindt nationale ombudsman Janusz Kochanowski. Hij heeft een klacht ingediend tegen Ewa Kopacz, de Poolse minister van Gezondheidszorg. Kopacz, een voormalige huisarts, weigert al weken vaccins aan te schaffen – er is volgens haar te veel onduidelijk over bijwerkingen. Kochanowski vindt dat „onbegrijpelijk en onverantwoordelijk” en stapt nu naar de rechter.

Opmerkelijk is de houding van Kopacz in ieder geval. In West-Europa draaien vaccinatieprogramma’s op volle toeren, in Tsjechië en Hongarije worden die nu opgestart en ook buurland Slowakije is sinds maandag overstag. Zijn al die landen gek of is Polen dat?

Zo op het oog lijkt de griepepidemie in Polen (38,6 miljoen inwoners) mee te vallen. Op 1 december waren er 1.200 geregistreerde gevallen en 24 dodelijke slachtoffers, minder dan in het veel kleinere Nederland. Maar volgens Andrzej Zielinski, nationale adviseur epidemieën, zeggen dat soort grensoverschrijdende vergelijkingen weinig tot niets. „Het probleem is wel degelijk groot.”

Tot eind oktober leek er sprake van een gewone seizoensgriep, met in totaal rond de 20.000 griepgevallen. Een paar weken later waren dat er opeens twee keer zo veel. „Zo’n sprong hebben we nog niet eerder meegemaakt”, zegt Zielinski. „Vooral onder jongeren was de verandering nog groter dan normaal.” Voor de epidemioloog is er geen twijfel: de seizoensgriep heeft gezelschap.

Van wijdverbreide paniek is geen sprake. Maar Poolse scholen zijn wel leger dan normaal, werkgevers klagen over het hoge ziekteverzuim en kerken roepen gelovigen die zich niet goed voelen op om „uit naastenliefde” thuis te blijven. Priesters wordt aangeraden om handschoentjes te dragen bij het uitdelen van hosties, kerkgangers om de wijwaterbak te mijden. Met droge vingers het kruisteken slaan mag ook.

In de virusremmer Tamiflu is een levendige handel ontstaan, op internet, maar ook in apotheken die de doosjes inkopen voor 19 euro en soms voor ruim het dubbele van de hand doen. Sommige Polen overwegen om in het buitenland een prik te halen. De Zweedse ambassade in Warschau zegt hierover herhaaldelijk gebeld te zijn en heeft een verklaring uitgegeven. Het heeft namelijk geen enkele zin: alleen Polen die in Zweden staan ingeschreven komen in aanmerking voor het vaccin.

Minister Kopacz weet zich volledig gesteund door premier Donald Tusk. Die klaagt dat farmaceutische bedrijven „grote druk” uitoefenen om vaccins te kopen, maar de verantwoordelijkheid voor eventuele bijwerkingen volledig op zijn regering proberen af te wentelen. „We gaan geen honderden miljoenen zloty’s uitgeven zonder enige garanties”, aldus de premier. Volgens Kopacz zetten juristen van haar departement „op twintig punten” grote vraagtekens bij de aangeboden koopcontracten. „In twintig jaar huisartsenpraktijk is het altijd mijn eerste prioriteit geweest om geen schade te berokkenen”, zegt de minister. Voor haar blijft het vaccin „heilig water” zolang het zich niet heeft bewezen.

Maar de druk op de regering is groot. De populaire tv-presentator Jan Pospieszalski wijdde vorige week een heel programma aan de Mexicaanse griep en vooral aan informatiecampagnes in andere landen hierover. De Britse regering maakte een tv-spot en heeft zelfs folders in het Pools gedrukt, voor Poolse arbeidsmigranten. „Waarom hebben wij dat allemaal niet”, foeterde Pospieszalski, die de gasten aan het einde van zijn show demonstratief geen hand gaf, om ‘besmetting’ te voorkomen.

Epidemioloog Zielinski heeft de regering vanaf het begin geadviseerd om over te gaan tot vaccinatie, in ieder geval van risicogroepen, zoals jongeren en medisch personeel. Hij zegt dat er signalen zijn dat de regering hiertoe alsnog zal besluiten. „Ik geloof het pas als ik het zie”, zegt hij. Een Poolse radiozender meldde eerder deze week dat Kopacz in Zweden geïnformeerd zou hebben naar overtollig vaccin.

De vraag is of het veel uithaalt, want de Polen zijn notoir prikschuw: jaarlijks laat slechts 7 procent van de bevolking zich inenten tegen de seizoensgriep – in buurland Duitsland is dat bijna 30 procent. En uit recente peilingen blijkt dat 80 procent van de Polen geen gebruik zou maken van nieuwe vaccins, als die al voorradig zouden zijn.

Zielinski slaakt een diepe zucht als hem om uitleg wordt gevraagd. Het heeft, zegt hij, deels te maken met een sterke ‘antiprikbeweging’, de diepgewortelde overtuiging dat je van prikken zwakker of juist ziek wordt, deels met economische factoren. Sommige bedrijven bieden hun werknemers gratis een griepprik aan, maar de meeste Polen moeten er zelf voor betalen. „En de kosten van ‘gratis’, door de overheid gefinancierde vaccinatieprogramma’s zijn kolossaal. Nederland heeft daar de middelen voor, wij niet.”

    • Stéphane Alonso